INTERVIEW met PAUL LAMERS, Tandarts, Tandartsenpraktijk Reigersbos

INTERVIEW met PAUL LAMERS, Tandarts, Tandartsenpraktijk Reigersbos

Ik weet van mezelf dat de gang naar de tandarts

 eigenlijk nooit echt ontspannen is,

daarom wil ik het in mijn praktijk elke dag weer leuk maken.

Ik ben van nature gewoon een blij mens,

en probeer altijd de spanning te breken 

door een gezellige sfeer te scheppen,

 zo zie ik dan ook vaak die spanningen bij mijn patienten afnemen.

 

Logo Paul Lamers

Paul Lamers (1960) heeft al 30 jaar een tandartsenpraktijk in het winkelcentrum Reigersbos in Amsterdam-ZuidOost. Dit jaar is het een jubileumjaar voor Paul en terecht. Als een vast baken in Amsterdam-ZO heeft hij in deze bescheiden, knusse praktijkruimte, midden in een multiculturele wijk, al zoveel mensen langs zien komen en tandheelkundig geholpen.

Zijn houding, binnen deze smeltkroes aan verschillende culturen, is die van: “Ik kom elke dag met zoveel culturen in aanraking, dat het net lijkt of ik elke dag weer op vakantie ga. Ik heb het gevoel hier in mijn praktijk, dat ik met échte mensen omga, gewoon omdat zij allemaal zo zichzelf zijn. Daar kan ik juist heel goed mee overweg. Ik heb moeite met mensen, die hooghartig zijn of een blufhouding aannemen, maar hier in deze praktijk, kom ik die eigenlijk niet tegen.”

Deze basishouding maakt de sfeer in zijn praktijk zo open en gastvrij. Je voelt je altijd direct welkom en dat wekt heel veel vertrouwen. Dat maakt daardoor een tandartsenbezoek wel heel relaxed.

Niets is er belangrijker voor een bezoek aan een tandarts dan dat….

                                             

HOE KOM JE ER BIJ OM VOOR DE OPLEIDING TANDHEELKUNDE TE KIEZEN?

Paul Lamers had na zijn VWO-opleiding, waar hij ook Grieks en Latijn in zijn pakket had, het idee om klassieke talen te gaan studeren en daar werkte hij in zijn middelbare schooltijd ook naar toe. Uiteindelijk op aanraden van zijn vader, die biologieleraar was, ging hij verder nadenken om misschien iets in de bio-medische sector te gaan doen. Zelf vroeg hij zich af of huisarts, waar je veel te maken krijgt met allerlei problemen van mensen of dierenarts, waar je ook op een gegeven moment dieren moet kunnen laten inslapen, of dat wel zijn toekomstbeeld was. 

De medische wereld bleef hem trekken, maar hij wilde ook wat met zijn handen doen en via een Open dag voor de studie tandheelkunde, was Paul gelijk verkocht, hoewel hij het vroeger helemaal geen pretje vond om naar de tandarts te gaan. Dat kwam vooral, omdat vroeger de behandeling bij de tandarts ook heel anders was, zoals minder verdovingen, e.d. 

Paul zei daarover: “De reden was, dat vroeger het gros van de mensen in het Ziekenfonds zat, waar helemaal geen verdovingen bij inbegrepen waren. Een verdoving moest je zelf bekostigen. Doordat na de oorlog er heel snel, heel veel tandartsen werden opgeleid via het Ziekenfonds met alleen maar de basiskennis en echt meer niet, hebben daardoor veel mensen een trauma opgelopen. Die opleiding was eigenlijk veel te kort en te basaal. Dat was helemaal niet goed. Maar na de oorlog was er zo’n tekort aan tandartsen, dat zij het op deze manier wilden oplossen. Als je nu bijvoorbeeld zonder verdovingen zou werken, dan lopen de mensen zo bij je weg, dat is nu echt ondenkbaar. Daarin kan je al zien dat de hele praktijk binnen de tandheelkunde behoorlijk is veranderd.” 

JE KEUZE WAS GEMAAKT VOOR TANDHEELKUNDE, HOE GING DAT VERDER?

‘Hoewel ik best goede cijfers op mijn eindexamen had gehaald, moest je in die tijd je nog voor deze studie inloten. Ik werd het eerste jaar helaas niet ingeloot en ben op aanraden van een kennis uitgeweken naar de universiteit in Gent in België en kon daar wel gelijk beginnen. 

Het tweede jaar werd ik wel ingeloot en kon mijn opleiding hier in Amsterdam verder afmaken. Het is een 6-jarige opleiding met 2/3 deel praktijk en maar 1/3 deel studietijd en colleges, dat lag mij heel goed.’

ALS JE DAN JE OPLEIDING AFGEROND HEBT, HOE ZET JE DAN EEN PRAKTIJK OP?

‘Ja dat was best wel apart. Toen ik afstudeerde was er een wachtlijst van wel 1000 man, die allemaal een praktijk wilden en allemaal moesten wachten voor een plek. Eerst was het zó geregeld, dat je op die enorme lijst kwam en op je beurt moest wachten. Deze lijst werd op inschrijfduur afgewerkt, maar dat bleek in de praktijk helemaal niet te werken. De reden was, dat ze er snel achter kwamen, dat niet iedereen zomaar in een willekeurige praktijk past. Deze regel is dan ook na een jaar stopgezet. Toen het uiteindelijk was veranderd, kon ik wel direct en vrij een praktijk gaan uitzoeken, die te koop werd aangeboden. Zo heb ik deze huidige praktijk binnen redelijk korte tijd kunnen kopen. 

Wel moest ik na mijn studie eerst nog 1½  jaar in dienst, waar ik als tandarts kon werken en heb daar direct al heel wat ervaring kunnen opdoen. Na mijn diensttijd in 1988, ik was toen rond de 27 jaar, ben ik eerst in een praktijk in Bussum gaan werken Daar had ik binnen een praktijk, zoals dat heet een tweede stoel. Daarna ben ik gaan les geven op een tandartsenassistenschool. In die periode werd het dus mogelijk om vrij naar een praktijk te zoeken en ben dus uiteindelijk hier terecht gekomen. En het specifieke van deze mulitculturele praktijk past mij heel goed. Het verbaast mij gewoon, hoe verschillend mensen kunnen zijn, maar deze praktijk ligt mij 100 keer meer dan wat ik in de praktijk in Bussum aantrof. Zij zijn daar minder zichzelf als wat ik in deze praktijk tegenkom en dat maakt het hier juist zo uniek.

NU ZIJN WE OP HET PUNT DAT JE JE EIGEN PRAKTIJK KON STARTEN

‘Ja, hoe start je een onderneming, hoe ga je daarmee om?

Dat is inderdaad een heel apart gevoel. Ten eerste kwamen mijn ouders beiden uit het onderwijs en het begrip ondernemerschap heb ik niet bepaald met de paplepel meegekregen. Ten tweede speelt bij de opleiding tandheelkunde dat je als tandarts ook ondernemer wordt geen enkele rol. Ik heb mijzelf ook echt afgevraagd of ik wel ondernemer zou worden, door zelf een praktijk te openen. Niet alleen omdat ik niet alleen niets wist van een onderneming runnen, maar het was ook niet gemakkelijk om een nieuwe praktijk te beginnen. De reden was dat je van het Ziekenfonds geen patiënten kreeg als je een nieuwe praktijk wilde starten. Als je geen contract met het Ziekenfonds had, dan kon je het wel schudden. Dit maakte voor mij de drempel heel hoog om als zelfstandig tandarts te beginnen.’

                                   

HOE IS HET JE DAN TOCH GELUKT OM EEN PRAKTIJK TE OPENEN?

‘Ik stond op een gegeven moment voor de keuze om mezelf in een bestaande praktijk in te kopen. Dat werd een compagnonschap met een tandarts, Hendrik Jan de Kluiver, die deze bestaande praktijk al had. Bij hem ging juist een compagnon weg en zo kon ik zijn plaats innemen. Ik kocht dus mijn deel in de praktijk in. Op 1 oktober 1989 tekende ik het contract en werd de praktijk mede van mij. Bij die hele voorafgaande periode vond ik de drempel om tot het ondernemerschap te komen, heel hoog. Het was ook een ongekend gebied voor mij en zo lang je nog voor die drempel staat, blijf je je maar afvragen wat er allemaal niet kan gebeuren. Gelukkig in die periode kon je nog zo naar de bank voor een lening, die je ook heel makkelijk verleend werd. Dan is de stap dat je aan de gang gaat opeens heel dichtbij en ging je gewoon maar beginnen. Dat was een heel gek gevoel, maar ineens is die hele hoge drempel dan ook verdwenen. Zo weet ik nu, dat je altijd gewoon die drempel over moet gaan. Het blijkt gewoon dat je dat kan. Na die stap was ik dus tandarts in een praktijk en vroeg mij echt af, hoe heb ik mij er zo druk over kunnen maken. Dat enorme tegen die drempel opzien van de start van een onderneming was gewoon helemaal weg.

Misschien kwam die weerstand ook wel, doordat ik niet specifiek er naar toe had gewerkt om een ondernemerte worden, maar de nuance zit in het feit, dat ik wel het liefst een eigen praktijk wilde opbouwen om als tandarts mijn beroep uit te oefenen.‘

TANDARTS ZIJN ÉN EEN ONDERNEMING RUNNEN ZIJN TOCH WEL TWEE VERSCHILLENDE DINGEN?

‘Ja, om een praktijk te runnen ben je ook belast met allerlei administratie, facturen, belastingen, debiteuren, inkopen, enz. Dat moest ik mezelf dus in de praktijk langzamerhand eigen maken. Je bent niet alleen maar tandarts, maar nu ook tandarts-ondernemer. Doordat deze praktijk al een tijd bestond, was het eigenlijk relatief makkelijk voor mij. Ik hoefde alleen maar de stoel in te vullen en de rest van de nota’s en adminstratie, enz. deed Hendrik Jan eigenlijk allemaal toen nog. Langzamerhand ging ik wel meer van de boekhouding overnemen en wilde ook gewoon weten hoe alles zo’n beetje in elkaar stak. Ik ben toen met de boeken naar mijn eigen boekhouder gegaan en kwam er snel achter dat belastingaangiften en ook de administratie nog heel veel vragen opriepen, waar ik geen idee van had. En zo kom je er al vallend en struikelend achter hoe een onderneming werkt. Ik ben er echt bij stukje en beetje ingegroeid, door al die vragen, die mijn boekhouder mij stelde over bijvoorbeeld  verdeling van de techniekkosten, onderhoudskosten, e.d.  Het was bij mijn start binnen deze praktijk eerst allemaal op één grote hoop gegooid, waarin het helemaal niet echt duidelijk was, hoe de verdeling eigenlijk was gemaakt. Door mij er steeds meer in te verdiepen, werd ik steeds beter als ondernemer. De verdeelsleutel was op een gegeven moment ook goed geregeld en de administratie werd ook steeds helderder voor mij.’

JE WAS GESTART ALS COMPAGNON IN DEZE PRAKRIJK, MAAR NU RUN JE DEZE PRAKTIJK WEL ALLEEN?

‘Na zeven jaar samenwerken, verliet Hendrik Jan deze praktijk, om zich in Huizen als tandarts te vestigen. Hij kwam min of meer ook zelf uit die regio. Dat was voor mij niet echt een probleem, omdat de praktijk al in evenwicht was. Toen Hendrik Jan de praktijk ging verlaten, kwam er daardoor wel een werkplek vrij. Nu was het al die tijd heel prettig geweest om met Hendrik Jan samen te werken. Doordat er nu een mogelijkheid ontstond, dat hij zijn deel zal verkopen aan een ander, zat ik daar niet zo op te wachten. Stel dat hij het verkoopt aan iemand met wie ik niet goed zal kunnen samenwerken, dan zou ik de rest van mijn leven in een onbalans verder moeten werken. Daar had ik helemaal geen zin in en heb gelijk besloten, dat ik zijn deel van de praktijk ook zou overnemen. Financiëel was dat voor mij gewoon haalbaar. Het gevolg was wel dat ik daarna in feite een dubbele praktijk had. In die periode heb ik nog wel wat tandartsen, die net van de opleiding kwamen, op de tweede stoel erbij gehad. Die dubbele praktijk was toentertijd voor mij eigenlijk anders wat te veel. Ik werkte toen ook nog één keer per dag op de School voor Tandartsassistenten, daar gaf ik al les voordat ik bij deze praktijk kwam en dat heb ik zo’n 10 jaar gedaan. 

Zo heb ik in het begin verschillende starters op mijn tweede stoel gehad, die ik ook zo veel mogelijk bij hun start ondersteunde. Daar kwam mijn ervaring als leraar goed van pas. Ook ben ik gelijk met FAMED gaan samenwerken, omdat al die facturenproblematiek met debiteurenproblematiek mij te veel energie kostte. Die energie wilde ik aan mijn praktijk geven en niet aan dit soort zaken. Famed is voor mij echt een uitkomst, zij nemen het hele facturenbedrag over en daar betaal je dan voor. Famed gaat zelf dan achter de facturen en incasso’s aan. Ik heb daar dus geen omkijken meer naar. Ik kan mij dan veel meer op mijn behandelingen met patiënten richten.’

                           Paul Lamers in zijn praktijk

MAAR DE TIJDEN VERANDERDEN, OOK IN HET VERZEKERINGSLEVEN

‘Ja, zo hield in 1995 het Ziekenfonds op te bestaan. De regels van het Ziekenfonds waren voor de patiënten heel bindend. Als je in de marge van een maand ervoor of erna de afspraak niet was nagekomen, dan stopte het Ziekenfonds deels de financiële dekking voor je. 

Daarna kwamen de particuliere tarieven die door de overheid worden gehanteerd. In de praktijk bevatte die regeling voor één en dezelfde handeling, bv. een vulling, wel vijf soorten tarieven. Dat was een heel gedoe om uit te zoeken, welk tarief voor wat en wie moest worden doorberekend. Ergens klopt dat ook niet en is het ook niet heel helder. Je moet niet anders betaald worden, omdat de klant toevallig in een andere situatie zit. Dat is op een gegeven moment ook weer veranderd en er zijn nu wel uniforme particuliere tarieven. De tarieven voor de basisbehandelingen waren ook eerst in het basispakket van de zorgverzekeringen opgenomen. Alleen moest je een aanvullende tandartsverzekering afsluiten als je meer dan een standaard behandeling wilde, zoals bv. een kroon. Ook dat werd weer veranderd en nu zijn ook alle tandartskosten uit het basispakket gehaald en kan je alleen je tandartskosten verzekeren met een aanvullende verzekering.’

MERKTE JIJ BIJ DE UITHOLLING VAN DE KOSTEN BIJ DE VERZEKERINGEN DAAR IN DE PRAKTIJK VEEL VAN?

‘Ja, dat merkte ik zeker. Patiënten kwamen minder en ook kwamen ze eerder in incasso’s terecht. Ook bleven ze veel langer weg, en lieten niet elk half jaar een gebit controleren. Natuurlijk waren er ook patiënten, die helemaal niet meer kwamen, alleen maar omdat ze geen geld hadden om een basisverzekering te betalen. Op deze manier holde ook nationaal de tandheelzorg én gezondheidzorg achteruit. Zelf ben ik al helemaal niet zo, dat als iemand een kies laat trekken en ze willen geen kroon of brug, dat ik het er dan probeer door te drukken. Ik begrijp dat en wil ze ook niet opzadelen met dure kosten. Er zijn ook genoeg omstandigheden waaruit blijkt dat het ook helemaal niet nodig is. Niet altijd pakt het voor het gebit meteen verkeerd uit, dus dan laat ik het zo. Zelf ben ik toentertijd na de terugval van patiënten niet in een moeilijke financiële situatie gekomen. Mijn praktijk bleef in evenwicht, Ik had in feite door die dubbele praktijk voldoende patienten over.’

WAAROM HEB JE NOOIT MEER DE KEUZE GEMAAKT OM JE PRAKTIJK TE VERGROTEN?

‘Ja, mijn praktijk is relatief klein en heb financieel alles goed onder controle. Dat heeft grote voordelen. Ik doe nu alles alleen, zowel zakelijk als de praktijk, hoewel ik wel een praktijkassistente heb. Bij een grotere praktijk zijn de overhead-kosten juist prima, maar ik moet ze wel terugverdienen. De opbrengst van mijn onderneming komt wel uit de behandelingen vanuit deze stoel en daarnaast ga je dan heel gauw kosten opbouwen van niet facturabele werkuren. Kortom na die afweging met alle voor- en nadelen, vroeg ik mij af, of ik wel zo groot wil worden. Ik kom tot de slotsom dat ik verder niemand in dienst wil, al heb ik wel een stoel over in de praktijk. Je verdient met een grotere praktijk helemaal niet zomaar méér.

Je verdiensten zijn dus niet zo snel groter, omdat in mijn situatie het dan in feite gewoon één praktijk blijft met meerdere tandartsen, extra assistentes, enz. Ik heb ook nooit nieuwe patiënten aan genomen, er was natuurlijk wel een natuurlijk verloop, zoals geboortes, verhuizingen, enz. Maar acquisitie heb ik nooit hoeven te doen. Nu alle voor en tegens op een rijtje te hebben gezet, heb ik op deze basis besloten, mijn praktijk alleen zo voort te zetten.’

HOE ZIEN JE DAGEN ERUIT IN DE PRAKTIJK?

‘Ik heb wel zes dagen in de week gewerkt van meer dan 60 uur. Ik werk momenteel nog vier dagen per week in de praktijk van 6:45 uur tot 16.50 uur. Vrijdags ben ik vrij, maar dan doe ik meestal de administratieve zaken thuis. Dat werd vroeger door mijn voorgaande assistenten gedaan, maar dat pakte niet altijd goed uit. Er werd vaak slordig omgegaan met het invullen van de facturen, zodat ik altijd alles nog opnieuw moest controleren. Toen besloot ik dat ik het net zo goed zelf kon doen en heb dan ook meteen het zakelijke gedeelte helemaal zelf in de hand. Wel doet mijn vrouw, die een heel grote support is in deze praktijk, alle verdere administratie en boekhouding. Het is een heel goede wisselwerking tussen ons. Ze heeft zelfs een boekhoudcursus gedaan en is ook heel accuraat en geweldig punctueel. Ook valt ze altijd in als één van de assistentes vrij heeft of ziek is. Wij kennen elkaar al 32 jaar en zij is in deze praktijk ook helemaal meegegroeid. Dat is natuurlijk fantastisch. Zo vind ik het, na 30 jaar deze praktijk te runnen, het nog steeds heel erg leuk om te doen. Ik pas nu gewoon alleen mijn tempo aan. Voor je het weet, zit ik hier na mijn pensioen nog……

 

 

 

PAUL LAMERS' ADVIES VOOR STARTERS:

Probeer de kosten in de hand te houden, kijk goed hoe laag je de kosten kan houden. 

