INTERVIEW met WILLEM HOOGENSTRIJD - Fysio- en psychomatische fysiotherapeut en acupuncturist

Ik miste bij mijn opleiding fysiotherapie alleen nog wat stukjes om een mens écht te helpen.

Daarom heb ik daarnaast zowel acupunctuur, over energiestromen,

als psychosomatische fysiotherapie, over emoties,

 gestudeerd.

Deze drie aspecten zijn voor mij bij de behandeling niet te scheiden, 

ze lopen in elkaar over.

                                                                                               

Willem Hoogenstrijd (1957) is een voorbeeld van een heel energieke en empathische fysiotherapeut. Willem zit al 40 jaar in het vak en heeft zich in deze jaren steeds verder ontwikkeld om zijn kennis en kunde in dienst te stellen van zijn patiënten. Steeds zocht hij naar meer mogelijkheden om zijn patiënten nog beter te ondersteunen.

Zijn openheid en liefdevolle geduld voor zijn patiënten, is in deze huidige tijd goud waard. Een echte therapeut, die helemaal gaat voor zijn patiënten en zich zó kan inleven, waardoor hij ze ook gericht kan ondersteunen. De hele praktijk ademt ook deze sfeer uit. Het is als een oase van rust en veiligheid binnen de Rivierenbuurt in Amsterdam.

WELKE KEUZE’S  MAAKTE JIJ OM EEN FYSIOTHERAPEUT TE WORDEN?

‘Ik had, nadat ik de HAVO had afgemaakt, geen echt duidelijk beeld, wat ik wilde gaan worden. Eigenlijk had ik meerdere ideeën in mijn hoofd. 

Er waren toen in feite drie opties, waar ik mee speelde:

ten eerste bleek één van mijn beste vakken op school scheikunde te zijn en dacht toen dat ik daar maar wat mee moest gaan doen. Ik speelde met de gedachte om biochemie te gaan studeren, maar het idee om elke dag in een laboratorium met buisjes en stofjes te moeten gaan werken, was toch niet het toekomstbeeld dat ik voor ogen had.

Ten tweede had ik ook in mijn hoofd om fotograaf te worden. Van jongs af aan fotografeerde ik al heel graag en heel veel. In mijn middelbare schooltijd had ik zelfs een vakantiebaantje op de fotoredactie van het Parool en was al gauw in een positie, dat ik mede mocht bepalen, welke foto’s in de krant kwamen en welke niet. Zo ook  hielp ik mee de uitsnede van de foto’s te bepalen. Dat ging best wel heel ver. Ik was toen 17 jaar. Hoewel ik dit werk wel heel leuk vond, zag ik ook daar mijn toekomst niet in.

Dus bleef de derde optie over en dat was toch om fysiotherapeut te worden.

In die tijd was de fysiotherapie nog in opkomst, het was toen nog niet, wat het nu is. Eigenlijk was het redelijk nieuw. Ja, en ik hield wel van iets nieuws, dat was voor mij ook de uitdaging.

In die periode hadden mijn ouders een kennis, die al fysiotherapeut was en heb daar lange gesprekken mee gevoerd. Door zijn enthousiaste verhalen over het vak werd mijn keuze om met dit vak door te gaan, mede bepaald. Uiteindelijk had ik mijn keuze gemaakt en ben die 4-jarige opleiding Fysiotherapie in Amsterdam gaan doen.’

HOE GING DAT VERDER NADAT JE DE KEUZE VOOR DEZE RICHTING HAD GEMAAKT?

‘De stageperiode was eerst in een eerstelijns-praktijk, die ik overigens nu zelf ook heb, in Purmerend. Daarna heb ik ook nog stage gelopen in een verpleegtehuis in Wormerveer en de meest ingrijpende stage was in een psychiatrische inrichting in Castricum. Dat was echt een heel bijzondere ervaring. Er gebeurde daar zulke gekke dingen. Het is zo’n bijzondere wereld op zich en zeker op de besloten afdelingen. Het is echt een andere medische situatie zoals bijvoorbeeld suïcidale patiënten, die allerlei beschadigingen hebben opgelopen door hun gedrag.

Na mijn studie bleek het helemaal niet zo’n goede tijd te zijn om een plaats te vinden als fysiotherapeut. In de periode rond 1981 was het best heel lastig om met een verzekeraar contracten af te sluiten. Dat kreeg je niet meer zomaar. Uiteindelijk kon ik via via in een ziekenhuis in loondienst gaan werken, dat was in het Diaconessenhuis in Amsterdam bij het Vondelpark. Dat was best een apart, klein ziekenhuis. Daar heb ik ongeveer een jaar gewerkt, maar toen begonnen de bezuinigingen daar ook. Dat betekende wie het laatst in dienst is gekomen, die gaat er ook het eerst uit. 

Gelukkig had ik contact met een collega in de Rivierenbuurt in Amsterdam, die wist dat bij de Praktijk Wolkenkrabber een plekje vrijkwam.

