INTERVIEW me KIBRET MEKONNEN,Filmmaker (TASK MULTIMEDIA), Mediatrainer Initiatiefnemer en Artistiek leider van het Amsterdams Buurtfilmfestival - ABFF

Ethiopië is een land met een heel intensieve saamhorigheid.

Die bagage heb ik naar Nederland meegenomen. 

Na mijn studie en de expertise, die ik hier in Nederland heb opgebouwd, 

wil ik mensen met elkaar verbinden

 in die saamhorigheid.

Kibret Mekonnen (1970), is van oorsprong een journalist en uitgever van een krant en tijdschrift in Ethiopië, genaamd AIMIRO. Kibret is al zijn hele leven eigen ondernemer geweest, vanaf zijn twintigste jaar begon hij al als zelfstandig journalist. Eenmaal in Nederland kreeg Kibret een heel duidelijk beeld, wat hij hier wil gaan doen. Zijn verhaal over zijn bedrijf met een visie over het samenbrengen van mensen, door film, samenspraak en uitvoering van ideeën, is heel bijzonder om te horen.

WAT IS JOUW ACHTERGROND?

‘Ja, ik kom oorspronkelijk uit Ethiopië en ben op mijn twintigste begonnen met mijn eigen krant en tijdschrift. Na vijf jaar deze onderneming te hebben gerund, ben ik uit Ethiopië  gevlucht, vanwege mijn werk als journalist. In die periode als uitgever/journalist gaf ik één keer per week een krant uit en één keer per maand een tijdschrift. Dat werd uiteindelijk zo’n grote uitdaging en risico voor mij. Het werd met de overheid een kat-en-muis spel, want als ik weer de krant of het magazine had uitgegeven, moest ik mij de volgende dag altijd schuilhouden, omdat ik anders werd opgepakt. Ik ben dan ook zeker 40 à 50 keer vastgehouden of gevangen gezet. Dat is een heel stressvolle ervaring, waar ik na vijf jaar zo te leven helemaal klaar mee was. Deze stress heb ik vijf jaar zo volgehouden, omdat ik in een soort van commitment voor wat ik schreef en angst voor mijn veiligheid van mijn leven, zat. Uiteindelijk nam de angst de overhand en ben toen gevlucht uit Ethiopië.'

WAT WAS DE REDEN, DAT JE NA JE VLUCHT UIT ETHIOPIË NAAR NEDERLAND KWAM?

‘Dat ik naar Nederland kwam, was eigenlijk toevallig. Er was precies in die periode een 10-daagse conferentie in Maastricht met het thema ‘de media in Afrika’. De conferentie was georganiseerd door de Europese journalisten Union (EJU) in samenwerking met de Nederlandse journalistenvereniging (NVJ). Daar was ik destijds heengegaan en vanaf die tijd ben ik in Nederland gebleven.’

HOE IS DAT VOOR JOU VERLOPEN ALS VLUCHTELING IN NEDERLAND?

‘Voordat ik naar deze conferentie ging, had ik natuurlijk het besluit al genomen en had dat aan niemand verteld, behalve mijn moeder, die een heel wijze vrouw is en het heel goed begreep. Ook had ik het aan een collega/vriend verteld, die het moest weten. Na die 10-daagse conferentie, wist ik nog niet hoe ik verder moest leven, ik kende geen enkel persoon in Nederland en had dus geen enkele relatie of aanknopingspunt. Het was best wel een heel  bizarre situatie, als je tijdens de conferentie in een 4-sterren hotel zit en dan na die conferentie in een asielaanvraagcentrum in Zevenaar terecht komt op een slaapzaal met 150 mensen in één zaal. Maar mijn besluit stond zó vast, dat ik die klap aankon. Hoewel het een enorme shock was om mee te maken. Na vier à vijf dagen ging ik naar een AZC in Breda (Gilze en Rijen) en daar was het wel aardig en oké. In die periode van ongeveer een jaar, dat ik daar zat, heb ik die tijd gebruikt om te bedenken hoe ik in Nederland verder zou gaan. Mijn procedure  liep vrij vlot en ik had binnen een jaar mijn verblijfsvergunning. De volgende stap was dan ook zelfstandig te gaan wonen.’

NA DEZE HELE PROCEDURE VOOR JE VERBLIJFSVERGUNNING, BEGON HET ZELFSTANDIGE LEVEN IN NEDERLAND PAS ECHT VOOR JE?