  • Je bent zo gauw geneigd je inkomsten te zien als winst, maar vergeet niet je afschrijvingen, de belasting, e.d. 
  • Als je dat overzicht niet goed op orde hebt, kan je heel gauw schrikken van wat je werkelijk verdient. 
  • Laat niet je kosten zomaar oplopen en dan later inzien dat je er te weinig inkomsten tegenover hebt staan, dan werk je jezelf heel gauw in de problemen, vooral met de belastingdienst.
  • Blijf niet voor die drempel staan, wees niet bang een onderneming te beginnen, als je de keuze maakt en eenmaal bezig bent, dan merk je dat die drempel veel hoger lijkt dan hij is.
  • PAUL LAMERS, Tandarts

    Tandartsenpraktijk Reigersbos

    Rossumplein 9,

    1106 AX AMSTERDAM-ZO

    Telefoon: 020-69 721 453

     

    Email: info [at] tandartspraktijkreigersbos.nl

    Website: www.tandartspraktijkreigersbos.nl

     

 

 

 

 

 

 

INTERVIEW met WILLEM HOOGENSTRIJD - Fysio- en psychomatsche fysiotherapeut en acupuncurist SFR Beweegt

INTERVIEW met WILLEM HOOGENSTRIJD - Fysio- en psychomatsche fysiotherapeut en acupuncurist SFR Beweegt

Ik miste bij mijn opleiding fysiotherapie alleen nog wat stukjes om een mens écht te helpen.

Daarom heb ik daarnaast zowel acupunctuur, over energiestromen,

als psychosomatische fysiotherapie, over emoties,

 gestudeerd.

Deze drie aspecten zijn voor mij bij de behandeling niet te scheiden, 

ze lopen in elkaar over.

 

                                                                                               Logo SFR Willem Hoogenstrijk

Willem Hoogenstrijd (1957) is een voorbeeld van een heel energieke en empathische fysiotherapeut. Willem zit al 40 jaar in het vak en heeft zich in deze jaren steeds verder ontwikkeld om zijn kennis en kunde in dienst te stellen van zijn patiënten. Steeds zocht hij naar meer mogelijkheden om zijn patiënten nog beter te ondersteunen.

Zijn openheid en liefdevolle geduld voor zijn patiënten, is in deze huidige tijd goud waard. Een echte therapeut, die helemaal gaat voor zijn patiënten en zich zó kan inleven, waardoor hij ze ook gericht kan ondersteunen. De hele praktijk ademt ook deze sfeer uit. Het is als een oase van rust en veiligheid binnen de Rivierenbuurt in Amsterdam.

WELKE KEUZE’S  MAAKTE JIJ OM EEN FYSIOTHERAPEUT TE WORDEN?

Willem Hoogenstrijk: ‘Ik had, nadat ik de HAVO had afgemaakt, geen echt duidelijk beeld, wat ik wilde gaan worden. Eigenlijk had ik meerdere ideeën in mijn hoofd. 

Er waren toen in feite drie opties, waar ik mee speelde:

ten eerste bleek één van mijn beste vakken op school scheikunde te zijn en dacht toen dat ik daar maar wat mee moest gaan doen. Ik speelde met de gedachte om biochemie te gaan studeren, maar het idee om elke dag in een laboratorium met buisjes en stofjes te moeten gaan werken, was toch niet het toekomstbeeld dat ik voor ogen had.

Ten tweede had ik ook in mijn hoofd om fotograaf te worden. Van jongs af aan fotografeerde ik al heel graag en heel veel. In mijn middelbare schooltijd had ik zelfs een vakantiebaantje op de fotoredactie van het Parool en was al gauw in een positie, dat ik mede mocht bepalen, welke foto’s in de krant kwamen en welke niet. Zo ook  hielp ik mee de uitsnede van de foto’s te bepalen. Dat ging best wel heel ver. Ik was toen 17 jaar. Hoewel ik dit werk wel heel leuk vond, zag ik ook daar mijn toekomst niet in.

Dus bleef de derde optie over en dat was toch om fysiotherapeut te worden.

In die tijd was de fysiotherapie nog in opkomst, het was toen nog niet, wat het nu is. Eigenlijk was het redelijk nieuw. Ja, en ik hield wel van iets nieuws, dat was voor mij ook de uitdaging.

In die periode hadden mijn ouders een kennis, die al fysiotherapeut was en heb daar lange gesprekken mee gevoerd. Door zijn enthousiaste verhalen over het vak werd mijn keuze om met dit vak door te gaan, mede bepaald. Uiteindelijk had ik mijn keuze gemaakt en ben die 4-jarige opleiding Fysiotherapie in Amsterdam gaan doen.’

HOE GING DAT VERDER NADAT JE DE KEUZE VOOR DEZE RICHTING HAD GEMAAKT?

‘De stageperiode was eerst in een eerstelijns-praktijk, die ik overigens nu zelf ook heb, in Purmerend. Daarna heb ik ook nog stage gelopen in een verpleegtehuis in Wormerveer en de meest ingrijpende stage was in een psychiatrische inrichting in Castricum. Dat was echt een heel bijzondere ervaring. Er gebeurde daar zulke gekke dingen. Het is zo’n bijzondere wereld op zich en zeker op de besloten afdelingen. Het is echt een andere medische situatie zoals bijvoorbeeld suïcidale patiënten, die allerlei beschadigingen hebben opgelopen door hun gedrag.

Na mijn studie bleek het helemaal niet zo’n goede tijd te zijn om een plaats te vinden als fysiotherapeut. In de periode rond 1981 was het best heel lastig om met een verzekeraar contracten af te sluiten. Dat kreeg je niet meer zomaar. Uiteindelijk kon ik via via in een ziekenhuis in loondienst gaan werken, dat was in het Diaconessenhuis in Amsterdam bij het Vondelpark. Dat was best een apart, klein ziekenhuis. Daar heb ik ongeveer een jaar gewerkt, maar toen begonnen de bezuinigingen daar ook. Dat betekende wie het laatst in dienst is gekomen, die gaat er ook het eerst uit. 

Gelukkig had ik contact met een collega in de Rivierenbuurt in Amsterdam, die wist dat bij de Praktijk Wolkenkrabber een plekje vrijkwam.

Daar kon ik beginnen als waarnemer met de mogelijkheid misschien lid van de maatschap te worden. Zo had ik daar ongeveer een klein jaar als waarnemer gewerkt en werd daarna in de maatschap opgenomen. Ik was toen ongeveer 24 jaar en was op dat moment een zelfstandig ondernemer.’

HOE WERKTE DAT OM IN EEN MAATSCHAP OPGENOMEN TE WORDEN?

‘Het was al nooit mijn ambitie geweest om in loondienst te werken. Het voelt voor mij ook niet goed iemand ‘boven’ mij te hebben, die vertelt wat je wel of niet moet doen. Ik werkte er altijd al naar toe om een eigen ondernemer te worden. 
Zo was het eerste jaar in het ziekenhuis prima, daar heb ik heel veel ervaring door opgedaan. Dat is heel goed voor een start. Maar de stap naar de maatschap, als eigen ondernemer binnen die groepspraktijk, was wel meer wat ik echt wilde.

Om in een maatschap binnen te komen, moet je je voor een deel inkopen en het voor een deel verdienen. Het kapitaal, dat ik in de maatschap geïnvesteerd had, had ik geleend bij de bank. Dat bedrag krijg je door jaren in die maatschap te werken er ook weer uit. In deze maatschap heb ik vijf jaar gewerkt en het bleek dat maatschappen nogal eens uit elkaar vallen. Dat komt doordat in een groep zelfstandigen verschillend kan worden gedacht over het zakelijk beleid. Dat kan nogal gaan botsen. Je bent in een maatschap wel een zelfstandige, maar wel een zelfstandige in een zakelijk collectief. Dat is het verschil als je op jezelf een praktijk hebt. Bij een maatschap heb je wel te maken met je collega’s, die ook helemaal zelfstandig willen zijn. Dat maakt het soms moeilijk om zakelijke afspraken te maken en te handhaven. De reden dat ik deze maatschap verliet, was dat ik het met de verdeling én de inbreng van de vergoedingen niet eens was. Ik kon ook niet verder achter de financiële situatie staan. Vanaf die tijd ben ik verder gegaan in de maatschap in een pand op de Zomerdijkstraat.’


                                    Willem Hoogenstrijd aan het werk

JE BENT UIT DIE MAATSCHAP GESTAPT, HOE BEEINDIG JE DAT?

‘Als je een maatschap verlaat, dan word je niet uitgekocht, maar zeg je je maatschap op. In feite ben je daarna vrij. Wel krijg je nog een vergoeding voor wat je hebt ingebracht of je verkoopt je aandeel aan een volgend lid, die er juist in wil stappen.’

DAARNA BEN JE WEL WEER IN EEN ANDERE BESTAANDE MAATSCHAP GESTAPT, HOE GING DAT?

‘Ik ben eerst begonnen als ZZP-er bij de groepspraktijk op de Zomerdijkstraat en huurde daar een praktijkruimte voor mijzelf. Pas na een jaar heb ik mij ingekocht in de maatschap van de groepspraktijk in de Zomerdijkstraat. Dat was een maatschap met zes mensen. Maar als een rode draad in mijn leven, is ook deze maatschap na een aantal jaren uit elkaar gevallen om dezelfde redenen. Weer voelde ik mij bij hun zakelijke beleid niet goed. De reden van het uiteen vallen gaat altijd weer over de situatie om de praktijk heen, dus nogmaals nooit over het inhoudelijke vak zelf, maar over de verdeling van het werk, de input voor de zakelijke kant, de PR, boekhouding, enz.

In deze crash is er toen één lid uitgestapt en ben ik met de anderen in de maatschap gebleven. Ook dit weer voor een aantal jaren.’                                   

WAAROM IS DEZE MAATSCHAP TOCH IN EEN ANDERE VORM VERDER GEGAAN? 

‘Wij zijn gaan zoeken naar die kleinere praktijken hier in de Rivierenbuurt om een samenwerkingsverband aan te gaan. Het idee, wat ik toen had, was eigenlijk dat die kleinere praktijken niet echt zouden kunnen overleven met de schaalvergroting, dus ik wilde die krachten bundelen. Zo zijn we in gesprek gegaan met een aantal kleinere praktijken uit de buurt om te kijken wie er geïnteresseerd zouden zijn, om meer samen te gaan werken. Deze gesprekken hebben ongeveer een jaar geduurd voordat we een aantal mensen bij elkaar hadden, die hier wel wat voor voelden. Met deze mensen hebben we toen een nieuwe maatschap ingericht en ieder met zijn eigen specifieke inbreng. Dat heeft geleid tot deze huidige praktijk SFR BEWEEGT hier in de Trompenburgstraat in Amsterdam nu. De letters SFR staan voor Samenwerkende Fysiotherapeuten Rivierenbuurt. Het is een samenwerkingsverband van vijf praktijken, die wel allemaal fysiotherapeut zijn, maar allemaal met een eigen inzicht en specialiteiten. Wij zitten hier nu al weer 12 jaar in deze maatschap.’

                                         Praktijk Willem Hoogenstrijk

INHOUDELIJK BEN JIJ OOK VERDER GEGROEID?

‘Ja, zeker, zo begon mijn interesse voor acupunctuur al toen ik 15 jaar was. In die tijd las ik er al veel over. Het bijzondere was wel, dat ik een droom had, toen ik 16 jaar was, dat ik een oude Chinees was en aan acupunctuur deed. We dromen allemaal veel, maar deze droom was zó helder, dat ik het altijd onthouden heb en steeds verder mee in mijn leven meenam. Ik herkende mij als het ware in deze Chinees met die lange baard.. 

Alleen kan je in Nederland geen acupunctuur doen zonder dat je al een gerichte opleiding hebt gedaan. Je moet eerst medisch geschoold zijn om deze acupunctuuropleiding te volgen. Dat was uiteindelijk mede de reden dat ik ook fysiotherapie ben gaan volgen en ben toentertijd ook gelijk erna die 2-jarige opleiding gaan doen. Acupunctuur was dus ook al gelijk een onderdeel van mijn praktijkbeoefening geworden. 

En toch miste ik nóg een aspect om mensen echt te helpen. Fysiotherapie op zichzelf, is heel erg gericht op het fysieke van de mens. Acupunctuur is juist weer gericht op de energiestromen, maar ik wilde ook iets meer weten over het emotionele van de mens. Vanaf dat moment ben ik ook de drie jarige studie psychosomatiek gaan volgen. Dat gaf mij meer een compleet beeld van de mens, die je behandelt.

Voor mij zijn deze drie aspecten van een mens niet te scheiden, ze lopen in elkaar over. Zo zie ik zelden dat een klacht louter lichamelijk is. Zelfs bij een fysieke val, gaat het niet alleen om de fysieke ongemakken, maar ook hoe viel iemand en hoe gaat hij er mee om. De psychosomatiek is er vooral op gericht een patiënt te ondersteunen om met zijn ongemakken om te gaan. Zo kunnen twee mensen met dezelfde klachten binnenkomen en doet de ene mens er veel langer over om te genezen dan de andere. Dan blijkt dat er veel meer annex is en daar ga je dan ook mee aan de slag. Dan ga je onderzoeken, waar het wringt. Dus ik stel niet alleen de vraag, “waar doet het pijn, maar vooral wat betekent het voor jou?” Zo kan je bijvoorbeeld iemand helpen door zijn angst voor een foutief beeld over zijn klacht weg te nemen. Ik mag wel mijn mening geven over ziekteverschijnselen, maar geen diagnoses stellen. Zo kan je mensen leren anders tegenover hun klachten te laten staan. Voelen ze zich nog niet bevestigd, dan stuur ik ze ook door naar de huisarts. Dat doe je ook als er meer aan de hand is, dan wat ik voor ze kan doen. Ik zie elke patiënt als volledig mens en dat merk ik ook aan de resultaten.’

IS HET DAARDOOR NIET EEN HEEL ZWAAR FYSIEK BEROEP?

‘Zo is ons beroep heel gericht op het aanraken van mensen, in onze wereld is er  heel weinig spontaan fysiek contact, maar in ons beroep is dat vooraf al totaal geaccepteerd. Dat is ook de kracht van ons beroep. 

Ik werk nu 40 jaar in dit beroep en merk nu wel dat het fysiek zijn tol gaat eisen. Ik ben zelf ook al een stapje terug gaan doen, om zo nog wel mijn kwaliteit van werken te verzekeren. Nu werk ik nog gemiddeld 35 uur en dat is mijn maximum. Wat wel zo is, is dat je niet alleen mensen masseert, maar ook revalideert en begeleidt na een operatie, bijvoorbeeld. Zo komen er ook mensen, die zich moeten leren ontspannen en dan ben je bezig met ademhalings- en ontspanningsoefeningen. Het fysieke werk is uiteindelijk in de praktijk iets van 20% van al je werkzaamheden. Maar als je dan iemand werkelijk ziet opknappen, tijdens de behandelingen, dan geeft dat echt voldoening.’

ADVIES VOOR STARTERS?

Durf te investeren, dus durf ook gewoon geld te lenen voor het werk, waarin je gelooft.

  • Het is niet alleen, dat je er veel tijd in moet stoppen, maar ook gewoon geld. Wees daar niet bang voor, want het laat zich vroeg of laat uitbetalen, als je maar volhoudt en erin blijft geloven.

 

Willem Hoogenstrijd, 

Acupuncturist, Fysio-psychosomatische fysiotherapeut

SRF Beweegt Rivierenbuurt Amsterdam

Therapie & Training

Telefoon : 020-644 95 68

Mail:  info [at] sfrbeweegt.nl

Website: https://fysiotherapierivierenbuurt.nl

 

INTERVIEW met VICTOR ENGBERS - Cultureel ondernemer, community kunstenaar en schrijver

INTERVIEW met VICTOR ENGBERS - Cultureel ondernemer, community kunstenaar en schrijver

De wereld is mijn oester

en ik wil juist daaruit breken,

om dan dingen uit te proberen,

die ik nog niet gedaan heb, 

dat vind ik leuk.

Ik ben heel nieuwsgierig, 

en zoek altijd naar nieuwe uitdagingen.

Mijn kunst houd ik zo breed

en dat doe ik eigenlijk heel bewust om die reden.

Bij het aanbellen bij een zeer oud, voormalige drukkerij met grote tochtige garagedeuren in het hartje van de Jordaan in Amsterdam werd ik binnengelaten in een enorm atelier. Ik werd daar zeer gastvrij ontvangen door Victor Engbers met verse croissants (die we eerst nog even samen zijn gaan halen) en met echte Italiaanse pruttelkoffie en gingen we zitten aan een oude robuuste werktafel. 

Victor Engbers (1970) is een echte kunstenaar. Zijn kunst leeft niet alleen om hem heen, maar bruist ook echt in hem. Hij woont in zijn atelier vol beeldende kunstwerken en heeft een vriendin, die haar eigen huis heeft. Dat het bruist, blijkt uit alles waar Victor mee bezig is. Het verhaal, dat hij mij vertelde, kende ondanks zijn enorme verscheidenheid aan kunstaanbod, ook een heel integere toon. Opmerkelijk als je in dit gesprek hoort, hoe hij de kunstwereld is ingerold. Dat moest blijkbaar gewoon zo zijn in zijn leven en dat voor een afgestudeerd rechtenstudent, die eerst even dacht dat dáár zijn toekomst lag.

Zijn hele levensloop is opgebouwd als een kunstwerk op zich. Het is een avonturenroman, waarin hijzelf in feite de hoofdrol speelt. Een heel zachtaardige, bescheiden persoonlijkheid, die zijn eigen kunst dient en zo door zijn kunst heen zich heel breed wil uitdrukken.

WAT IS JOUW ACHTERGROND, EN HOE VERLIEP DEZE?

‘Ik heb een onbezorgde, fijne beschermde jeugd in Brabant genoten. Mijn vader was   leraar en moeder werkte in de pleegzorg en zij was er voor ons helemaal. Ik ging na de lagere school naar de Middelbare Streekschool en heb daar mijn VWO gehaald. Daarna ging je eigenlijk ook automatisch studeren, die lijn zat ook wel in mijn familie, mijn broer is bankier geworden en mijn zus rechter. Bij mijn keuze voor een studie heb ik nog wel even nagedacht om naar de Design Academy in Eindhoven te gaan, maar uiteindelijk koos ik toch voor om Rechten te gaan studeren in Leiden. Eigenlijk met het idee om diplomaat te worden, ingegeven door het boekje ‘Bougainville’ van F. Springer, waarin hij een verhaal beschrijft waarin een diplomaat op een klein eilandje in Bangladesh een heerlijke zonnig en gemakkelijk leven leidde. Dat was natuurlijk geen sterke basis voor een toekomst. Maar mijn studie, waarin ik overigens wel de richting van Auteursrecht deed, vond ik heel interessant, met name de verhalen over kunstenaars, kunstprojecten en hoe het bijvoorbeeld fout kan lopen met het fenomeen plagiaat. Toch ben ik hier na mijn studie niet mee verder gegaan, maar ben eigen heel snel na mijn studie journalist geworden.’ 