Daar kon ik beginnen als waarnemer met de mogelijkheid misschien lid van de maatschap te worden. Zo had ik daar ongeveer een klein jaar als waarnemer gewerkt en werd daarna in de maatschap opgenomen. Ik was toen ongeveer 24 jaar en was op dat moment een zelfstandig ondernemer.’

HOE WERKTE DAT OM IN EEN MAATSCHAP OPGENOMEN TE WORDEN?

‘Het was al nooit mijn ambitie geweest om in loondienst te werken. Het voelt voor mij ook niet goed iemand ‘boven’ mij te hebben, die vertelt wat je wel of niet moet doen. Ik werkte er altijd al naar toe om een eigen ondernemer te worden. 
Zo was het eerste jaar in het ziekenhuis prima, daar heb ik heel veel ervaring door opgedaan. Dat is heel goed voor een start. Maar de stap naar de maatschap, als eigen ondernemer binnen die groepspraktijk, was wel meer wat ik echt wilde.

Om in een maatschap binnen te komen, moet je je voor een deel inkopen en het voor een deel verdienen. Het kapitaal, dat ik in de maatschap geïnvesteerd had, had ik geleend bij de bank. Dat bedrag krijg je door jaren in die maatschap te werken er ook weer uit. In deze maatschap heb ik vijf jaar gewerkt en het bleek dat maatschappen nogal eens uit elkaar vallen. Dat komt doordat in een groep zelfstandigen verschillend kan worden gedacht over het zakelijk beleid. Dat kan nogal gaan botsen. Je bent in een maatschap wel een zelfstandige, maar wel een zelfstandige in een zakelijk collectief. Dat is het verschil als je op jezelf een praktijk hebt. Bij een maatschap heb je wel te maken met je collega’s, die ook helemaal zelfstandig willen zijn. Dat maakt het soms moeilijk om zakelijke afspraken te maken en te handhaven. De reden dat ik deze maatschap verliet, was dat ik het met de verdeling én de inbreng van de vergoedingen niet eens was. Ik kon ook niet verder achter de financiële situatie staan. Vanaf die tijd ben ik verder gegaan in de maatschap in een pand op de Zomerdijkstraat.’


                                    

JE BENT UIT DIE MAATSCHAP GESTAPT, HOE BEEINDIG JE DAT?

‘Als je een maatschap verlaat, dan word je niet uitgekocht, maar zeg je je maatschap op. In feite ben je daarna vrij. Wel krijg je nog een vergoeding voor wat je hebt ingebracht of je verkoopt je aandeel aan een volgend lid, die er juist in wil stappen.’

DAARNA BEN JE WEL WEER IN EEN ANDERE BESTAANDE MAATSCHAP GESTAPT, HOE GING DAT?

‘Ik ben eerst begonnen als ZZP-er bij de groepspraktijk op de Zomerdijkstraat en huurde daar een praktijkruimte voor mijzelf. Pas na een jaar heb ik mij ingekocht in de maatschap van de groepspraktijk in de Zomerdijkstraat. Dat was een maatschap met zes mensen. Maar als een rode draad in mijn leven, is ook deze maatschap na een aantal jaren uit elkaar gevallen om dezelfde redenen. Weer voelde ik mij bij hun zakelijke beleid niet goed. De reden van het uiteen vallen gaat altijd weer over de situatie om de praktijk heen, dus nogmaals nooit over het inhoudelijke vak zelf, maar over de verdeling van het werk, de input voor de zakelijke kant, de PR, boekhouding, enz.

In deze crash is er toen één lid uitgestapt en ben ik met de anderen in de maatschap gebleven. Ook dit weer voor een aantal jaren.’                                   

WAAROM IS DEZE MAATSCHAP TOCH IN EEN ANDERE VORM VERDER GEGAAN? 

‘Wij zijn gaan zoeken naar die kleinere praktijken hier in de Rivierenbuurt om een samenwerkingsverband aan te gaan. Het idee, wat ik toen had, was eigenlijk dat die kleinere praktijken niet echt zouden kunnen overleven met de schaalvergroting, dus ik wilde die krachten bundelen. Zo zijn we in gesprek gegaan met een aantal kleinere praktijken uit de buurt om te kijken wie er geïnteresseerd zouden zijn, om meer samen te gaan werken. Deze gesprekken hebben ongeveer een jaar geduurd voordat we een aantal mensen bij elkaar hadden, die hier wel wat voor voelden. Met deze mensen hebben we toen een nieuwe maatschap ingericht en ieder met zijn eigen specifieke inbreng. Dat heeft geleid tot deze huidige praktijk SFR BEWEEGT hier in de Trompenburgstraat in Amsterdam nu. De letters SFR staan voor Samenwerkende Fysiotherapeuten Rivierenbuurt. Het is een samenwerkingsverband van vijf praktijken, die wel allemaal fysiotherapeut zijn, maar allemaal met een eigen inzicht en specialiteiten. Wij zitten hier nu al weer 12 jaar in deze maatschap.’