‘Ja, ik ben toen in Amsterdam terecht gekomen en ben gelijk gaan zoeken naar een mogelijkheid voor een studie. Ik heb toen in Utrecht op de HKU (Hogeschool voor de Kunst Utrecht) een 4-jarige filmopleiding gedaan en afgemaakt. Zo ben ik dan vanaf 2003 in Nederland een zelfstandig ondernemer met alle ups en downs die daar bij horen. Ik ben nog nooit in loondienst geweest. Vooral in de crisistijd was het heel moeilijk om van mijn bedrijf te leven. Het is namelijk super, super moeilijk met een onderneming voor videoprojectie om de razendsnelle ontwikkeling van de technologie bij te houden. Tegenwoordig kan iedereen zelf zijn eigen films en video’s maken. Toen dat steeds meer gebeurde, zorgde dat voor een daling van mijn particuliere opdrachten met wel 90%. Die opdrachten, die ik daarvoor had, waren gewoon wég. De andere potentiële klanten waren voornamelijk non-profit organisaties, zoals stichtingen, verenigingen, enz., maar deze zijn allemaal afhankelijk van hun fondsen en subsidies. En juist na de crisis werden deze geldsluizen zwaar ingekort of soms zelfs helemaal gestopt. Als externe opdrachtnemer ben je dan de eerste, die ze annuleren met het geven van opdrachten. Juist daar lag mijn markt. Ik had juist gekozen voor geen commerciële ondernemers als opdrachtgevers. Al zag ik in mijn branche dat de meeste ondernemers, die konden overleven, dat zij zich juist wel hadden verbonden met een filmproductie aan commerciële bedrijven. Maar ik was gewoon 90% verbonden aan non-profit organisaties en dat was mijn keuze.’

HOE HEB JIJ DAT OPGEVANGEN, TOEN DIE OPDRACHTEN ZO VOOR JE WEGVIELEN, NA DE CRISIS?

‘Zo ben ik voor jaren in een uitkeringsbeleid terecht gekomen en ben langzaam begonnen in de culturele sector te gaan werken, naast mijn werk als filmmaker. Maar ook de culturele sector is een hele uitdaging, je werkt niet zozeer voor jezelf, maar je doet het voor anderen. Mijn visie is dat het belangrijk moet zijn voor de samenleving, maar daarnaast krijg je in deze sector ook niet echt betaald. Zo blijkt dat je wel heel veel inzet moet hebben om je visie, je idee te realiseren.’

WAT IS JOUW VISIE?

‘In Ethiopië is er heel veel saamhorigheid en die bagage heb ik naar Nederland meegenomen. Anderzijds heb ik ook in Nederland een expertise opgebouwd, zoals het afronden van een studie, veel werkervaring opgedaan, en nu wil ik de mensen met elkaar verbinden in die saamhorigheid.’

HOE WIL JIJ NU DEZE VISIE VORMGEVEN?

‘In deze context heb ik nu twee activiteiten opgezet. Dat is het Amsterdams Buurtfilmfestival (ABFF). Hier worden films gemaakt dóór Amsterdammers, die gaan óver Amsterdammers. Met het idee: IK als Amsterdammer, U als Amsterdammer en ONS als Amsterdammers. Het is heel boeiend te zien, dat mensen in hun omgeving het in een film kunnen vastleggen. Zo hoef je ook helemaal geen professioneel filmer te zijn, als je een prof bent is dat prima. Ik noem een amateur dan ook liefhebber. Maar deze films gaan over je eigen leefomgeving, hoe dat er uit ziet en ook als er iets mis is, wat kan je eraan doen? Dit is dan de opdracht naar mensen toe, die zo’n film gaan maken voor het festival. Dit project is vier jaar geleden heel klein begonnen in Amsterdam-Oost en groeit elk jaar verder en wordt groter. In plaats van alleen mensen uit Amsterdam-Oost, zit ik nu al in heel Amsterdam. Op deze manier wil ik mensen bij elkaar brengen om ervaringen onderling uit te wisselen. Zo kan een ervaring in Amsterdam-Oost heel goed zijn voor bijvoorbeeld mensen in Amsterdam-Zuid, enz. enz. Dit is het idee achter het ABFF.nl.

De andere activiteit is de samenwerking met de OBA, Openbare Bibliotheek Amsterdam, waar ik nu twee jaar mee samenwerk. Dat is voor mij een enorme bevestiging, omdat zij helemaal bereid zijn mee te werken en ook in mijn visie geloven. Wij organiseren binnen dat project van de ABFF workshops voor mensen die graag films willen leren maken. Daar geef ik ook zelf trainingen, want daar heb ik juist de expertise voor.’

HET ABFF BESTAAT DUS UIT MEERDERE POTEN?

‘Ja, het ABFF kent drie belangrijke poten, waarop het staat. Ten eerste het lab, dan de workshops, de films zelf en de themabijeenkomsten. Uit deze bijeenkomsten is het dan de bedoeling, dat daar weer ideeën uit voortkomen om verder uit te werken in de buurt. Dat dit project zó groeit, maakt mij zo rijk, niet naar inkomen, maar in mijn gevoel als menselijkheid, waardering van de samenleving. Dat doet mij zo veel meer dan het geld. Natuurlijk heb je geld nodig om te leven, maar waardering voor dit project van de Amsterdamse gemeenschap, die zo enorm terug reflecteert, is een geweldig rijk gevoel. Dan blijkt ook dat mensen hier behoefte aan hebben. Zo heb ik ook nog een literatuur tak in mijn bedrijf. Ik was, zodra ik in Nederland kwam, al heel gauw op zoek naar Afrikaanse literatuur. Dat was best moeilijk, omdat de meeste Afrikaanse literatuur, Zuid-Afrikaans is. Zo heb ik ook een film gemaakt, een documentaire, over Afrikaanse schrijvers in Nederland. Tijdens het maken van deze documentaire heb ik de beslissing genomen om een Afrikaanse bibliotheek op te gaan zetten.’