HOE KWAM HET, DAT JIJ JOURNALIST WERD NA JE STUDIE RECHTEN?

‘Met die wereld van het Recht was ik na mijn studie eigenlijk wel een beetje klaar. Dat leven werd het gewoon niet.Ik had een goede vriend, Joost Pollmann, die zelf journalist is. Hij was het, die mij al heel snel na mijn studie vroeg of ik niet een stukje wilde gaan schrijven. Mijn eerste interview was dan ook direct al met een bekende Nederlander, Gummbah.  Dat vond ik heel leuk om te doen. Vanaf die tijd ben ik blijven schrijven.Joost Pollman heb ik leren kennen, bij de ‘Stripdagen’ in Haarlem, die hij organiseerde. Dat is een heel mooi festival, dat echt niet alleen over Suske en Wiske gaat, waar overigens ook niets mis mee is, maar het gaat voornamelijk over Graphic Novels, echt over de strip als Kunst.Ik heb nog lang daarna geschreven en eigenlijk doe ik dat nog steeds. Alleen heb ik het een jaar of vijftien heel fanatiek gedaan en tevens heel goed geld aan verdiend, als freelancer. Het werd een bloeiend bedrijfje met een kantoor op het Singel. Tevens had ik in die periode nog een post-doctorale opleiding Journalistiek gedaan en later nog een cursus copyright. Het was voor mij dus een heel goede business en schreef veel over kunst en kunstenaars. Zo ging ik ook regelmatig naar filmfestivals en sprak ik met wel bekende regisseurs en acteurs. De richting van de kunst werd dan ook echt mijn specialiteit en ik publiceerde in van alles en nog wat, van het NRC-Handelsblad tot de AVRO-Bode.’

 

HOE KWAM JE AAN CONTACTEN VOOR JE VERHALEN? 

‘Zowel via Joost Pollman en de contacten gingen ook vrij snel vanzelf. Zo heb ik bijvoorbeeld ook een junket-interview gedaan met Meryl Streep en o.a. George Clooney, dat was geen interview één op één, maar dan zit je met zeven of tien journalisten om de tafel met een filmster en dan schrijf ik een stuk voor bijvoorbeeld de Elegance over Meryl Streep of George Clooney. Toch vond ik zelf het meest interessant de interviews met bijvoorbeeld architecten, kunstenaar of filmmakers, mensen die expert op hun gebied waren en ik had in die tijd contacten metbladen waar ik deze verhalen goed aan kwijt kon.’

WANNEER KWAM BIJ JOU DE ECHTE OMSLAG TOT KUNSTENAAR?

‘Nadat ik nog een korte periode na mijn studie in Leiden had gewoond, ben ik in Amsterdam gaan wonen. Het bleek dat ik steeds meer kunstenaars als vrienden kreeg, van wie er ook best veel de Dogtime opleiding aan de Rietveld Academie deden, dat is een vijfjarige bachelor avondopleiding. Dat ben ik toen ook gaan doen.

Hoewel ik dus een redelijk bloeiende freelance business had met schrijven ging ik toch deze opleiding doen. Dat was heel intensief, maar ook heel erg leuk. Het bleek dan ook na twee jaar dat mijn hele freelance business was opgedroogd en stond voor de keuze wat ik nu verder zou gaan doen. Maar eigenlijk kon ik van die tijd al niet meer terug. Op dát moment ben ik gestopt met die opleiding, maar ben wel door gegaan met de kunst. Kunst maken is nu echt mijn streven.

De keuze was dus gemaakt. Nu moest ik mijn geld gaan verdienen met wat ik maak. Ik wist al dat het niet veel geld zou opleveren, maar dat gaf niet.’

NU STOND JE INEENS VOOR DE START VAN JE KUNSTENAARSLOOPBAAN?

‘Ja, samen met een goede vriendin, Ina Smits, hadden we plannen. Het begrip festivalkunst kwam toentertijd net van de grond en wij zagen dat al zo’n beetje opkomen. Wij wilden toen met die festivals gaan samenwerken, zoals bijvoorbeeld voor het maken van decors, maar wij gingen wel echt voor de kunst. Zo zijn wij ons gaan specialiseren in grote objecten van hout. Pas later werkte ik ook wel met andere materialen. Door samen te werken met die festivals, konden wij ook een groot netwerk creëren. Omdat ik niet puur een beeldhouwer of een performance kunstenaar en ook niet een puur graficus ben, is de wereld mijn oester en vind ik het juist zo boeiend nieuwe dingen uit te proberen, die ik nog niet gedaan heb of met nieuwe materialen, waar ik nog nooit mee gewerkt heb en nog niet beheers. Zo mocht ik al gauw een beeld maken voor het Amsterdams Light Festival.Ook bleek dat ik al heel snel pitches, dat is een kort en krachtig voorstel in dit geval voor een kunstproject, mocht maken, zoals voor de museumnacht in Leiden, het deel van Naturalis, die een idee hadden voor een kindermuseumnacht. Daar hadden wij ook een leuk idee over en mochten aan dat project ook mee gaan doen. Bij dit soort opdrachten krijg je dan een aardig budget en dan kan je ook echt iets moois maken. Juist omdat ik ook professioneel schrijver ben, kan ik die pitches ook heel beeldend verwoorden, maar natuurlijk moet het wel ergens over gaan.’

HOE BOUWDE JIJ DIE KUNSTENAARS-LOOPBAAN VERDER UIT?

Doordat ik voor festivals werkte kon ik op een gegeven moment ook heel andere projecten opstarten, zoals het idee om een prentenboekje te maken. Bij het maken van dat boekje deed ik alles zelf, zoals het tekenen, het inkleuren, bedenken van de tekst en zelfs het drukken deed ik zelf. Voordat ik aan het tweede boekje begon, kreeg ik een klein beetje subsidie toegewezen. Deze subsidie had ik voor dit project ook aangevraagd. Daarmee ben ik naar Sicilië gereisd en heb daar in alle stilte dat stripboekje over Kapitein Knut geschreven en getekend. Door die verkregen subsidie was er gelijk een positieve druk om mijn werk binnen een bepaalde tijd af te maken. Dat werkte heel goed. Tevens heb ik voor dat prentenboekje met het logo ‘Het Gevaar’ T-shirts en truien ontworpen, die ik regelmatig verkoop. De praktijk leert dat ik bij alles wat mij aangeboden wordt niet graag ‘nee’ zeg. Dat is soms wel eens lastig, doordat het wel eens teveel is. Deze houding komt ook een beetje door mijn freelance verleden, waarin je heel gemakkelijk voor opdrachten kon worden gevraagd, waardoor ik er dan ook gelijk indook en er helemaal voor ging. Het ging dan van: “Hé, kan jij even een stukje schrijven over Innovatie in de bouwwereld?”. Hoewel ik er dan helemaal niet veel van dat onderwerp af wist, (ik was geen expert), ging ik daar toch direct mee aan de slag. Dat komt omdat ik altijd zo nieuwsgierig ben en zo’n opdracht meteen als een uitdaging zie. Dat onderwerp ging ik helemaal onderzoeken en kreeg op deze manier weer nieuwe kennis, die ik dan weer mee nam in mijn volgende projecten. Daarom is mijn kunst zo breed en om die reden houd ik dat bewust zo. 

Daarnaast ben ik altijd wel voor één of twee blaadjes blijven schrijven, tijdens de opbouw als kunstenaar en eigenlijk doe ik dat nog steeds.’

 

                                                

                     (Foto: Marloes Heineke)

 ALS JIJ JE KUNST ZO BREED WILT BLIJVEN UITOEFENEN, LEVERT DAT GEEN PROBLEEM OP?

Ja, soms leidt het wel een beetje tot problemen, omdat ik geen octopus ben met 8 armen. Er zijn echt tijden, dat ik tijd tekort kom en een beetje gas terug moet nemen. Bij deze momenten vraag ik mij altijd af, waarom ik dat allemaal weer doe. Maar in het algemeen vind ik het heel fijn om het lekker druk te hebben, want juist uit die flow komt ook weer inspiratie voort. Je moet zorgen in een bepaalde beweging te blijven. Dat wil niet zeggen dat ik geen stille periodes ken. Aan de keerzijde van een heel drukke periode zit altijd die kant waarin je heel goed moet blijven kijken waar je grenzen liggen en waar je staat. Zo blijf je altijd zoeken naar dat niet te vinden evenwicht. Zeker als kunstenaar leef je natuurlijk niet volgens vaste structuren. Deze moet je leren zelf te bewaken. Ook moet je zorg blijven houden voor de mensen om je heen.’

WAT WIL JIJ UITDRUKKEN ALS KUNSTENAAR, HEB JIJ EEN IDEE ACHTER JE KUNST?

 ‘Als eerste wil ik altijd  iets nieuws maken, wat nog niet is gemaakt. Dat is natuurlijk op zich een godsonmogelijke opgave. Alles is al wel een keer gedaan, maar toch wil ik daar naar streven. Zo heb ik tijdens het Amsterdamse Light Festival met het thema Biominicry in 2015-2016 een bijzonder project gemaakt met het idee dat je glas kan maken, dat licht kan geven. Dat kan dus niet, dat is wetenschappelijk onmogelijk. Dat komt, omdat glas een vast materiaal is en licht krijg je alleen maar door er energie aan toe te voegen. Ik ben toen heel veel research gaan doen, experts gebeld en heb zelfs enkele professoren benaderd. Zo kwam ik op het spoor van wat ‘Uraniumglas’ heet. Dat Uraniumglas bestaat al heel lang, zelfs de Romeinen kenden het al. Bij dit glas blijkt, als je er UV-licht op laat schijnen dat het glas dan oplicht. Van dat glas hebben we op dat festival een tuinkasje gemaakt en binnenin dat huisje was er dan gelegenheid om over het thema Biominicry te praten. Dit is een voorbeeld van een project waarmee ik iets nieuws maak. Voor zover ik weet, ben ik de eerste die van dit materiaal een huisje heeft gemaakt.

Ten tweede moet het stom  zijn. Dat wil zeggen dat mensen zich moeten afvragen of dit nu wel of geen kunst is. Daarbij wil ik het perspectief kantelen van de mensen. Een voorbeeld daarvan is, dat ik een project op Vlieland, op het festival ‘Into the Great Wide Open’, heb gedaan, dat deels theater, deels performance, deels participatie was. Op dat festival waren met name veel singer songwriters. Daar konden mensen zich dan aanmelden bij het ‘Hoofdkwartier van de expeditie’ om lid te worden van het ‘expeditieteam’. Zij liepen dan daar over het festivalterrein om op zoek te gaan naar de ‘cultuur’ van de singer songwriters. Deze writers volgden we dan ook en gingen we ‘onderzoeken’, hoe ze leven, eten, voortplanten, e.d.

Dit is dan zo’n voorbeeld om op een andere manier naar het festival te kijken, met een knipoog de ‘achterkant’ van deze singer songwriters te bezien. We deden in principe of het heel vreemde, wilde wezens waren en alsof het een antropologisch onderzoek was. Mensen gingen dan meespelen en renden over het terrein of wat dan ook. Deze ‘onderzoekers’ ervaarden dat niet als kunst, maar zij waren eigenlijk zonder dat ze het beseften deel van het kunstwerk. Dat soort dingen vind ik heel leuk om te doen. 

Eddie the Eagle Museum, dat een non-profit organisatie was en juist geen museum, maar een kunstcollectief, waar ik veel mee optrok, had als motto: ‘falen bestaat niet, faal beter.’ Dat gaf mij veel ruimte om gekke dingen te doen.

Ten derde moet het voor mij zelf spannend zijn om een kunstproject te maken en ten vierde een praktisch punt: als ondernemer stel ik mijzelf altijd de vraag: “Kan ik het mij veroorloven, word ik er niet heel veel armer van?"

                                     

OOK WORD JE EEN COMMUNITY KUNSTENAAR GENOEMD, KAN JE DAAR EEN VOORBEELD VAN GEVEN?

‘Er komt over niet al te lange tijd een wandkleed te hangen in de OBA in Amsterdam, de openbare bibliotheek. Dat is een project geweest, waarvoor ik twee maanden naar Japan ben afgereisd. Het is een doek, in samenwerking met 500 Japanners, die allemaal iets op het kleed geborduurd hebben. Elk borduursel heeft zijn eigen verhaal, er zitten in feite 500 verhalen in verwerkt. Daar heb ik de leiding over gehad en het ‘frame’ voor gemaakt. Dat was een heel bijzondere ervaring, omdat zoveel verschillende mensen met uiteenlopende leeftijden aan één zo’n kunstwerk hebben meegedaan. De contacten en verhalen van de mensen, die iets op het doek borduurden, waren heel divers en daardoor heel bijzonder. Ik ga ook nog een begeleidend boekje schrijven over wat je eigenlijk op dit wandkleed allemaal ziet. Dat zal het geheel, waar je naar kijkt, verdiepen. Het is dit kunstwerk waard. Dit wandkleed is eigenlijk een hele ervaringsweg.’

                         ​

WAT BETEKENT DAT VOOR JOU ZAKELIJK OM EEN KUNSTENAAR TE ZIJN?

‘Wat ik hoop is om zo mijn eigen wereld te bouwen. Dat stapelt zich ook een klein beetje op. Ik weet nu een paar dingen, zoals dat ik de mazzel heb, dat ik wat later in de kunstwereld binnenstapte, met enige ervaring in werken en opdrachten doen. Heb je dat niet, dan brand je op en wordt het heel vervelend. Het moet wel leuk blijven. Je kan niet zeggen: “Ik maak kunst en voor de rest heb ik nergens iets mee te maken”, dat werkt niet. Ook moet je uitkijken om niet in een succesverhaal te blijven hangen, zoals voor mij met dat lichtproject met dat Uraniumglas, maar ik zal mij daar wel eindeloos in kunnen profileren, omdat het wereldwijd een interessante markt is. Maar dat kan ik dus niet. 

Uiteindelijk weet ik, dat je naast het zijn van een kunstenaar, ook een ondernemer bent en daar moet je een evenwicht in zoeken. Ondernemers moeten zorgen dat er winst wordt gemaakt en dat gaat altijd over continuïteit. Als je kunst maakt, moet je zorgen dat je dat dus kan blijven doen. Dat betekent dat je bijvoorbeeld moet zorgen gezond te leven, dat betekent dat je in goede conditie blijft voor het maken van je kunst. Ook moet je zorgen voor voldoende resource, dus financiële middelen, want anders ben je daar alleen maar mee bezig. Je moet gewoon zorgen je zaakjes financieel goed op orde te hebben, juist om ruimte te scheppen om je kunst te kunnen maken. Als kunstenaar wil je altijd weer beter worden en groter worden, dat zijn allemaal zaken, die parallel lopen met ondernemerschap.’

ADVIES AAN STARTENDE ONDERNEMERS:

  • Wat ik niet heb gedaan, maar wat ik elke starter aanraad, is om een goed plan uit te schrijven waar je over vijf jaar wilt zijn, met de vraag hoe ziet mijn leven er over vijf jaar uit? Dan kan je goed overzien wat je daarvoor nodig hebt en wat je ervoor moet laten. Dat werkt echt heel goed.

 

  • Werk heel hard en zorg dat je het werk wat je doet ook leuk vindt.

 

  • Niet bang zijn om te ondernemen, er zit gewoon ook een zakelijke kant aan en alle menselijke handelingen rond ondernemen zijn gewoon ook hartstikke interessant.

 

  • Veel netwerken, levert goede resultaten op.


     

VICTOR ENGBERS - Kunstenaar 

Rozengracht 39 huis (garagedeuren)

Amsterdam

Telefoon: 06-26852770

www.victorengbers.nl

victorschaduw [at] gmail.com

 

 

INTERVIEW met DELPHINE GROOT - Eigenaresse Afrikaanse kledingwinkel Bobo Couture en Beauty Centre Bobo's Beauty

INTERVIEW met DELPHINE GROOT - Eigenaresse Afrikaanse kledingwinkel Bobo Couture en Beauty Centre Bobo's Beauty

Ik heb zoveel plezier in wat ik doe,

dat ik mijn werk niet zie als werk,

maar als een deel van mijn leven.

Ik hou van mensen en word er zelf blij van

als ik hen blij kan maken,

voor wat ik voor hen kan doen.

  

Delphine Groot (1989) is een zeer sociaal bewogen en opmerkelijk blijmoedige jonge vrouw. Ze is geboren in Mali en met haar 8ste jaar naar Nederland gekomen. Zij wist al heel vroeg dat ze later zelfstandig wilde zijn en een eigen onderneming wilde.

Na haar studie Internationale Ontwikkeling aan de UvA in Amsterdam zag zij hoe gevoelig ontwikkelingswerk is en ook de onvermijdelijkheid van de niet gehaalde eindresultaten.

Zij zag hoe het niet werkte en is op haar manier haar onderneming gestart, waarin die kwetsbare doelen wel gehaald konden worden.

Zij leert de doelgroep op eigen benen te staan. Dan kunnen de mensen altijd verder, ook als de hulpverlening wegvalt.

Haar hele onderneming is hierop gebaseerd.

Delphine heeft een goed overwogen en welbewust verhaal over de start en het motief van haar onderneming.

Zij beschrijft in haar verhaal met een opmerkelijk verrassende ‘ondertoon’ haar beleid van een letterlijk en figuurlijk kleurrijke sociaalbewogen onderneming.

 

                                 

 

WAT WAS JOUW REDEN OM DEZE ONDERNEMING OP TE STARTEN?

‘Ik ben geboren in Mali, mijn moeder is Malinees en mijn vader Nederlander,

en ben in Mali opgegroeid. In de schoolvakanties gingen wij altijd naar een dorpje in Zuid Mali in de binnenlanden, waar veel kleurrijke kledingbedrijfjes waren. Toen ik  8 jaar was, ben ik met mijn ouders naar Nederland gekomen. Mijn ouders werken voor een grote internationale organisatie gericht op Afrika en Azië. Zij emigreren dan ook om de 6 à 8 jaar.

Als kind wist ik al dat ik een eigen onderneming wilde starten, want voor een baas werken was echt niets voor mij.

Gedurende mijn studie Internationale Ontwikkeling bij de UvA kwam mijn passie voor een eigen onderneming, met name in Afrikaanse kleding, ook weer helemaal terug. Het bleek tijdens mijn studie dat ontwikkelingsorganisaties helemaal niet zo efficiënt zijn, als ze lijken.

Dat was de reden, dat ik na mijn studie gelijk iets wilde gaan opzetten, dat direct invloed zou hebben op de doelgroep, in mijn geval vrouwen, die ik wil steunen. Dat de resultaten van de verleende hulp ook meteen zichtbaar zijn en blijven.’