                                         

INHOUDELIJK BEN JIJ OOK VERDER GEGROEID?

‘Ja, zeker, zo begon mijn interesse voor acupunctuur al toen ik 15 jaar was. In die tijd las ik er al veel over. Het bijzondere was wel, dat ik een droom had, toen ik 16 jaar was, dat ik een oude Chinees was en aan acupunctuur deed. We dromen allemaal veel, maar deze droom was zó helder, dat ik het altijd onthouden heb en steeds verder mee in mijn leven meenam. Ik herkende mij als het ware in deze Chinees met die lange baard.. 

Alleen kan je in Nederland geen acupunctuur doen zonder dat je al een gerichte opleiding hebt gedaan. Je moet eerst medisch geschoold zijn om deze acupunctuuropleiding te volgen. Dat was uiteindelijk mede de reden dat ik ook fysiotherapie ben gaan volgen en ben toentertijd ook gelijk erna die 2-jarige opleiding gaan doen. Acupunctuur was dus ook al gelijk een onderdeel van mijn praktijkbeoefening geworden. 

En toch miste ik nóg een aspect om mensen echt te helpen. Fysiotherapie op zichzelf, is heel erg gericht op het fysieke van de mens. Acupunctuur is juist weer gericht op de energiestromen, maar ik wilde ook iets meer weten over het emotionele van de mens. Vanaf dat moment ben ik ook de drie jarige studie psychosomatiek gaan volgen. Dat gaf mij meer een compleet beeld van de mens, die je behandelt.

Voor mij zijn deze drie aspecten van een mens niet te scheiden, ze lopen in elkaar over. Zo zie ik zelden dat een klacht louter lichamelijk is. Zelfs bij een fysieke val, gaat het niet alleen om de fysieke ongemakken, maar ook hoe viel iemand en hoe gaat hij er mee om. De psychosomatiek is er vooral op gericht een patiënt te ondersteunen om met zijn ongemakken om te gaan. Zo kunnen twee mensen met dezelfde klachten binnenkomen en doet de ene mens er veel langer over om te genezen dan de andere. Dan blijkt dat er veel meer annex is en daar ga je dan ook mee aan de slag. Dan ga je onderzoeken, waar het wringt. Dus ik stel niet alleen de vraag, “waar doet het pijn, maar vooral wat betekent het voor jou?” Zo kan je bijvoorbeeld iemand helpen door zijn angst voor een foutief beeld over zijn klacht weg te nemen. Ik mag wel mijn mening geven over ziekteverschijnselen, maar geen diagnoses stellen. Zo kan je mensen leren anders tegenover hun klachten te laten staan. Voelen ze zich nog niet bevestigd, dan stuur ik ze ook door naar de huisarts. Dat doe je ook als er meer aan de hand is, dan wat ik voor ze kan doen. Ik zie elke patiënt als volledig mens en dat merk ik ook aan de resultaten.’

IS HET DAARDOOR NIET EEN HEEL ZWAAR FYSIEK BEROEP?

‘Zo is ons beroep heel gericht op het aanraken van mensen, in onze wereld is er  heel weinig spontaan fysiek contact, maar in ons beroep is dat vooraf al totaal geaccepteerd. Dat is ook de kracht van ons beroep. 

Ik werk nu 40 jaar in dit beroep en merk nu wel dat het fysiek zijn tol gaat eisen. Ik ben zelf ook al een stapje terug gaan doen, om zo nog wel mijn kwaliteit van werken te verzekeren. Nu werk ik nog gemiddeld 35 uur en dat is mijn maximum. Wat wel zo is, is dat je niet alleen mensen masseert, maar ook revalideert en begeleidt na een operatie, bijvoorbeeld. Zo komen er ook mensen, die zich moeten leren ontspannen en dan ben je bezig met ademhalings- en ontspanningsoefeningen. Het fysieke werk is uiteindelijk in de praktijk iets van 20% van al je werkzaamheden. Maar als je dan iemand werkelijk ziet opknappen, tijdens de behandelingen, dan geeft dat echt voldoening.’

ADVIES VOOR STARTERS?

Durf te investeren, dus durf ook gewoon geld te lenen voor het werk, waarin je gelooft.

  • Het is niet alleen, dat je er veel tijd in moet stoppen, maar ook gewoon geld. Wees daar niet bang voor, want het laat zich vroeg of laat uitbetalen, als je maar volhoudt en erin blijft geloven.

Willem Hoogenstrijd, 

Acupuncturist, Fysio-psychosomatische fysiotherapeut

SRF Beweegt Rivierenbuurt Amsterdam

Therapie & Training

Telefoon : 020-644 95 68

Mail:  info [at] sfrbeweegt.nl

Website: https://fysiotherapierivierenbuurt.nl