WEL GEWELDIG DAT JE BINNEN DE OBA ZO JE VISIE VERDER VORM KAN GEVEN.

‘Ja, dat is fantastisch. Wij gaan dan ook ergens in december van dit jaar het festival organiseren. Dan proberen we iedereen bij elkaar te brengen. Later willen we dan terug naar de buurten met een aantal films uit het festival en deze in die buurten inhoudelijk gaan bespreken. Dus niet alleen maar films vertonen, maar ook er echt in gesprek met de buurt mee gaan. De meetings noemen wij dan Themabijeenkomsten. Zo heb ik nu bij de OBA op de vijfde verdieping een ruimte gekregen om een Afrikaanse bibliotheek op te zetten. Ik heb zelf best een grote boekcollectie, maar die is eenzijdig van samenstelling, omdat ik uit Ethiopië kom en dat is meer Oost-Afrika. Maar ik ben wel al twintig jaar bezig om op eigen kracht boeken te verzamelen. Deze boeken waren zo wel huistalig als ook in het Frans. Zo kwam ik met dit concept voor een Afro-Bieb bij de OBA aan, die zo enorm geïnteresseerd raakte. Het raakte de OBA zo, omdat zij zelf al een project hadden met ‘Het Huis van alle Talen’. Ook de OBA was aan het zoeken, hoe zij de Bibliotheek meer toegankelijk konden maken voor meerdere doelgroepen in Nederland. Het was gewoon een heel goede match met de OBA. De intentie is het verder uitbreiden van de collectie over breed Afrika. Vanaf maart ben ik nu bezig geweest met de boekencollectie in de OBA, waar ook veel mensen mij geholpen hebben. Daar heb ik al mijn boeken naar toe gebracht en ook heel veel boeken gekregen van mensen, maar ook van kleine organisaties, die boeken schonken. Zo is de collectie al gegroeid over alle streken van Afrika.’

HOE BOUW JIJ DIT PROJECT NU VERDER MET DE OBA UIT?

‘Wij zouden nu juist beginnen met de boeken te gaan registreren, te kaften, enz, maar door de coronacrisis ligt dat nu even anders. Wel willen wij precies op 11 september van dit jaar, wat trouwens het Ethiopische Nieuwjaar is, de officiële opening organiseren voor deze Afro-Bieb. In Ethiopië is de kalender op 11 september 2020 in Nederland, 1 september 2013. De kalender in Ethiopië is dan ook anders als hier in het westen.’

LEVERT DIT PROJECT JOU WEL INKOMSTEN OP?

‘Hoewel ik heel veel waardering, respect en complimenten krijg, heb ik hier nog geen inkomsten uit dit project. Ik doe dit in principe voor mijn gevoel voor anderen. Het is voor mij niet het eerste doel om geld te verdienen, hoewel ik ook best mijn verantwoordelijkheden ken. Maar dit is nu precies de uitdaging van het culturele ondernemerschap in Nederland. Eerst je plan, je visie op te zetten en dán pas in gesprek gaan over inkomsten en deze zullen met de OBA zeker gaan plaatsvinden.’

JE VISIE IS  WEL HEEL BIJZONDER, MAAR HOE HOUD JIJ JE FINANCIEEL STAANDE?

‘Met de ABFF verdien ik een beetje geld met die kleine opdrachtjes en leef op een minimum basis. Iedere organisatie heeft zo zijn eigen belangstelling en eisen, maar ook als initiatiefnemer heb je je eigen belangstelling. Soms moet je je eigen doelstelling aanpassen of soms zelfs wat laten varen, om zo wel een samenwerkingsverband te creëren om zo toch inkomsten te genereren. Wat ik doe is een heel uitdagend ondernemerschap. Al woon ik nu meer dan helft van mijn leven in Nederland, ik ben nog altijd bezig met een soort zoektocht naar hoe ik het moet doen. Zo probeer ik flexibel mee te gaan voor wat mogelijk is in de onderhandelingen met derden, zonder te verloochenen wat ik in mijn hart als visie meedraag, wat het eigenlijke doel is van mijn onderneming. Ik durf mee te groeien naarmate de omstandigheden zich aandienen. Alleen ga ik nog steeds niet als eerste voor het geld. Op deze wijze heb ik ook van Amsterdam mijn stad gemaakt.’

Kibret Mekonnen

Filmmaker (TASK MULTIMEDIA), Mediatrainer

Initiatiefnemer en Artistiek leider van het Amsterdams Buurtfestival – ABFF-

Email: kibretmultimedia [at] gmail.com

Website: www.abff.nl

 

Kibret Mekonnen,Filmmaker (TASK MULTIMEDIA), Mediatrainer Initiatiefnemer en Artistiek leider van het Amsterdams Buurtfilmfestival - ABFF
Geplaatst op

Find out more in subject

Verbeter je bedrijf

All articles with category

Voor klanten

Share this article on: , , linkedin or via