 

HOE WERKTE JE DEZE KLEDINGWINKEL VERDER UIT?

‘Omdat ik al van kinds af aan wist dat ik een ondernemer zou worden, heb ik naast mijn studie 24 à 25 uur per week gewerkt. Gewoon bijbaantjes als werken in een souvenirzaak bijvoorbeeld. Op deze manier kon ik goed sparen, ook omdat mijn ouders al mijn studiekosten en mijn levensonderhoud betaalden. Al het geld, waarvoor ik bijwerkte, heb ik kunnen sparen om een mooi kapitaal op te bouwen.

Ik had dan ook direct voldoende geld om deze onderneming zonder schulden op te starten. Ik kon het in één keer financieren. In mijn cultuur, mijn Afrikaanse achtergrond, heb je gewoon geen plan B. Als je ergens voor gaat, ga je er ook helemaal voor.

Ik wilde ook eerst gewoon een kraampje buiten op de markt, omdat ik klein wilde beginnen, maar iemand raadde mij aan om in de Shopperhal in Amsterdam ZO een klein winkeltje te openen. Dat was voor mij de perfecte locatie, qua sfeer en mogelijkheden. Zo ben ik daar begonnen.’

                           

WAT HEEFT DE NAAM ‘BOBO’ TE BETEKENEN?

‘Bobo is een etnische groep in Mali en Burkina Faso, met een duizend jaar oude traditie van handgeschilderde kleding. Zo is Bobo Couture ontstaan als een bedrijf dat Afrikaanse kleding en sieraden naar Europa brengt. Wij werken dus ook echt alleen maar met ontwerpers en naaisters uit Mali, Togo en Kenia, waarvan wij weten dat zij de traditionele ontwerpen en originele kleuren gebruiken voor zowel heren- als dameskleding.’

 

WAT IS JOUW DOELGROEP, DIE JIJ MET DIT BEDRIJF STEUNT?

‘In ontwikkelingslanden heb je bijna geen middenklasse. Dat betekent als je arm bent, ben je dat ook echt heel erg, maar ben je rijk dan ben je ook heel, heel rijk. Er is dus een heel groot verschil tussen arm en rijk.

Daar leven de armen echt onder de $1,- grens.

Wat ik nu probeer met mijn onderneming is juist die middenklasse te creëren.

Het idee is om juist met die vrouwen te gaan werken, hoewel ik nu ook wel met mannen werk.

In Afrika, in de ontwikkelingslanden, zijn vrouwen heel belangrijk. Zij zorgen voor alles wat met de huishouding te maken heeft. Zij zijn ook verantwoordelijk voor al wat er gebeurt met de kinderen. Zij zorgen ervoor of ze wel of niet naar school kunnen gaan bijvoorbeeld.’

Dat zijn niet de mannen.

Doordat zij juist zorgen dat de kinderen naar school kunnen gaan, zorg ik ervoor dat deze vrouwen werk krijgen, om dat mogelijk te maken.

Hoe meer ik kan verkopen, hoe meer zij kunnen produceren. Ik zie echt dat die resultaten veel betekenen voor hun leven.

Ja, en natuurlijk is het dan een win-win situatie, want zij verdienen aan de producten, maar ik ook.

In eerste instantie ben ik begonnen met 3 naaisters in Kenia en dat is nu uitgegroeid tot 40 naaisters in Mali, Togo en Kenia.’

 

IS DIT BEDRIJF NIET EEN CERTIFICAAT WAARDIG?

‘Ja, dit is mogelijk, maar ik heb geen FAIR-TRADE label en dat wil ik ook niet. Ik hoef geen label te hebben, om te laten zien dat ik zo goed bezig ben.

Ik zie met mijn eigen ogen, hoe goed de mensen met wie ik werk, nu goed ervan kunnen leven. Deze resultaten zijn gewoon zichtbaar. Dat is voor mij voldoende.

En ik heb ook alle vertrouwen dat zij door kunnen gaan als ik onverhoopt moet stoppen. Zij hebben nu connecties genoeg om verder te komen.’

 

HOE WERKT DAT OM ZO MET VERSCHILLENDE LANDEN TE WERKEN?

‘Ik ga daar zelf om de twee maanden heen om de kleding op te halen of mijn ouders komen over en brengen de nieuwe voorraad mee.

We verschepen niets, wij doen alles via de Cargo luchtvaart.

Mijn ouders steunen mij, waar ze kunnen, enorm.

Zo helpt mijn moeder mee met de productie, want zij heeft vooral het contact met de ontwerpsters en naaisters in zowel Mali, Togo als Kenia. Zij zorgt er ook voor dat er nieuwe contacten komen en dat de afspraken ook goed verlopen, zodat de kleding op tijd klaar is, e.d. Zij heeft ook in al die landen gewoond en heeft daardoor ook heel veel mogelijkheden voor contacten.

Overigens zorg ikzelf ook wel voor nieuwe contacten, maar mijn moeder is er altijd voor de ondersteuning als ik haar nodig heb.

Kortom mijn moeder is heel belangrijk voor mij in dit bedrijf.’

 

WANNEER HEB JE DEZE KLEDINGWINKEL GEOPEND?

‘Ik ben nu 5 jaar bezig met deze winkel. Daarvoor heb ik eerst nog een jaar online verkopen gedaan, maar online is gewoon niet efficiënt en best moeilijk.

Ik dacht ook echt van nee, ik moet gewoon een fysieke winkel in Amsterdam ZO hebben. Wel had ik online al heel goed gedraaid en wist dat het ook ging lukken.

In 2015 ben ik toen met deze winkel begonnen. Het bleek al heel gauw, dat de klanten niet alleen uit ZO kwamen, maar overal vandaan, zowel uit Almere als tot uit Groningen. Ook merk ik dat de beleving in deze kleine winkel heel goed werkt, de mensen blijven terugkomen, soms zelfs als we een geschil moesten oplossen, wat soms best wel hard er aan toe kan gaan. Dat maakt niet uit, ze komen gewoon weer.

Dat zegt wel wat van de sfeer, die een winkel kan uitstralen.

Ik weet ook, dat het belangrijk is dat ikzelf aanwezig ben, ze komen ook voor mij, dat voel je gewoon.

                                         

HOE GEEF JIJ KENBAARHEID AAN JE WINKEL?

‘Nou, ik heb wel een website en een account op Facebook, maar ik wil met mijn winkel meer, dan alleen dat.

Ik wil dat de mensen de beleving van de winkel ervaren en komen voelen en passen en het gesprek er omheen.

En ik merk dat het ook zo werkt. Eigenlijk doe ik heel weinig aan reclame en acquisitie. Zelfs op Facebook post ik weinig, daar ben ik niet zo mee bezig.

Alles gaat veel meer via mond op mond reclame.

Zoals bijvoorbeeld mensen elkaar zien op feestjes, zij zien dan de kleding, die ze bij mij hebben gekocht en komen later dan ook naar mij toe.

Mijn omzet is heel goed, dus het werkt.’

HOE ZIE JIJ NU JE TOEKOMSTBEELD?

‘Het gaat zo goed met deze kledingwinkel, dat ik nu zelfs een Beauty Centre heb geopend. Dit kon ik weer doen zonder enige financiering.

Met deze Beauty Centre wil ik ook weer vrouwen aan het werk helpen, die nu in een uitkering zitten en die er ook echt uit willen. Zij zijn dan ook al gekwalificeerde schoonheidsspecialistes.

Er komen ook werkloze vrouwen op mij af, die wel willen komen werken, maar dan zwart. Zij willen dan ook nog hun uitkering houden. Daar ga ik echt niet op in. Ik zoek vrouwen die het echt leuk vinden om dit werk te doen, maar wel op een eerlijke manier. Ook vind ik het zelf heel leuk om met kapsels en gezichtsverzorging bezig te zijn. Zo heb ik ook een spoedcursus schoonheidsspecialiste gedaan om ook in deze Beauty Centre zelf te kunnen behandelen. Het is goed als je je gezicht in je zaak laat zien. Dus ik wil daar ook zoveel mogelijk zijn. Ik heb er ook zoveel plezier in dat ik bij een behandeling, die maar 60 minuten hoeft te duren, wel 2 uur bezig ben. Gewoon omdat ik het heel goed wil doen. Als iemand dan ook helemaal blij weggaat, dan ben ik dat ook.’

HOE ZIEN JOUW WERKDAGEN ERUIT?

‘Ik werk gewoon 6 dagen full time per week. Onze zoon, gaat altijd mee.‘

Zelfs na de geboorte van haar zoon (nu 8 maanden), laat Delphine zich niet kennen. Ze neemt elke dag haar zoon mee naar de winkel en dat gaat zonder enig probleem. Hij leeft tussen de mensen en in het kleurrijke leven van zijn moeder.

‘Ik wil zelf voor hem zorgen en hij gaat niet naar een kinderdagverblijf, maar blijft gezellig bij mij. Wij hebben voor hem gekozen en willen hem zelf opvoeden. Zaterdags komt ook mijn man altijd helpen, dan heeft hij vrij van zijn werk. Maar omdat ik dit werk niet zie als werk, maar als een onderdeel van mijn leven is het alleen maar leuk om te doen.’

HEB JIJ IN DE SHOPPERHAL GEEN LAST VAN VEEL CONCURRENTIE?

‘Ja, in deze Shopperhal is het heel divers en exotisch en op een gegeven moment was er ook bedrijfje vlak bij mij met dezelfde soort kleding gestart. Alleen is zij na een jaar al gestopt.

Het verschil is, dat ik ook zelf de productie doe. Mensen onderschatten hoeveel werk hierachter zit. Het lijkt of je het zo maar even kan doen, maar het is echt niet heel gemakkelijk.

In mijn geval had ik het zonder de samenwerking met mijn moeder ook niet gered. Zij maakt de link naar al die landen, waar mijn producten vandaan komen en houdt ook de productie in de gaten. Zij kent door het werk van mijn vader deze landen dan ook van binnenuit en legt daardoor heel gemakkelijk contact met nieuwe naaisters, bv. Zelf ga ik één keer per jaar naar Kenia voor de sieraden, die ik ook verkoop. Vaak ga ik dan ook naar nieuwe ateliers, die er goed uitzien en maak afspraken en sluit nieuwe contracten. Zowel mijn moeder als ik leggen deze contacten.

Maar ook de invoerrechten van deze producten zijn heel hoog, daar moet je ook echt wel rekening mee houden en goed verrekenen.’

 

                                      

ADVIES VOOR STARTERS

Ondernemen moet je leuk vinden en als je voor iets kiest, wat je echt leuk vindt, dan houd je het ook vol.

Ik zie dit ook niet als werk, al ben ik de hele dag bezig.

Net als bij mijn nieuwe Beauty Centre haal ik veel voldoening uit de blijheid en tevredenheid van de klanten. Daarom kan ik dit zo volhouden.

 

Ik startte dit bedrijf en ging er gewoon helemaal voor. Wel had ik de luxe van een startkapitaal, zodat ik de druk van een financiering niet had. Want lukt het dan niet, dan is er geen schuld. Voor mij was dat ook heel belangrijk, dat ik het zo kon financieren. En was het toch mislukt, dan had ik het toch geprobeerd zonder verdere schulden.

Voor mij is het mijn leven en het maakt mij gelukkig.

 

Bobo Couture  

Bobo’s Beauty

Bijlmerplein 690 M     Anton de Komplein 156D
1102 DB Amsterdam-ZO 1102 CW Amsterdam-ZO
Telefoon: +31 6-558 18 471  
delphinegroot [at] yahoo.fr  
info [at] bobocouture.com  

 

 

 

INTERVIEW met KARIN JAKOBSEN – Oprichter en Financieel Directeur BrightPensioen

INTERVIEW met KARIN JAKOBSEN – Oprichter en Financieel Directeur BrightPensioen

 

Hoe complexer je een product maakt,

hoe ondoorzichtiger het wordt.

Ik vond dat pensioen anders moest. 

Ik wilde niet dat het verleden zich zou herhalen.

Dus ik zocht naar iets nieuws.

 

Karin Jakobsen (1976) is de oprichter en financieel directeur van BrightPensioen. Tijdens haar studie Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek aan de TU Delft heeft zij bij Swissair haar afstudeerproject gedaan. Na haar afstuderen ging zij werken bij de investment banking afdeling van MeesPierson in Amsterdam, en daarna Merrill Lynch in Londen.

BrightPensioen is een beleggingsinstelling, die op een vernieuwende en transparante manier pensioenopbouw biedt.

Zij heeft ervaring opgedaan in zowel de vliegtuigbranche, als de financiële wereld. Daar zag zij hoe verschillend er wordt omgesprongen met mensen. Met woekerpolissen binnen de pensioen- en verzekeringswereld als het ultieme voorbeeld van hoe het niet zou moeten.

Zij wilde dat veranderen. Haar verhaal is een wonderlijke reis van iemand, die overtuigd is, dat het ook anders kan. 

Een vrouwelijke ondernemer in de financiële wereld, die haar idealen tot uitdrukking komen in haar bedrijf. Dit zegt wat van haar kracht, haar bijzondere vermogen en haar uitgesproken intelligentie.

Dit is haar verhaal en háár inbreng in de financiële wereld.

WAT HEEFT JOU ER TOE BESLOTEN OM  BrightPensioen OP TE ZETTEN?

‘Ik had het idee al in 2009. Op een zeker moment had ik de overstap van een vaste baan naar een zelfstandige positie gemaakt en moest toen zelf mijn pensioen gaan regelen. Nederland was toch hét pensioenland van Europa, dus wilde ik mijn keuze voor een Engelse SIPP (Self Investment Pension Plan) ook vergelijken met een Nederlandse individueel pensioen (een lijfrente). Mijn zoektocht naar een goed pensioen viel echter samen met de affaires rond de woekerpolissen. Daardoor waren alle lijfrenteproducten van de markt gehaald. Er was op dat moment helemaal niets meer.

Om te zien of dit inderdaad een nichemarkt was waarin je een levensvatbaar bedrijf/product kon neerzetten, heb ik op hoog niveau een businesscase gebouwd.

Bij dit uitzoeken, kwam ik ook in de wetgeving tegen dat je in Nederland woonachtig moet zijn voor het verkrijgen van een vergunning als beheerder, Dat was voor mij op dat moment niet het geval. In 2012 ben ik dan ook pas echt begonnen, na terugkeer naar Nederland.

Ik vond dat er iets nieuws moest komen, maar de vraag was: “wát moet er dan precies komen en hoe voorkomen we dat fouten uit het verleden herhaald worden?”

HOE VERLIEP JOUW WEG OM JUIST IN DEZE COMPLEXE FINANCIËLE WERELD TE GAAN WERKEN? 

‘Tijdens mijn afstudeerproject op de management- en marketingafdeling van Swissair kreeg ik steeds meer ingewikkelde projecten waarvoor ik verantwoordelijk werd. Alle projecten kenden hun deadlines, budgetlimieten, e.d. Hoewel ik al die projecten binnen de tijd en budget afleverde, werd ik van het continue najagen van collega’s uiteindelijk niet echt blij. 

De leukste projecten waren de financieel getinte projecten. Alleen wist ik er met mijn technische opleiding te weinig van. Dat betekende of een nieuwe studie beginnen of on-the-job leren. Ik ben gaan solliciteren binnen de financiële wereld, met name omdat ik werken veel leuker vind dan studeren. Bovendien leer ik zo veel sneller. 

En zo ben in gaan bankieren, eerst in Amsterdam en later in Londen. Maar na 6 jaar vond ik dat ook weer mooi geweest. Het is een keiharde wereld, waar jezelf door besmet raakt en verandert als je niet oppast. Ik wilde zo niet worden.

Daarna hielp ik als zelfstandige bedrijven met het schrijven van informatie memoranda’s en businessplannen om financiering op te kunnen halen.

In de periode 2008-2010 kreeg ik twee kinderen, waarna ik zelfs een tijdje niets meer deed met mijn onderneming. 

WELK MOMENT BEGON JIJ  BrightPensioen UITEINDELIJK TOCH ECHT OP TE ZETTEN?

‘Eigenlijk riep ik al direct na mijn afstuderen dat ik mijzelf binnen 10 jaar een eigen bedrijf zag starten, maar wist alleen nog niet waarin en dat idee was nu gekomen.

Bij mijn terugkeer naar Nederland was voor mij de vraag of ik nog een baan zou nemen of niet. Ik had jaren gebankierd en gewerkt in het bedrijfsleven en zo overwoog ik of ik voldoende skills had om een eigen bedrijfje op te bouwen.

Ik liep ook nog steeds rond met het idee om oplossingen voor een goed helder pensioenproduct in de markt te zetten. Initieel meende ik dat ik ook nog ervaring zou moeten opdoen met compliance. Totdat mijn echtgenoot opmerkte dat je eindeloos kunt bouwen aan de ‘perfecte CV’, maar uiteindelijk moet je het gewoon doen.’

HOE MAAKTE JE DIT IDEE CONCREET?

‘Om je plan concreet te maken, ben ik er iemand bij gaan zoeken, om dit samen mee te doen. Want één is geen.

In 2009 had ik al eens met Annemieke Beijerinck-Vlek, een goede vriendin, over het idee gespard. Zij vulde mij goed aan. Zij werkte in de verzekerings- en pensioenland aan de IT-kant en had veel ervaring met straight-through-processing en het inrichten van deelnemer- en polisadministraties.

Begin 2012 begon ik fulltime hieraan te werken en Annemieke kwam er in juli 2012 fulltime bij nadat ze haar baan had opgezegd. Ook zij vond het een leuke uitdaging. We hebben dit bedrijf ook echt samen opgericht. Uit haar koker kwam de vraag waarom er aan een percentage verdiend moest worden en waarom het niet een vast bedrag kon worden... een abonnement, uit mijn koker kwam het mede-eigenaarschap om dit te borgen. Juist door samen over ideeën te sparren, helpt bij de zoektocht naar wat mogelijk en wat wenselijk is.’ 

                                                                                                                               

‘Nu kom ik zelf uit de bankwereld en weet hoe conservatief die wereld is. Het is echt een mannenwereld. Van twee vrouwen (Karin en Annemieke), die een financiële instelling starten, wordt al snel gevraagd: “Wat kunnen die meisjes nu helemaal?.” Dat was de reden dat ik eind 2012 Peter Verhaar heb benaderd om te kijken of wij iets voor elkaar konden betekenen. Hij is oud-oprichter van de Alex Vermogensbank (later gefuseerd met Binck Bank). Dat zou helpen om juist dat soort geluiden de kop in te drukken.’ Het klikte enorm goed tussen ons drieën en Peter was razend enthousiast over ons initiatief. We waren dan ook heel blij toen Peter toezegde om onze bestuursvoorzitter te worden.’ 

                                                                                             

WAT WAS ER NU ZO INNOVATIEF AAN JULLIE IDEE?             

Financiële dienstverleners (banken, verzekeraars, vermogensbeheerders, …) betalen zichzelf door een percentage van het vermogen van de klant uit te keren. Aandeelhouders vragen om winstmaximalisatie. Hoe meer winst er gemaakt moet worden, hoe hoger de kosten voor de klanten worden, en hoe minder (pensioen)vermogen er overblijft voor de klant. Door dit verdienmodel staan deze partijen lijnrecht tegenover elkaar en is er dus altijd sprake van belangenverstrengeling. Iets wat je ten alle tijden wil voorkomen omdat de zwakkere partij (de klant) altijd aan het kortste eind trekt in zo’n situatie. Ook zorgt dit model juist voor grotere complexiteit, en hier wordt juist veel geld aan verdiend gezien het toelaat (hoge) kosten te verantwoorden maar -erger nog- ook te verbergen voor de klant.

De enige manier om dat anders te doen is door je - als bedrijf - géén toegang te verschaffen tot het vermogen van je deelnemers, maar je laten betalen voor het werk die je voor ze doet. Uiteindelijk is de hoeveelheid werk ook niet gerelateerd aan hoeveel er op de rekening staat maar deze bestaan voor het overgrote deel uit jaarlijks terugkerende werkzaamheden. Daarom hanteren we een fixed-fee model. (Bij fixed fee bestaan de kosten voor een bepaalde dienst uit een vooraf afgesproken bedrag. De werkelijke hoeveelheid geleverde promotie kan vervolgens variabel zijn. Fixed fee geeft de afnemer zekerheid over de prijs van de dienstverlening ).

Om te garanderen dat wij ons geen toegang zullen gaan verschaffen tot het vermogen van de klant, is ervoor gezorgd dat onze aandeelhouders hetzelfde belang hebben als de klant. 

En hoe doe je dat?

Door de deelnemers aandeelhouders te maken. Als aandeelhouder investeer je een klein bedrag in ons bedrijf, maar het belang van je (pensioen)vermogen is vele malen groter dan dat van je investering. Dus zullen onze aandeelhouders juist kiezen voor wat het beste is voor hun (pensioen)vermogen. 

WAAROM HEBBEN JULLIE EEN VERGUNNING VOOR EEN BELEGGINGSINSTELLING ALS BrightPensioen AANGEVRAAGD? EN HOE WERKT DAT?

‘Bij een vergunningsaanvraag voor een financiële instelling moet je de volledige blauwdruk van je bedrijf klaar hebben liggen, waarin alle procedures, het beleid, maar ook de technische opbouw helder geformuleerd zijn. 

Wij hebben eerst met meerdere bestaande financiële partijen gesproken. Iedereen zag wel in, dat het een veel eerlijkere en transparante manier is om financiële dienstverlening aan te bieden, maar ze willen of konden dit niet aanpassen. Er was er zelfs één, die zei: “meisjes hou jullie centjes maar op zak, want als jullie met de fixed-fee op de markt komen, dan maken wij jullie kapot. Wij gaan gewoon onder jullie prijs zitten. Wij hebben veel diepere zakken dus ook een veel langere adem.”

Ik zag dat juist als een opsteker want blijkbaar voelden ze zich wel degelijk bedreigd door onze plannen. Daarnaast heb ik er een hekel aan “meisje” genoemd te worden. Maar samenwerking met een bestaande partij zat er niet in, dus dan maar zelf. Hierbij komt ook dat als je dit idee volledig doorvoert, je je bedrijf ook totaal anders moet inrichten. Deze mogelijkheid hebben bestaande partijen gewoonweg niet. En van scratch beginnen is eigenlijk de enige manier om het volledig te borgen. 

Wij besloten om te starten als beleggingsinstelling, maar dan moest er wel geld bij. Idealiter hadden we dat bij onze eerste klanten opgehaald, maar daar liepen we weer tegen de regels aan. Je moet eerst een vergunning hebben voordat je klanten mag werven. Crowdfunding bood hier de ideale oplossing om én ons product én onszelf te laten toetsen door de markt, al te bouwen aan naamsbekendheid en om extra geld op te halen.’

HOE WERKTE DAT MET CROWDFUNDING VOOR JULLIE?

‘Bij crowdfunding schrijf je je businessplan, je pagina en je begint met geld ophalen uit je omgeving, vrienden, kennissen en familie. Je moet zeker 25% van je crowdfunding uit je eigen netwerk sourcen, wil je een crowdfunding succesvol maken. Wij hadden geluk: wij kregen behoorlijk wat pers-aandacht voor ons initiatief en dus ook voor de informatiedag die we hadden georganiseerd. De hele ruimte, die we bij Dauphine hadden gehuurd, zat vol. Daar presenteerden wij ons plan en tijdens de Q&A kregen we ook veel kritische vragen, waar je we gelukkig goed antwoord konden geven. Bij zo’n presentatie kan je een stukje kennis, stabiliteit en rust laten zien. Mensen beoordelen je met name op je team en in ons team heeft iedereen zijn eigen specialiteit. Dat hlpt enorm bij het creëren van draagvlak en vertrouwen. Wij hadden binnen vijf weken het hele bedrag dat nodig was, opgehaald met deze crowdfunding. Daarna hebben we inderdaad onze vergunningsaanvraag ingediend bij De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. 

WAT IS HET DOEL VAN JE PRODUCT?

‘Ons doel is een beleggingsproduct aan te bieden tegen een vast bedrag en 0% variabele kosten. Dit laatste is nog niet helemaal gelukt maar we werken er hard aan dit verder te verlagen. Er zijn genoeg bedrijven, die niet transparant zijn over hun variabele kosten. Je hebt dan het overzicht niet als deelnemer. 

Met BrightPensioen onttrekken we geen geld aan het vermogen van de deelnemers, wij brengen separaat een vaste lidmaatschap in rekening. Daardoor wordt je hele inleg benut voor je (pensioen)vermogensopbouw, waardoor de opbrengsten op langere termijn hoger uitvallen. We beleggen in een duurzaam lifecycle fonds en deelnemers worden mede-eigenaar om te waarborgen dat aandeelhoudersbelang en klantbelang hand in hand gaan. Zo is er een stukje in de financiële wereld door ons gecreëerd, die transparantie wel kan garanderen.’

ADVIES STARTER:

o   Geef niet te snel op. Een succesvol ondernemer is iemand, die doorgaat, zolang je maar een klein lichtpuntje ziet. Als het je lukt de catch-22 situatie te overwinnen, kom je regelmatig weer op een ander niveau terecht (waar vaak met een nieuwe uitdaging om te overwinnen). Maar weet dat je dichter bij je doel bent gekomen. Het is belangrijk om dat voor ogen te houden. En bij het zoeken naar dat sprankje licht is het nodig om voldoende creativiteit te bezitten om tot een oplossing te komen.

o   Reken jezelf niet te snel rijk. Blijf op de kleintjes letten.

o   Kijk goed uit bij hoe je onderhandelt. Vaak heb je ook de tijd en het geld niet om eindeloze onderhandelingsrondes af te wachten. Kies dan een startpunt dat fair is voor beide partijen en geef duidelijk aan bij de tegenpartij dat je al in het midden bent gaan zitten en er niet heel veel onderhandelingsruimte meer over is. 

o  Houd je doel voor ogen en blijf dat consequent trouw.

 

 

BrightPensioen

WG-plein 456

1054 SH Amsterdam

telefoon: 020-7070540

info [at] brightpensioen.nl

www.brightpensioen.nl

 

 

INTERVIEW met Sandra Blikslager - Partner online magazine ‘damespraatjes.nl’

INTERVIEW met Sandra Blikslager - Partner online magazine ‘damespraatjes.nl’

 

Het is belangrijk, 

dat vrouwen niet bij de pakken gaan neerzitten bij

tegenwerkingen en teleurstellingen in hun leven.

Met de site ‘damespraatjes.nl’ wil ik laten zien,

dat je van binnenuit,

 je kracht kan vinden

om op een positieve manier

door te gaan.

 

 

Sandra Blikslager (1963) woonachtig in Hilversum, is een voorbeeld van een blijmoedige en energieke persoonlijkheid, die haar levensdoel heeft kunnen combineren met haar online magazine damespraatjes.nl. Zij kan hiermee haar levensvisie delen om zo support te geven aan vrouwen met verschillende achtergronden.

Sandra is een uiterst sociaal bewogen vrouw, die na haar studie politicologie werkzaam is geweest op lokaal niveau en in de politiek.

Ze heeft na een lange carrière van uiteenlopende werkzaamheden haar eigen website voor vrouwen uitgewerkt samen met haar oudste dochter, Mara.

Een bijzonder verhaal van een vrouw, die een doel heeft gesteld in haar leven en dat wil delen, maar wel doorleefd vanuit zichzelf.

 

HOE BEN JE TOT DE WEBSITE ‘DAMESPRAATJES.NL’ GEKOMEN?

Het bleek bij het stellen van deze vraag, best een lang verhaal, wat Sandra daarvoor allemaal had ondernomen voordat ze tot dit online magazine was gekomen.

Sandra is politicologe en heeft gewerkt bij de gemeente Bussum als beleidsmedewerkster. 

Daarna stapte ze over naar de brandweer, waar ze drie jaar lang als enige vrouw tussen 65 mannen werkte. Dat bleek voor haar geen probleem.

Tijdens de periode dat Sandra als beleidsmedewerkster bij een onroerend goed bedrijf werkte, wilde ze minder gaan werken, wat niet mogelijk was. 

Vanaf die tijd is ze gestopt met vast werken en is ze voor zichzelf dingen gaan doen, zoals administraties, typewerk bij haar schoonvader en ook in het bedrijf van haar man, Hans, een fiscaal jurist. 

In deze periode trad ze ook weer langzaam toe tot de arbeidsmarkt.

Zo werd ze lid van de PvdA en was ze enige tijd actief in het plaatselijke bestuur in Hilversum.

Tijdens de verkiezingen werd ze zelfs de lokale campagneleider.

Daarnaast ging Sandra als medewerkster back-office werken bij de omroep, waar ze haar al heel snel vroegen of ze voor het personeelsblad, KVN van de KRO, Tros, NCRV en AVRO, wilde schrijven.

 

‘Ook ben ik in die periode Wellnessbungalow.nl begonnen en kwam zo in contact met de eigenaresse van damespraatjes.nl’.

 

Dat was de eerste stap in de ontwikkeling van damespraatjes.nlin de huidige vorm.

 

Naast al deze werkzaamheden schreef Sandra ook een boek, ‘Moeders langs de lijnhandboek voor voetbal-moeders’, dat in 2010 uitkwam.

Dit boek was met name bedoeld om moeders aan te moedigen hun kind te laten sporten, een initiatief gesteund door de KNVB en ING. 

Moeders langs de lijn sloot precies aan bij de website damespraatjes.nl. Beide hebben een sociaal karakter. Dat paste ook bij de politieke achtergrond van Sandra.

In die tijd was er namelijk een campagne ‘TIJD VOOR SPORT’, dat over samenwerkingsverbanden tussen scholen, sportclubs en gezondheidszorg ging.

Het was de bedoeling om juist ook vrouwen die minder gemakkelijk te bereiken zijn, over te halen om te gaan sporten.

Van dit boek zijn drie oplagen verschenen.

 

‘Dit was direct één van de leuke projecten in het begin van damespraatjes.nl.

Wij waren toen ook op tv, bij radio 538 en zijn op alle andere radiozenders geweest.

Ook alle kranten tot de NRC toe hebben hierover geschreven.

Dat was in 2010 mijn eerste fase met damespraatjes.nl’.

Toen hoefde ik er nog niet van te leven en kostte het niet meer dan een paar uur werk per week. Maar dus wel al jaren lang.

 

WAT IS HET DOEL VAN DEZE WEBSITE?

‘Het doel van damespraatjes.nlis dat wij vrouwen tussen de 35-55 jaar positief willen inspireren. Deze vrouwen proberen te laten zien om positiever in het leven te staan, door een gezonde en sportieve levensstijl.

Dat ook als je tegenslagen ondervindt, je niet negatief als een slachtoffer er in gaat staan, maar juist gaat kijken, hoe je met deze situatie verder moet omgaan.

Het is gewoon mogelijk om van binnenuit  op je eigen kracht  tegenslagen op te lossen. 

Zowel Mara als ik ervaren dit en willen dat op Damespraatjes.nl laten zien.

 


WANNEER SPEELDE JOUW DOCHTER MARA EEN ROL BINNEN DEZE ONDERNEMING?

Vanaf 2009 heeft Sandra voor de echte start van de website veel voorbereid door bijvoorbeeld een netwerk op te bouwen. Dit zorgde voor een vlotte introductie in 2015, samen met oudste dochter Mara.

‘In die begintijd zat Mara nog op school, en ging zelfs eerst nog naar Amerika om te studeren.

Wel heeft zij vanaf het begin meegewerkt, Mara was toen 15-16 jaar.

Ze deed het eerst naast haar studie, nu is ze volledig partner.

Vanaf 2015 werken wij samen op de Overtoom en dat voelde eigenlijk als de echte start voor het professionele damespraatjes.nl.’

 

                                     

 

MARA EN JIJ WERKEN VANAF 2015 PROFESSIONEEL SAMEN EN OP WAT VOOR EEN MANIER HEBBEN JULLIE DAT UITGEWERKT?

‘Heel ruw geschetst, komt het erop neer, dat Mara voor de content op de site verantwoordelijk is. Zij schrijft met name voor de website.

Ik zelf ben verantwoordelijk voor alles wat achter de schermen gebeurt, zoals de administratie, regelen met de bloggers, die voor ons schrijven, contact hebben met de adverteerders, begeleiden van de grotere projecten. Ook de feedback verwerken van de site.

Nu is het in de praktijk zo, dat ik ook schrijf en Mara met adverteerders af en toe contact heeft.

Het is dus niet zo zwart/wit als gezegd.

Zowel Mara als ik vinden dit werk zo ontzettend leuk, dat wij echt wakker worden met het blije gevoel, dat we aan deze website mogen werken. 

De interesses van Mara en mij kunnen wij zo helemaal naar voren brengen en delen met anderen. 

Ik schrijf zelf met name over mijn persoonlijke levenservaringen. Mijn sport- en levensstijl staan daarbij centraal. Mara schrijft voornamelijk vanuit háár invalshoek als jonge vrouw met kleine kinderen. Dat vult elkaar zo mooi aan. 

Ook schrijven wij over de moeder/dochter relatie.

Dat ligt als het ware in onze beleving van deze hele onderneming’. 

 

HOE WERKT DIE SAMENWERKING TUSSEN BLOGGERS EN ADVERTEERDERS?

‘Een heel goed voorbeeld is ons project met BECEL.

Wij werken nu al meerdere jaren met dit merk samen.

Wij, Mara en ik, zijn grote voorstanders van zoveel mogelijk plantaardig leven en eten.

Becel is een plantaardige margarine.

Wij willen de beeldvorming verbeteren van plantaardig eten en verwerken dat in onze verhalen en in recepten. We schrijven een artikel over alle voor- en nadelen van margarine ten opzichte van roomboter. 

Ook schrijf ik een persoonlijk blog, met mijn ervaring over afvallen en eten van vetten, waarin ik bijvoorbeeld mijn samenwerking met BECEL verwerk.

Dit bijvoorbeeld in combinatie met Weight Watchers, waar ik ben geweest voor afvallen. Dat was ook een samenwerking, die ik in mijn blog heb verwerkt. Ik ben dan ook 10 kilo afgevallen en voel mij ook na Weight Watchers daadwerkelijk beter.

https://damespraatjes.nl/sandra-vertelt-waarom-ze-10-kilo-wil-afvallen/            

 Als je zoiets wilt schrijven, dan moet je dat uit eigen ervaring kunnen doen en heel overtuigd zijn van binnenuit, anders is het niet geloofwaardig.

Je moet er gewoon volledig achterstaan en er zelf ook naar leven. 

Dan werkt het ook’.

 

KAN JE NOG MEER VOORBEELDEN GEVEN, HOE DIE SAMENWERKING  MET ADVERTEERDERS WERKT?

‘Ja, nog een heel leuk voorbeeld is, dat ik alleen naar Rome ben gefietst en daarover heb geschreven. Dat was een rit van 2100 km, die ik in 17 dagen heb afgelegd.

Het enige wat ik mee had was, waren twee fietstasjes, een portemonnee en mijn telefoon. Het begon met gewoon de deur achter me te sluiten en kijken waar ik onderweg terecht kwam. Daar heb ik een persoonlijk blog van bijgehouden op Facebook. Overdag fietsen en ‘s avonds schrijven. Dat was best heel pittig.

Ik liet dan zien hoe ik afviel en dat het er niet om ging of je er mooier van werd, maar dat je beter in je vel gaat zitten.

Tijdens deze fietststocht had ik ook nog twee opdrachten van Libresse en dat ging over het probleem incontinentie, zij wilden dat meer bespreekbaar maken. Er zijn zoveel vrouwen die daar min of meer last van hebben. Daar schreef ik dan in mijn verhalen over, hoe ik daar mee omging op mijn fietstocht.

https://damespraatjes.nl/sandra-fietste-naar-rome-en-heeft-onderweg-libr...

De eerste opdracht deed ik gelijk na mijn eerste rit van 163 km op een dag naar Roermond en het tweede verhaal deed ik toen ik in Rome was aangekomen. Alles was er voor mij op gericht om te laten zien dat als je gezonder en positief leeft, je je ook veel beter voelt’.

 

                                          

Een ander opmerkelijk verhaal is dat Sandra werd uitgenodigd door Bilderberg, een hotelketen, om een lang weekend in Vaals voor de Winter-Wellnessweken te ervaren.

‘Ik nam deze uitnodiging aan, omdat ik daar ook een eigen doelstelling mee had. Ik wilde mij even terugtrekken om na te denken of ik wel of niet de marathon van New York zou gaan lopen.

Bij deze opdracht van Bilderberg, heb ik in die dagen uitgebreid over mijn twijfels en overwegingen geschreven.

https://damespraatjes.nl/sandra-dompelt-zich-onder-in-wellness-en-neemt-...

 

En er gebeurde iets opmerkelijks toen ik daar mijn nagels liet lakken. De vrouw, die mijn nagels deed, liet mij een kleur kiezen. Ik wees een kleur nagellak aan, die ik mooi vond en ik vroeg hoe die kleur eigenlijk heette. De kleur nagellak die ik uitkoos, heette Big Apple Red, de kleuren van New York! 

Dat heeft toen de doorslag gegeven om naar New York te gaan voor de marathon. 

Dit kon geen toeval zijn! 

Dit komt dan allemaal in mijn blog’.

 

                                

HOE RUNNEN JULLIE DIT BEDRIJF NU ZAKELIJK?

‘Het bedrijf, zoals het nu loopt, kent geen hoge kosten. 

De inkomsten halen we met name uit de adverteerders. 

Er is dus deels een samenwerking met de adverteerders met hun opdrachten, die wij op onze manier verwerken in onze verhalen. 

Alle producten van de adverteerders, die wij verwerken in onze verhalen, passen in onze lifestyle. 

Wij staan echt helemaal achter onze verhalen, omdat wij er alleen maar onze persoonlijke ervaringen in verwerken.´

Het bezoek aan de site is wel vrij en gratis.

De kosten bestaan voornamelijk uit de huur van de werkplek op de Overtoom en de salarissen voor Mara en mij. 

We hoefden ook weinig te investeren, alleen de opbouw van het bedrijf kostte heel veel tijd, zowel voor de website als voor Facebook, Instagram als de nieuwsbrief die wij uitgeven. Daar zitten wel heel veel uren in. 

Eigenlijk zit bij élk verhaal een enorme voorbereiding, juist omdat wij veelal uitgaan van onze eigen beleving.

  

Het is niet alleen de belevenis, maar ook het bedenken van nieuwe ideeën. 

Zoals wij nu weer een nieuw project Kookpraatjes.nlhttps://damespraatjes.nl/Kookpraatjes/ )hebben opgestart. 

Dat vergt gewoon veel voorbereiding.

Maar het leuke van onze partnership als moeder-dochter is ook het verschil in generatie, onze uiteenlopende kijk op het leven. Het leven totaal anders beleven.

Hoewel er verschillen zijn, voelen wij elkaar goed aan.

Wij hopen zo nog jaren verder samen te werken.

Wij zijn nog lang niet op de grens van ons kunnen en er komen steeds weer nieuwe ideeën voor projecten boven, die wij willen uitwerken en willen delen. 

Wij levenonze verhalen, dus het leven geeft ook ons veelal de ideeën aan’.

 

CONCLUSIE VOOR STARTERS

  • Je kan dit alleen goed doen, als je er vol voor gaat.
  •  
  • Niet alleen maar ideeën hebben, maar ook echt uitvoeren.
  •  
  • Je moet er ook echt plezier in hebben, anders houd je het niet vol.
  •  

Sandra Blikslager

Partner, redacteur online magazine:

          damespraatjes.nl

 

INTERVIEW met VALERIE IVANGORODSKY Founder VIVANGO, Software / Applicatie-ontwikkelaar

INTERVIEW met VALERIE IVANGORODSKY Founder VIVANGO, Software / Applicatie-ontwikkelaar

 

                                         Als klein jongetje maakte ik al

                                              computerspelletjes.

                   Ik voorzag al heel gauw het belang en de vele mogelijkheden 

                                 van bijvoorbeeld de mobiele telefoon,

                                      ook toen daar nog helemaal 

                                          geen sprake van was.

                             Ik ben altijd heel enthousiast om 

                            weer nieuwe dingen te ontwikkelen.

                                         Dat is mijn passie.

Valerie Ivangorodsky (1975)  is een heel integere, bescheiden, maar doelgerichte persoonlijkheid. In die rust heeft hij zijn bedrijf, VIVANGO opgebouwd, dat met name applicaties en software ontwikkelt.

In de laatste 20 jaar heeft Valerie een groot netwerk op wereldniveau aan specialisten verworven. 

Valerie bouwt kwalitatief goede websites en native app’s voor een breed scala aan mobile platforms. Hij heeft een eerste prijs gewonnen met zelf ontwikkelde online technologie en concurreert met grote, bekende spelers in de markt, zoals WeTransfer, Cheaptickets en Lost Boys.

Valerie is woonachtig in Amstelveen en zijn verhaal over zijn bedrijf VIVANGO is gebaseerd op visionair inzicht: hij wist al heel vroeg welke ontwikkelingen eraan zaten te komen.

Een verbazingwekkende ontmoeting met een heel zachtaardige en weloverwogen harde werker, die met passie heel veel bijzondere dingen te vertellen heeft.

Door hem stap je een nieuwe virtuele wereld binnen.

Dit is zijn verhaal.

 

HOE BEN JIJ ERTOE GEKOMEN OM DEZE ONDERNEMING AAN TE GAAN?

Als 7-jarige jongetje maakte ik al computerspelletjes. Vanaf die tijd leek het mij al leuk om met een eigen bedrijf computerspelletjes uit te brengen. Dat idee heb ik doorgezet en deed dat dan ook al toen ik 10 jaar was. Wel heb ik nog een paar jaar Natuurkunde in Delft gestudeerd, maar deze studie heb ik uiteindelijk niet afgemaakt. Teruggekomen in Amsterdam ben ik aan de VU Informatica gaan studeren en ging naast mijn studie al snel bij diverse bedrijfjes als programmeur werken.

Doordat ik bij die bedrijfjes werkte, verwaarloosde ik eigenlijk mijn studie behoorlijk. 

Ik had in die periode, ik was toen 20 jaar, ook al een internet-business. Ik verdiende er zoveel geld mee, dat ik eigenlijk niets meer hoefde te doen. 

Die bedrijven, waar ik toen al voor werkte waren bijvoorbeeld de voorloper van Funda, (Funda bestond nog niet), die hielp ik met hun website voor een soort van zoekmachine te ontwikkelen. Ik maakte sowieso hele websites voor makelaars. En ik werkte bij een internetbedrijf, dat verslaafden hielp, door middel van een website, zoals de Jellinek kliniek. Ik maakte daar tools voor de helpers, die dan heel snel en gemakkelijk aan informatie te sturen en zo kon ik al heel vroeg via BBS, een vroegere soort van internet, mijn app’s doorsturen. Dat hielp mij ook heel erg om zo jong een bedrijfje te starten. Mijn vader was ook zelf heel erg geïnteresseerd in deze techniek en heeft mij ook daarin heel erg gestimuleerd. 

 

TOEN JIJ HIERMEE ZO VROEG AL BEZIG WAS, HAD JIJ ER TOEN OOK AL EEN IDEE BIJ, WAT JE ERMEE WILDE?

Ja, ik zag al heel snel dat mobiele telefoons heel belangrijk gingen worden. Daar wilde ik dan ook meer mee gaan doen en ik was ook al bezig met een soort opensource project, waarmee je met je telefoon al interactie dingen kon gaan doen, zoals dat je met een privéfoto op een groot scherm kan komen. We bedachten grappige ideeën. Aan de hand van een bluetoothcode op je telefoon kon je een muziekinstrument laten meespelen als in een orkest. Dat was een groot succes. Zo konden wij allemaal met elkaar samen spelen, dat was echt fantastisch. Ja, nu zie je iedereen non-stop op zijn telefoon. Dat voelde ik al aankomen en wilde daar dus ook al op inspelen. 

Nu zie ik allang weer andere dingen, hoor, maar dat is weer heel wat anders.

IN FEITE LIEP JIJ OP DEZE ONTWIKKELING VOOR, HOE GING JIJ DAARMEE OM?

Vanaf het begin dat ik als jongetje met spelletjes begon, maakte ik inderdaad later steeds serieuzere applicaties. Ik wilde hiermee echt ook verder.

Even een voorbeeld, wat ik met mijn bedrijf wilde gaan doen.

Ja, indertijd dat Endemol BV. werd verkocht door Telefonica en ook verhuisde, heb ik nog samengewerkt met een bedrijf XS2 (dit bedrijf is inmiddels overgenomen).

Dit bedrijf had tijdens de Olympische Spelen in Beijing alle spelers een applicatie gegeven voor vertaalwerk. Buitenlandse passagiers in een Chinese taxi konden met hun telefoon alles laten vertalen wat er werd gezegd. Ook stonden er allerlei toeristische gegevens op en adressen. Ik had het zelfs zó gemaakt, dat je met deze app binnen een uur een andere taal kon kiezen. Dat was best wel heel snel, dat bestond nog niet. Daardoor werd dit concept ook door andere landen ingezet. Deze app was nog voor een Nokia, een voorloper van de smartphones. Daarom was het heel moeilijk om te ontwikkelen, omdat je maar beperkte resources hebt.

Ook werk ik graag met reclamebureaus. Ik had een opdracht een applicatie te maken voor Proefdiervrij. Dat werd zo’n succes, dat we met de app al heel snel moesten stoppen. Iedereen ging deze app gebruiken en we hadden binnen een paar dagen meer dan 100.000 gebruikers. Wat wel weer mooi is, dat hier uiteindelijk een wetswijziging uit voortgekomen is, Dat is wat Proefdiervrij precies wilde. 

Ik heb ook een applicatie gemaakt voor bijvoorbeeld reclamebureau Roorda, die voornamelijk tv-reclames maakt, zoals NIX over niet drinken onder de 18 jaar. Zij maken korte en ideële reclames. Deze applicatie heb ik gemaakt, zodat je tijdens het rijden niet gebeld kan worden. Dat is nu zo’n vijf jaar geleden. We zouden dat met Veilig Verkeer Nederland doen. Maar Nederland is ermee gestopt, want ze geloofden daar toen nog niet in. Dit gebeurt nu alsnog met de actie MoNo, maar ik was daar blijkbaar nog iets te vroeg mee gekomen.

Die know-how die ik voor smartphones heb, gebruik ik nu voor boardcomputers voor vrachtwagens. Die draaien nu allemaal op Android. Er zijn nu een paar duizend vrachtauto’s, waar mijn software op draait.

HOE KOM JIJ AAN AL DIE CONTACTEN?

Bij EndeMol BV was ik toentertijd gewoon brutaal en ben daar binnengelopen op het kantoor in Amsterdam. Ik vertelde wat ik aan ideeën had en dat vonden zij weer heel interessant. Ik heb toen best wel gebluft dat ik applicatie-kennis had. Wij zijn toen gaan samenwerken en ik had al wat applicaties ontwikkeld om te tonen. Ik weet bijvoorbeeld wel wat van financiële systemen en daardoor ben ik weer bij een andere partij binnengekomen, die iemand zocht die dat kon. Dat liep overigens wel via een advertentie, waar ik op reageerde. Maar meestal gaan mijn opdrachten via/via in het netwerk, dat ik al heb opgebouwd. Dat werkt vaak ook het beste en is het duurzaamste. Je begrijpt elkaar al gewoon heel goed.

HOE BEN JIJ OMGEGAAN MET DE WEERSTANDEN, DIE JE TEGENKWAM IN JE CARRIERE VAN NU AL 20 JAAR?

Ik had bijvoorbeeld een idee ontwikkeld, waarvan ik dacht dat dit wel eens heel groot kon worden. Dat was een idee, dat je op een groot scherm kon inbannen en dan kon meespelen op grote evenementen. Met dit idee heb ik op ONLINE TUESDAY ook een prijs gewonnen, we waren dus eerste geworden en ik dacht dat ik het wel kon verkopen. Het bleek dat in Nederland niemand ermee durfde te beginnen. Dat was natuurlijk wel heel jammer.

Er was namelijk maar één concurrent in New York, die ook zoiets deed en daar liep het als een tierelier. De VS heeft gewoon een andere cultuur dan hier. Misschien had ik er ook mee naar Amerika moeten gaan. Dan had ik net als die concurrent heel groot kunnen worden. Ik heb wel dat hele systeem gebouwd en ontwikkeld, maar er niets meer mee gedaan. Dat is gewoon een gemiste kans. Hoewel ik het wel heel leuk vond om zoiets te ontwikkelen. Het heeft nog even ergens in een café dienst gedaan en was met veel enthousiasme onthaald overigens, maar voor de rest ligt het nu in een kast. Hoewel ik afgelopen week hierover toevallig werd benaderd door Schiphol. Wie weet, wordt het toch nog wat.

Ook heb ik nog eens een BV opgezet met drie man. Die werd heel groot en liep eigenlijk heel goed.

We deelden de aandelen met elkaar, totdat er nog iemand bijgehaald werd. Die heeft mij tenslotte uit mijn eigen BV gewerkt. Dat voelt best heel raar, dat je iemand aanneemt, die jou er vervolgens uitwerkt, terwijl jij de oprichter bent. Overigens bestaat deze BV nog, maar is een andere richting ingegaan.

Van dit soort situaties leer je weer veel, hoe het allemaal kan uitwerken. 

O ja, ik heb nog een keer een stomme fout gemaakt. Ik verdiende met de online Gouden Gids, die ik had gebouwd voor een bedrijf best veel geld. Maar dat bedrijf deed het eigenlijk allemaal niet zo netjes en dat bedrijf is er gestopt. Ik was daar heel blij mee, want ik wilde toch al niet met dat bedrijf doorgaan, dat voelde echt niet goed. 

Ik moet zeggen, dat het ook niet mijn passie is om het zakelijke gedeelte zo uit te werken.

Mijn passie is veel meer om mooie dingen te maken en deze dan groot te maken. En door mijn lichamelijke conditie, die overigens nu veel beter gaat, had ik ook niet voldoende energie om daarvoor te vechten. Dat heeft dus wel een enorme impact op de zakelijke kant van mijn bedrijf gehad. Anders had ik mij waarschijnlijker wel wat sterker gedragen naar buiten toe.

IS JOUW BEDRIJF GEWORDEN, WAT JE OOK WILDE DAT HET ZAL WORDEN?

Met mijn bedrijf ben ik niet rijk geworden, maar ben wel financieel zelfstandig en kan er goed van leven. Ik kan zelfs elk jaar op skivakantie en dat vind ik bijvoorbeeld dan weer heel fijn.

Het is leuk als je geld verdient, maar die vrijheid van een eigen bedrijf met werk wat je echt leuk vindt, is veel waard voor mij. 

In het begin als jonge jongen verdiende ik gemakkelijk geld met wat ik toen deed. Ik had een soort experiment gemaakt met domeinnamen. Er was toen nog een bedrijf, waar je gratis domeinnamen kon krijgen. Ik was gewoon benieuwd, hoeveel typefouten er werden gemaakt. In die tijd had ik Google, Bol.com. en ook nog vele andere, er kwamen wel 5.000 bezoekers per dag op af. Daar zette ik dan een banner (online advertentie, waarop je kan klikken) op en verdiende gewoon heel veel geld mee, waar ik verder niets meer voor hoefde te doen. Daar heb ik een tijd lang op geteerd, totdat ik een brief van Google kreeg met de vraag of ze mijn domeinnaam mochten hebben. Vanaf die tijd heb ik het aan Google verkocht, ik vond het uiteindelijk geen leuke manier om geld te verdienen.

Vanaf die tijd dacht ik echt, dat geld verdienen ook niet moeilijk was. Het ging mij toentertijd ook zo makkelijk af. Maar ik zie nu wel in dat het veel lastiger is dan ik dacht en ik had verwacht dat mijn bedrijf iets groter zou worden dan het nu is. Dat ik meer impactvolle dingen zou bouwen vanuit mijn eigen naam.

 

JIJ ZIT NATUURLIJK WEL IN EEN WERELD, WAAR EXTREEM SNEL EN VOORTDURENDE VERANDERINGEN ZIJN?

Ik werk ook niet alleen, maar samen met andere mensen. Zo word je automatisch op de hoogte gehouden van wat er aan veranderingen en ontwikkelingen speelt. Dan weet je direct van elkaar hoe je het weer verder moet aanpakken. Net als bij de vele klanten, die veelal zelf innovatief zijn, steek je veel op. Ook ga ik regelmatig naar meetings zoals naar de A-Lab (broedplaats voor innovatieve ondernemers, die media, technologie en creativiteit combineren) in Amsterdam. Daar komen vaak heel leuke innovatieve ontwikkelaars, die hun ideeën daar delen. Maar het kan er ook heel hard aan toegaan.

Ik had een keer met een oculusbril iets gemaakt, waar je iets kon zien, waar ik informatie aan had toegevoegd. Dit heet augmented reality en ook XR (door 3d eraan toe te voegen). Drie weken later werd de startup van de oculusbril overgenomen door Facebook voor een miljard.

Dat soort mensen komen daar ook. Je komt er echt van alles tegen.

Dat maakt het heel boeiend. 

Ik ben nog elke dag heel enthousiast om steeds weer nieuwe dingen te ontwikkelen. Deze uitdaging ligt mij gewoon heel goed.

 

CONCLUSIE VOOR STARTERS:

  • Begin bij jezelf te kijken waar je passie  en je kracht ligt. Dan kan je het ook op een natuurlijke manier uitwerken in je leven. Dan gaat het ook rollen en kan het zelfs heel hard gaan. Dat is hartstikke leuk.

 

  • Kijk niet alleen naar het resultaat, durf ook soms de verliezer te zijn, maar leer ervan en ga door met wat je wilt doen.

 

 

    Valerie Ivangorodsky

    Founder Vivango - 

Software - en Applicatie ontwikkeling       

          06-14188308

         info [at] vivango.com

         www.vivango.nl

 

 

 

INTERVIEW met FRANK WIEBENGA pianist en pianoleraar, Muziekschool MAF [Muzikaal Aanbod Frank]

INTERVIEW met FRANK WIEBENGA pianist en pianoleraar, Muziekschool MAF [Muzikaal Aanbod Frank]

Ik heb nooit de ambitie gehad om solist te worden.

Ik wilde altijd al lesgeven,

maar niet voor een klas.

Het is niet alleen de muziek maar ook het lesgeven

aan één persoon tegelijk,

dat ik zo leuk vind.

Voordeur Frank Wiebenga

 

Frank Wiebenga (1946) is een gepassioneerd pianoleraar en musicus.

Zijn studio en tevens zijn muziekschool MAF in de IJselstraat 46 in Amsterdam staat bomvol met diverse piano’s, een schitterende cello en er hangen diverse muziekinstrumenten aan de muur.

Uit alles spreekt muziek. 

Zo treedt Frank ook regelmatig op met klassieke, jazz-, pop- en vrij improviserende musici, maar geeft het liefst en met grote liefde pianolessen. In zijn pianolessen streeft hijnaar evenwicht tussen verstand, gehoor en gevoel.

Zijn bedoeling is om mensen die gemakkelijk op hun gehoor spelen, te leren analyseren en noten lezen. En mensen die voornamelijk van blad lezen, te leren improviseren en juist op hun gehoor spelen.

Hij geeft ook lessen in genoemde genres en begeleidt zang.

Al deze aspecten heeft Frank Wiebenga kunnen koppelen aan een vrij ondernemerschap.

Een verhaal dat zichzelf vertelt.     

 

Muziekschool Frank Wiebenga

WAT WAREN OORSPRONKELIJK JOUW TOEKOMSTPLANNEN?

'Ooh, heel iets anders.

Ik wilde wetenschapper worden, dus totaal iets anders dan wat ik nu ben.'

In Groningen studeerde Frank Wiebenga Theoretische Natuurkunde en heeft daar vervolgens drie jaar wetenschappelijk werk in gedaan.

'In de praktijk beviel mij dat helemaal niet. Ik deed het eigenlijk met heel veel tegenzin.

Daar ben ik toen ook mee opgehouden.

Wat ik wel wilde, dat was les geven.

Alleen wist ik dat ik niet geschikt was om voor een klas te staan, anders had ik met mijn natuurkunde bevoegdheid dat wel kunnen gaan doen. 

Met muziek kon ik lesgeven aan één leerling tegelijk.

 

Met dit idee ben ik aan het conservatorium in Amsterdam klavecimbel gaan studeren en voor het einde van mijn studie gaf ik al aan diverse leerlingen klavecimbel- en pianoles.

Ik ben voor beide instrumenten bevoegd om les te geven.

Door de tijd heen werd het geleidelijk meer piano dan klavecimbel les.

In die tijd was er even een toenemende belangstelling voor oude instrumenten zoals blokfluit en klavecimbel, maar dat ebde op een gegeven moment beetje bij beetje weg. 

Toen heb ik ook mijn bevoegdheid om pianolessen te geven, gehaald.'

 

TOEN JIJ VAN WETERSCHAPPER OVERSTAPTE NAAR JE STUDIE KLAVECIMBEL, WAS JE TOEN AL BEZIG MET MUZIEK?

'Ja, ik had al in mijn jeugd vanaf mijn 9e jaar blokfluit les gehad. Vanaf mijn 12ejaar ging ik over op pianolessen.

Tijdens mijn pubertijd deed ik er niet echt veel mee, maar had toen nog wel regelmatig les.

De periode dat ik in Groningen wetenschappelijk werk deed, was ik al wel weer serieus bezig klavecimbel te spelen.

En dat maakte de overgang naar het conservatorium te gaan ook niet moeilijk.'

                 

      Frank Wiebenga's rijkgevulde boekenkast             

 

WANNEER WERD JIJ ZELFSTANDIG ONDERNEMER?

'Na mijn muziekstudie ging ik serieus verder met lesgeven en in eerste instantie aan volwassenen. Ik vond dat echt ontzettend leuk om te doen.

Ik beleef nu ook veel plezier met het lesgeven aan kinderen, al zijn dat wel heel andere wezens.

Ongeveer vanaf een jaar na mijn eindexamen  conservatorium kan ik leven van de muzieklessen, die ik geef.

Wel kreeg ik in de eerste tijd nog een jaarlijkse bijdrage van mijn ouders.

Na het overlijden van mijn ouders, dat vlak na elkaar was, kon ik van hun erfenis deze studio in de IJselstraat kopen en heb daar ook nog wat geld van over.

Tevens geef ik zo nu en dan als invaller les op muziekscholen en treed ik ook zo nu en dan op, maar dat levert financieel niet zoveel op.

De laatste 10 jaar treed ik eigenlijk steeds meer op met pianospelen.

Dat komt ook, omdat ik deel uitmaak van het pianoleraren kollectief APK, dat iedere maand in het CBK gebouw in Watergraafsmeer optreedt.

Ik ben dan ook vaak één van de optredende pianisten.

In het Amsterdams Pianodocenten Kollektief, APK, wisselen we ervaringen uit over de pianolespraktijk en andere voor ons relevante onderwerpen, ter onderlinge inspiratie.

Ik heb opgetreden met verschillende jazzbands en ben muzikaal leider van een eigen Tango-orkest met zeer goede amateurs.

Ook ben ik in te huren voor bruiloften en partijen. Dat zou ik best méér willen doen.'

 

                                              APK

HOE WERF JIJ JE LEERLINGEN?

'Het werven van leerlingen ging vroeger veelal via/via en met het overal ophangen van briefjes.

Dat was nog voor de tijd dat internet echt bestond.

Nu gaat de werving van leerlingen voornamelijk via mijn website. Daar ben ik rond 2000 mee begonnen. 

Via deze website was het heel gemakkelijk leerlingen te trekken, eigenlijk al vanaf het begin van mijn eerste website.

Ook fiets ik op een reclamefiets met alle gegevens en de kleuren van mijn muziekschool MAF.

Een leerlingenbestand is zeer wisselend, sommigen blijven jaren en sommigen zien er al gauw weer vanaf, omdat ze er zich wat anders bij hadden voorgesteld dan in de praktijk mogelijk is.

 

                                                  mafpiano.nl kleurrijk per fiets gepromoot

 

 

HOE BREIDDE JIJ JOUW MUZIEKSCHOOL UIT?

'Tijdens de start van mijn website rond 2000, die ik overigens zelf heb gebouwd, opende ik ook mijn muziekschool MAF.

De naam is eigenlijk bedoeld als grapje en staat voor: ‘“Muzikaal Aanbod Frank.”

Twee keer per jaar geef ik een bulletin uit voor mijn leerlingen, met de uitnodiging voor leerlingenavonden en cursussen.

In eerste instantie gaf ik deze leerlingenavonden en cursussen in mijn studio, maar dat ging al gauw niet meer, dat was te krap.

Daarna heb ik onder andere in de Tamboer op de Overtoom verschillende leerlingenavonden gegeven, waar elke leerling  een eigen muziekstuk speelt voor de andere  leerlingen.

Dit was een prachtige zaal, die als concertzaal was ingericht met overal portretten van componisten rondom aan de muur. Helaas is de eigenaresse mevr. Tamboer op een gegeven moment overleden en kon ik deze zaal niet meer huren.

De leerlingenavonden vind ik wel echt bij de lessen horen.

De cursussen zijn bedoeld als aanvulling op reguliere lessen. Ook geef ik cursussen voor pianoleraren. Dat worden natuurlijk mijn leerlingen niet, maar het werkt wel mee aan mijn netwerk.'

 

HOE HEB JIJ DIT FINANCIEEL GERED DOOR DE JAREN HEEN?

'Door de jaren heen heb ik grotendeels in mijn eigen inkomsten kunnen voorzien en financieel bijgedragen aan mijn gezin (vrouw en 17-jarige zoon).

Wel heb ik dus twee grote financiële meevallers gekend door de jaarlijkse giften van mijn ouders en later hun erfenis.

Tevens heb ik een lage huur, dus lage vaste lasten.

Ook bleek ik op mijn 65stenog recht te hebben op een pensioen van de drie jaar dat ik wetenschappelijk werk in Groningen deed en dat bedrag per maand bleek verrassend hoog.

Ondanksal deze meevallers is het voor mij financieel wenselijk dat ik nu nog les blijf geven. 

Dat vind ik wel OK, want ik doe dat met heel veel plezier.

Dat houdt voor mij het leven ook nog boeiend.

Maar als je denkt aan al die mensen die niet tot hun 72ste kunnen doorwerken, om wat voor een reden dan ook, of dat ze niet gezond zijn, die hebben echt een probleem. 

Voor mijn gevoel kan je van een AOW niet echt leven. Dat is echt veel te weinig.'

MAAK JIJ VEEL UREN OM JE MUZIEKSCHOOL RENDABEL TE HOUDEN?

'Ik geef per week iets van 30 uur les en met de voorbereidingen mee is dat zeker wel 40 uur per week.

Dat zijn niet zozeer de voorbereidingen voor de specifieke pianolessen, want dat hoef ik bijna niet meer te doen.

Ik verzin zo nu en dan wel nieuwe dingen, zoals die cursussen, waarvan ik de inhoud van de lessen steeds weer verander.

Maar je moet jezelf wel bij blijven spijkeren en dus ook zelfblijven pianospelen.

Daar gaat relatief veel tijd inzitten.

Ik vind het heel belangrijk om je te blijven ontwikkelen.

Dan blijft ook het lesgeven leuker en dat bevordert ook de werving van nieuwe leerlingen.

Zo zit ik bij een overkoepelend orgaan EPTA, European Piano Teachers Association, en zoals gezegd bij dat kleinere clubje APK, waar wij ook nog wel eens leerlingen aan elkaar doorschuiven, die het bij de ene pianoleraar niet zo goed doen en bij de andere wel.

De EPTA is een vereniging van pianoleraren in Europa. Ze werd in 1978 opgericht door Carola Grindea en er zijn 37 Europese landen bij aangesloten. Deze vereniging is voor mij heel belangrijk als vakvereniging die jaarlijks congressen houdt. Het is sinds kort zelfs twee keer per jaar.

De EPTA is met name inhoudelijk gericht en niet voor belangenbehartiging voor de leden zelf. 

Het gaat echt over pianospelen, lesgeven in piano, etc.

Daar leer ik ontzettend veel van. 

Ook zitten er wel wat uren in mijn administratie want doe ik al mijn boekhouding zelf.

Mijn grote trots is dat ik ook zelf een goedwerkend boekhoudprogramma heb gemaakt, specifiek op mijn bedrijf afgestemd.

Zo kan ik financieel heel goed mijn eigen overzicht houden en administratief alles regelen.

Dat werkt prima.

Kortom ik ben heel gelukkig met dit leven.'

 

CONCLUSIES FRANK WIEBENGA

  • Essentieel is dat je inhoudelijk met wat je doet je altijd blijft vernieuwen, zowel voor je bedrijf als voor jezelf.

 

  • Heb plezier in en liefde voor wat je doet.

 

  • Houd goed overzicht in je financiën.

 

 

Frank Wiebenga - Muziekschool MAF

IJselstraat 46 huis

1078 CK Amsterdam

Email;   frank.wiebenga [at] gmail.com

WWW: mafpiano.nl

Telefoon:  06- 22 14 08 30

 

 

 

 

 

 

Interview met Angelo Appel – Eigenaar Kaas & Notenwinkel Alexanderhoeve

Interview met Angelo Appel – Eigenaar Kaas & Notenwinkel Alexanderhoeve

Ik had zo iets van, laat maar op mij afkomen.

Het zal allemaal wel.

Ik was gewoon nog jong en

 ik had geen angst om uitdagingen aan te gaan.

 

Angelo Appel (36 jaar), geboren en getogen Amsterdammer, is een typisch voorbeeld van een jonge, selfmade ondernemer die met doortastend handelen en  aangeboren lef zijn zaak zo succesvol heeft gemaakt.

Angelo werd al heel snel in zijn leven geplaatst voor grote verantwoordelijkheden, die hij ook duidelijk aan is gegaan.

Een wonderlijk verhaal van een tiener, die nu 14 jaar later inmiddels twee kaaswinkels runt.

Zijn levendige, optimistische kijk op zijn ondernemerschap, zie je ook terug in zijn schitterend verbouwde Kaas & Notenwinkel ALEXANDERHOEVE in de Rijnstraat 72 in Amsterdam. Alles heeft hier kwaliteit.

Er heerst een blije gastvrijheid, die bij een buurtzaak als deze ook zo ontzettend belangrijk is.

 

    

                                     

HOE IS DIT VOOR JOU ALLEMAAL BEGONNEN?

Angelo Appel: 'Ik ben in deze winkel op mijn 15e jaar begonnen als bijbaantje. Dat was op de donderdagmiddag zakjes noten inpakken na schooltijd en op zaterdag hielp ik als verkoper de klanten.

Mijn idee was toentertijd nog om heel iets anders te gaan doen en wel in de patisserie te gaan werken. Mooie dingen maken van zoetigheid. Ik wilde daarom naar de bakkersschool, maar op een of andere manier kwam ik daar niet tussen. Ook dacht ik eraan om dan binnenhuisarchitect te worden. Ondertussen zijn deze ideeën nu wel weggeëbd.

Ik heb dan ook geen specifieke opleiding gedaan voor wat ik nu doe en weet, alles is door de ervaring en met heel veel leergierigheid opgedaan. En vaak naar beurzen gaan en met leveranciers praten.

Maar het moment dat ik te horen kreeg, dat je op je 16e niet meer leerplichtig was, wilde ik fulltime hier gaan werken.

Ik dacht toen wel, dat doe ik dan voor een paar jaar en ga daarna studeren. Maar ja, dan krijg geld in je handen en dat was voor mij de reden om toch door te gaan met werken.

Zo ben ik hier fulltime begonnen als 16-jarige jongen.

Het bleek algauw, dat de toenmalige eigenaar meer belangstelling had voor de ICT-wereld dan voor deze zaak en hij is daar uiteindelijk in verder gegaan.

De periode dat deze zaak in de verkoop was, is de eigenaar op een koopzondag in gesprek gekomen met een echtpaar in de winkel, die gewoon maar wat kwam kopen.

De vrouw was net uit Londen naar Nederland geëmigreerd en zocht werk. Deze vrouw kwam uit het zakenleven en was een econome.

In het gesprek dat ontstond, werd het voor de klant duidelijk dat deze winkel te koop stond en er werd gelijk die zondag een deal gesloten.

Op die zondag kocht de man dus niet alleen croissantjes, verse jus, etc., maar heeft ook voor zijn vrouw deze winkel gekocht. Het bleek later, dat deze vrouw niets van kaas af wist en dat heb ik haar langzamerhand geleerd.

Maar een succes werd deze overname niet en al snel werd deze zaak dan ook verkocht aan de franchise organisatie de KAASSPECIALIST.

Bij dat gesprek met de KAASSPECIALIST was ik toen meegegaan, eigenlijk meer om mijn baantje te behouden. Ik wilde gewoon graag hier in deze winkel fulltime blijven werken.

Opmerkelijk was dat in het overnamegesprek met de KAASSPECIALIST meteen de vraag naar voren kwam of ik deze zaak niet zou willen overnemen.'

Angelo Appel was toen 21 jaar.

'In die tijd had ik geen geld, niets, alleen gewoon mijn salaris.

Mijn vraag was dan ook gelijk, hoe we dat zouden moeten gaan doen.

Wij zijn toen overeengekomen, dat deze winkel voor mij verbouwd zou worden en dat de franchiseorganisatie garant zou staan voor mijn lening.

Dat hield in dat opeens mijn collega’s in de winkel mijn personeel werden....

Dit was eigenlijk voor mijn gevoel echter niet zo. Zij zijn voor mij altijd gewoon mijn collega’s gebleven en zij groeiden mee met het bedrijf. Ik ben nooit een bazige baas geweest.

We stonden te dicht bij elkaar.

En dit was de start van mijn eigen ondernemerschap.'

WAT WAS NU DE REDEN DAT DE KAASSPECIALIST JOU VROEG VOOR DEZE ZAAK?

'De Kaasspecialist geloofde in mij.

Ik werkte al wat jaren in deze zaak en had mij daarin bewezen.

Die franchise maakte deze kans voor mij mogelijk door de borg voor de lening en ook zorgden zij ervoor dat de rente niet te hoog werd.

De uitgaven in mijn leven kon ik laag houden, doordat ik nog thuis woonde.

In die eerste periode zag ik de omzet toentertijd ook als ware winst.

Hahaha, ik was gewoon jong.

Er komt een moment dat je inziet, dat je met die omzet weer verder moet investeren.

Ik heb daardoor in het begin best hele slechte momenten gehad, maar op een gegeven moment leer je dat wel.

Nu zijn mijn privé- en zakelijke financiën goed gescheiden.'

HOE BEN JE TOEN VERDER GEGAAN ALS EIGENAAR?

'Ik had door de jaren heen natuurlijk al een klantenbestand opgebouwd, de mensen kenden mij al. Die toenmalige econome uit Londen was een zeer aardige vrouw, maar toch was ik in feite ‘het-gezicht-van-de-zaak’.

Deze vrouw bleek achteraf ook niet veel met deze zaak te hebben.

En ja, door de verbouwing kreeg de winkel echt een boost.

Je bent jong en ik had zoiets van: ‘laat maar op mij afkomen, het zal allemaal wel.’

Ik vind geld verdienen echt belangrijk, maar ik had ook zoiets van ‘het kan toch ook best helemaal fout gaan’. Alleen had ik er geen angst voor.

Kortom ik durfde deze stap gewoon aan.

En dit is met ups en downs gegaan.'

Angelo Appel in De Alexanderhoeve

 KAN JE VAN JE UPS EN DOWNS EEN VOORBEELD VAN GEVEN?

'Ja zeker, een paar jaar geleden heeft de Rijnstraat voor twee en een half jaar open gelegen.

Dat is een periode, waarin de klandizie heel erg terug was gelopen.

Dan moet je wel dóór gaan.

Je komt in een overlevingsmodus en je doet er alles aan om te overleven.

In mijn geval, een winkel met verse waar, moet  je zorgen om minder in te kopen en innovatief te gaan nadenken, hoe je deze periode door komt.

Dit moest bijvoorbeeld door minder personeel aan te nemen en dan zelf harder werken voor hetzelfde bedrag.

Ik heb toen bijvoorbeeld bij een leasemaatschappij een scooter laten stickeren met de tekst: ‘Komt je niet naar de kaas, dan komt de kaas naar u’.

Thuisbezorgd.nl. was net in opmars, dus de klanten waren met dit idee nog niet zo bekend als nu.

Dus dat ging niet werken. Nu wordt er wel veel meer online besteld, maar toen nog niet.

De scooter was een deal van één jaar, maar ik mocht hem met een maand zonder problemen inleveren. Die leasemaatschappij heeft daar gewoon aan meegewerkt.

Zo heb ik ook heel veel folderacties gedaan, hele zondagen met duizenden folders gelopen met acties.

Achteraf heeft dat allemaal niet veel meer opgeleverd.

Dus wat overbleef, is de kosten goed in de hand te houden.

Wel ben ik op een gegeven moment de horeca, zoals restaurants, hotels, enz.  gaan benaderen.

Ik had toch tijd over en dat pakte goed uit.

Door deze deals met de horeca bleef nagenoeg mijn omzet in deze periode gelijk.

Deze opdrachten bestonden uit verkoop van plakken kaas, stukjes kaas, vleeswaren per kilo voor bedrijfskeukens.

Deze klandizie met de horeca is altijd gebleven, ook toen na de verbouwing van de Rijnstraat de winkel weer goed ging lopen. Alles bij elkaar heb ik dus meer omzet als daarvoor.

Je moet dus bij het ondernemen nooit een moment stilstaan.'

HOE MAAKTE JE DEALS MET DE HORECA?

'Dat was niet zo lastig.' vindt Angelo Appel. 'Je weet dat ook de horeca eten levert.

Ik stapte gewoon naar bedrijven toe, ik had toch niets te verliezen.

Gewoon bijdehand doen en deals proberen te sluiten.

Dat ging meestal wel goed.'

WAAROM BEN JE OVERGESTAPT NAAR DE FRANCHISE ALEXANDERHOEVE?

'Eigenlijk wilde ik al drie jaar lang weg bij de KAASSPECIALIST, want de fee voor de franchise, die je er moest betalen was gewoon teveel voor wat je ervoor kreeg.

Er was onvrede bij alle franchisewinkels.

Maar je zit toch een beetje vastgeroest. Het is veilig, de stap naar het onbekende is gewoon altijd spannend.

Wat ik ging doen was steeds veel klachten bij ze neerleggen en ook steeds meer mijn eigen weg gaan.

Uiteindelijk kwam de eigenaar van de KAASSPECIALIST op pensioengerechtigde leeftijd en verkocht al zijn winkels aan de ALEXANDERHOEVE.

ALEXANDERHOEVE heeft gelijk ook de naamstelling opgekocht en boven alle winkels zijn naam gehangen.'

HOE WAS VOOR JOU DIE OVERSTAP?

'Op het moment kreeg ik privé net de sleutel van een nieuw koophuis, waar heel veel verbouwd moest worden en twee dagen later een mailtje van de KAASSPECIALIST, dat er een overname zal plaatsvinden naar de ALEXANDERHOEVE, omdat hij zelf ging stoppen.

Dat ging allemaal zo snel, dat ik dacht ‘laat maar gaan, we zien wel’.

Ik moest zelf ook verbouwen in mijn nieuwe huis, heb een gezin met twee kleine kinderen, dat was hectisch. Ik koos eerst voor mijn gezin en dacht: ‘Laat alles maar komen’.

 

Deze overname was voor mij dan ook niet echt een eigen keuze, ik had mij bijvoorbeeld ook uit deze franchise kunnen laten kopen. Maar daar had ik niet de tijd voor om dat goed te overwegen.

Uiteindelijk bracht deze franchise veel meer positiviteit mee. Met deze franchise ben ik gewoon echt tevreden.

Nadat ik het eerst een jaartje zo had aangekeken, zijn we in oktober 2017 gaan verbouwen.

Casper van der Vaart, die al zeven jaar meewerkte in deze winkel is toen medepartner geworden.'

 

Angelo Appel en Casper van der Vaart                              

WAT WAS DE REDEN DAT CASPER MEDE-EIGENAAR IS GEWORDEN?

'Casper had hier al zeven jaar gewerkt en wilde zich verder ontwikkelen.

Het klikt goed tussen ons en wij besloten samen aan deze zaak verder te werken.

Geld verdienen is prima, maar samen delen heeft wel een meerwaarde.

Alle twee willen wij meer ideeën uitwerken en samen kunnen we nu heel goed brainstormen wat we nog verder zouden willen doen, zoals workshops, op markten gaan staan, meer met de horeca, e.d.

Daar is nu ruimte voor nu we met zijn tweeën zijn.

Ook staat er altijd een kapitein in de winkel.

En vanaf maandag hebben we nu zelfs een tweede winkel in Maarssenbroek, dat kan nu juist.'

EEN TWEEDE WINKEL IN MAARSSENBROEK?

'De ALEXANDERHOEVE is de laatste jaren enorm gegroeid.

Niet alleen de KAASSPECIALIST hebben ze opgekocht, maar ook de winkels van KAAS & ZO.

Ze hebben nu iets van 70 winkels.

Het bleek dat er ook nog een paar winkels in eigen beheer waren en één van deze winkels staat in het winkelcentrum van Maarssenbroek. Overigens is dit ook de winkel, waar alles 40 jaar geleden begonnen is. Dit was hun eerste winkel en daardoor is het ook een beetje hun kindje.

Zo komt alle waar die niet goed verkocht wordt, terecht in deze winkel.

Dat kan ook, omdat het een zeer drukke winkel is, waar je het zo verkocht krijgt.

Wij hebben deze winkel per 1 april overgenomen. Die gaan we eerst helemaal verbouwen.'

Interieur Alexanderhoeve

HOE IS DEZE VERKOOP TOT STAND GEKOMEN?

'De reden is dat zij in de laatste anderhalf jaar kennis hebben kunnen maken, hoe Casper en ik de winkel runnen.

Ze hebben niet veel kopzorg aan ons, wij lossen gewoon onze problemen zelf op. We bellen niet om de haverklap op voor wat dan ook.

Al heb je zo’n organisatie achter je staan, je moet ook zelfstandig kunnen blijven denken en handelen.

Na deze afgelopen periode hebben zij ons gevraagd of wij geïnteresseerd waren om deze winkel te kopen.

Nu zijn we met onze huidige winkel in de Rijnstraat net uit de verbouwing en staan dus weer voor zo’n uitdaging.

Ook zij zijn bereid borg te staan voor het financiële plaatje van de verbouwing, inventaris enz.

We moeten dat dan als het ware terugverdienen. Anders was dit niet mogelijk.

Maar omdat dit zo’n goedlopende winkel is, durven we het gewoon aan.

We hebben producten, die iedereen toch dagelijks moet hebben, dan is je risico gewoon kleiner.

Zorg voor goede verse producten en wees klantvriendelijk.

Daar geloven wij in.'

DUS CASPER EN JIJ ZULLEN NU JUIST WEL GESCHEIDEN GAAN WERKEN?

'Ja, dat voelt raar, maar toch hebben we beiden het gevoel dat we het ook samen gaan doen. Samen die winkels draaiende houden, vraagt nog veel overleg.

Ook kunnen we samenwerken met de voorraden.  Zo nu en dan zullen ook wel weer eens samen in één winkel staan.

Er staan in de nieuwe winkel al sowieso twee man personeel, die daar al heel lang werken.

En ook zoeken we voor allebei de winkels nog één personeelslid erbij.

Zo komt er dus ook nog wat ruimte voor meer samenwerking.'

WAAROM DE KEUZE DAT JIJ NAAR DE NIEUWE WINKEL MAARSSENBROEK GAAT?

'We hebben besloten dat ik naar Maarssenbroek ga, omdat ik de meeste ervaring heb als ondernemer. Bij het opzetten van een nieuwe winkel komt er zoveel bij kijken, dat het goed is dat ik deze stap zet.

Zo’n overname voelt altijd als een slagveld. Er komt dan echt heel veel op je af.

Ja, en ik vind deze stap ook best heel spannend en zal liegen als ik zal zeggen dat ik nu niet heel nerveus ben.

Maar de branche is voor mij bekend en ik ga er voor de 100% voor.'

 

ADVIES ANGELO APPEL:

 

  • Al had ik niet in de eerste plaats een bepaalde visie, wat ik zou gaan doen, ik had wel een doel met waar ik mee bezig was. Wat ik over een periode van vijf jaar wilde bereiken.

 

  • Ga er voor de 100% voor, met minder heeft geen zin.

 

  • Weet dat ondernemerschap heel veel tijd kost en dan moet je privé wel eens leuke feestjes bv. laten vallen.

 

  • In mijn branche als buurtwinkel, moet je zorgen dat klanten jou daar zien, dat levert respect op.

  •  

  • Durf besluiten en risico’s te nemen , wees niet bang.

 

ANGELO APPEL  -  ALEXANDERHOEVE
Kaas- en noten winkel

Rijnstraat 72

1079 HK  AMSTERDAM
Telefoon: 020-6618777

Email: rijnstraat [at] alexanderhoevekaas.nl

 

 

 

INTERVIEW met ERWIN ROOYAKKERS - Freelance tekstschrijver

INTERVIEW met ERWIN ROOYAKKERS - Freelance tekstschrijver

Boeken, die zijn van jongs af aan echt mijn ding.

Mijn liefde voorboeken heeft mijn keuze voor de toekomst wel bepaald.

Schrijver worden blijft mijn droom.

Maar onlangs realiseerde ik mij dat ik al jaren schrijver ben.

Met verhalen van anderen weliswaar en geen fictie, maar ik schrijf.

 

Erwin Rooyakkers (1972) is een echte tekstschrijver.

Zelfs het gesprek met hem verliep in prachtige en beheerste taal. Ik houd daar zo van.

Na een hartelijke en gastvrije ontvangst bij hem thuis, waar hij ook zijn eigen kantoor heeft, dat uitkijkt op een gezellige binnentuin, startte ons gesprek over de ontwikkeling van zijn werk. Daarbij bleek al gauw hoe snel hij zijn carrièrekansen overzag.

Bijna elke beslissing in zijn leven was raak en zo kon hij zich al snel als zelfstandig ondernemer ontplooien. Hij kon gaan schrijven, in al zijn vrijheid.

Het gemak waarmee hij uitgroeide tot een succesvolle tekstschrijver is een boeiend verhaal.

Door zijn kinderdroom waar te maken, kon Erwin Rooyakkers tot grote hoogte stijgen.

 

WAAROM BEN JE TEKSTSCHRIJVER GEWORDEN?

Erwin Rooyakkers: "Als kind las ik al heel veel en dat doe ik nog steeds.

In de jaren 80 keek ik graag naar de tv-comedy Executive Stress. Die speelde zich af bij een uitgeverij. Die sfeer sprak me erg aan en is altijd in mijn achterhoofd blijven zitten. Later werd die ook bepalend bij mijn studiekeuze na de middelbare school.

Het is als puber moeilijk om uit het enorme aanbod aan vervolgopleidingen te kiezen, maar tijdens het vak studiebegeleiding hoorde ik over de opleiding Boekhandel en Uitgeverij. In Amsterdam. Mijn keuze was gemaakt. Ik ben er de studierichting redactie en productiebegeleiding gaan volgen. Redactie is de inhoudelijke kant van het boeken uitgeven. Zorgen dat de teksten kloppen, zeg maar. En auteursbegeleiding. Productiebegeleiding is het hele proces van vormgeven, drukken en distributie.

In mijn studietijd ben ik stage gaan lopen bij Altamira, een uitgeverij van esoterische boeken.

Dat vond ik erg leuk. Alleen kwam ik er daar wel achter dat het literaire wereldje niet mijn wereld was. Te elitair. Te eenkennig.

Ik heb dus nooit voor een uitgeverij gewerkt."

WAT GEBEURDE ER NA JE STUDIE?

"Na mijn studie ben ik gaan werken bij Nestas communicatie, een communicatie-adviesbureau dat aanvankelijk deel uitmaakte van een koepelorganisatie voor woningcorporaties (het tegenwoordige Aedes). Deze baan vond ik via de vacaturebank van mijn opleiding.

Bij Nestas ben ik de eerste vier jaar na mijn studie redacteur geweest. Daar heb ik voornamelijk andermans teksten verbeterd of herschreven.

Dit waren bijna allemaal beleidsteksten.

In het begin was dat best saai - ik had niet zoveel met sociale woningbouw. Maar hoe meer ik erover te weten kwam, hoe interessanter het werd. Er gebeurde en gebeurt nog steeds erg veel in deze sector.

Sociale woningbouw, volkshuisvesting, is dan ook mijn specialisatie geworden. Ik schrijf veel voor  woningcorporaties, waaronder Rochdale en Eigen Haard.

Tijdens deze vier jaar bij Nestas ben ik ook zelf gaan schrijven. Voor huurdersmagazines en nieuwsbrieven, onder andere. Een collega nam me mee op reportages en liet me ook steeds meer zelf artikelen schrijven. En dat vond ik veel leuker dan alleen meer andermans teksten redigeren en herschrijven.

Na vier jaar vond ik het tijd voor wat nieuws. Ik heb toen een jaar parttime gewerkt bij Woonzorg Nederland, een landelijke woningcorporatie voor senioren. Daar was ik communicatiemedewerker.

In de maanden voordat ik wegging bij Nestas, had ik net een nieuw bewonersmagazine opgezet voor een klant. Ik had het eerste nummer ervan volgeschreven. Toen ik deze klant vertelde dat ik wegging bij Nestas, was de vraag: “Ga je dan voor ons freelancen? Je kent ons nu inmiddels, dus we gaan graag met je verder.”

Dat was mijn eerste freelanceklus.

In mijn tijd bij Woonzorg Nederland werd WoningNet opgericht. De organisatie die namens woningcorporaties woningzoekenden aan een huis hielp. Tijdens een bijeenkomst van alle communicatiemedewerkers van de deelnemende woningcorporaties vroeg WoningNet of we nog tekstschrijvers in ons netwerk hadden. Ze gaven toen nog elke week een magazine uit met alle woningadvertenties. Daarin stonden ook een aantal artikelen. Ik heb mijzelf toen voorgedragen.

Dat was freelanceklus nummer twee." 

Erwin Rooyakkers schreef onder andere voor Kijk op wonen

HOE BEN JE UITEINDELIJK FULLTIME FREELANCER GEWORDEN?

"Met deze twee steeds terugkerende klussen durfde ik de stap naar volledig zelfstandig ondernemerschap te zetten. Dus ik nam ontslag bij Woonzorg Nederland. Mijn baas vroeg toen of ik nog wel freelanceklussen wilde blijven doen voor hem, dat werd opdrachtgever nummer drie.

Vanaf die tijd had ik voldoende werk en daarmee voldoende inkomen om als zelfstandig ondernemer rond te komen. Mijn huur was in die tijd trouwens ook niet zo hoog.

Voor mijn gevoel ben ik er dus min of meer vanzelf in gerold. Het waren geen grote keuzes.

Ik heb alleen steeds de kansen gegrepen die mij werden geboden. En daar heb ik nooit spijt van gehad."

JE FREELANCECARRIÈRE LIJKT JE TE ZIJN AANGEWAAID, MAAR DAAR IS ECHT WEL IETS MEER VOOR NODIG: JE MOET WEL GOED KUNNEN SCHRIJVEN ...

“Dat klopt. Maar toch, bijna elke keer als ik weer een artikel opstuur naar mijn opdrachtgever twijfel ik weer. Is het wel goed genoeg? Tegelijkertijd heb ik al jaren dezelfde opdrachtgevers; die blijven heus niet als ik niet zou kunnen schrijven. Dus ik zal wel iets goed doen.”

 

HOE VIND JE NIEUWE KLANTEN?

“Via via. Daar komt het op neer. Al mijn opdrachtgevers ken ik rechtstreeks door, of via via mijn eerste twee banen.

Voormalige collega’s die ergens anders gaan werken en je daar introduceren. Klanten die je aanbevelen aan hun collega’s. Een goed netwerk, dat is de sleutel. En goed werk leveren, natuurlijk.

Een specialisatie helpt ook. Omdat ik veel en al lang voor woningcorporaties schrijf, raak je bekend in dat wereldje. En dan weten ze je makkelijker te vinden. Als specialist voeg je ook toegevoegde waarde toe voor een klant. Je weet wat er speelt, je weet wat er bedoeld wordt met allerhande vaktermen. Dat werkt allemaal in je voordeel.

Omdat ik veel werk krijg van bestaande klanten en nieuwe klanten me via via weten te vinden, heb ik in al die bijna 20 jaren dat ik nu freelance, nog nooit actief hoeven acquireren. Even afkloppen.”

JE HEBT WEL EEN WEBSITE, HOE WERKT DAT VOOR JOU?

“Mijn website heeft niet mijn grootste prioriteit. Ik heb wel een training gevolgd om te leren schrijven voor het web.

Deze opleiding was bij Aartjan van Erkel, dé grote naam in Nederland op dit gebied.

Ik heb mijn eigen website als oefening gebruikt om wat ik van hem geleerd heb, in de praktijk te brengen.

Mijn website heeft me binnen een paar weken aan twee grote opdrachten geholpen. De vrouw van mijn oude baas bij Nestas had mijn naam doorgegeven aan een collega die een tekstschrijver zocht. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek, en daar zei ze me tot wel drie keer toe dat ze zo enthousiast was over mijn website. Ze had nog een tekstbureau van haar collega doorgekregen, maar dat had ze niet eens uitgenodigd voor een gesprek. Mijn website had haar er al van overtuigd dat ik degene was die ze zocht. Da’s toch leuk om te horen.

Mijn website zelf zit goed in elkaar. Alleen is die nog niet goed te vinden in Google. Daar moet ik nog mee aan de slag. Maar omdat ik toch genoeg werk heb, stel ik dat steeds uit.”

WAT ZIJN ONDANKS ALLE MOOIE KANSEN, JE GROOTSTE OBSTAKELS GEWEEST?

“Het werk is me eigenlijk steeds aan komen waaien. Dus obstakels heb ik niet echt gekend.

Vreemd genoeg had ik juist tijdens de crisistijd heel veel werk. Alleen verleden jaar was het in de eerste maanden voor het eerst wat stiller.

Daar raakte ik dan toch wel lichtelijk van in paniek. Maar uiteindelijk duurde het niet lang of een opdrachtgever van wie ik dacht dat die me vergeten was, kwam met heel veel werk. Uiteindelijk is 2018 één van mijn beste jaren geworden.”

HOE OVERLEEF JIJ FINANCIEEL ZO’N STILLE TIJD?

“Als je start als freelancer is het belangrijk om een financiële buffer op te bouwen. Dat heb ik vooral gedaan in dat jaar dat ik parttime bij Woonzorg Nederland werkte en al aan het freelancen was. Daarna is die buffer alleen maar groter geworden.

Als freelancer moet je tegen onzekerheid kunnen. Dat kan ik, tot op zekere hoogte. Maar die buffer heb ik echt nodig voor mijn gemoedsrust.

Ik ben trouwens niet verzekerd voor arbeidsongeschiktheid of andere onverwachte situaties. Dat soort verzekeringen zijn zo ontzettend duur. En als er wat gebeurt, is het maar de vraag of je krijgt uitbetaald. Dus nogmaals: een financiële buffer. Héél belangrijk.”

IS JOUW IDEE VOOR DE TOEKOMST UITGEKOMEN?

“Mijn grootste fantasie was, zoals van elke neerlandicus, journalist, tekstschrijver en redacteur, om een boek te schrijven. Die fantasie heb ik nog steeds. En om daar van te kunnen leven.

Maar ik dacht hier recentelijk nog eens over na en realiseerde mij dat ik al schrijver bén.

Ik schrijf dan wel niet mijn eigen fantasieën, maar ik vertel wel het verhaal van andere mensen. Ik interview ze over wat hen bezighoudt en dat schrijf ik op.

Daar verdien ik dan ook nog een goede boterham mee.

Ik ben dus gewoon schrijver, iets wat ik altijd wilde worden. Alleen niet het soort schrijver dat ik in eerste instantie in gedachte had.

Natuurlijk ben ik stiekem wel met een boek bezig. Twee eigenlijk. Maar als ik de hele dag al achter de computer heb gezeten en ’s avonds kan kiezen tussen er weer achter kruipen of afspreken met mijn vrienden, dan kies ik toch voor dat laatste. Die boeken moeten dus maar even wachten. Tot na mijn pensioen of zo. Overigens staat er op mijn site een kort verhaal, daar neem ik af en toe wel de tijd voor.”

Zie link: http://erooyakkers.nl/een-volk-voor -het-huis/

LAATSTE VRAAG: WAT TREKT JOU IN HET ZELFSTANDIG ONDERNEMERSCHAP?

De vrijheid en (redelijke) flexibiliteit.

Toen ik nog voor een baas werkte, zat ik soms gewoon mijn uren uit te zitten. Als ik nu klaar ben met werk, ben ik ook echt klaar en kan ik naar buiten.

Ook kan ik redelijk spontaan eens een lang weekend weg. En als ik op vakantie of in mijn vrije tijd een mailtje moet beantwoorden, vind ik dat helemaal niet erg. Als ik voor een baas zou werken, zou ik dat erg storend vinden.

Natuurlijk heb ik nu ook soms saaie klussen, maar die doe ik wel voor mezelf.

De beloning die er altijd weer tegenover staat, is heel motiverend. Dat beloningsmechanisme in je hoofd werkt als je

zelfstandig werkt heel anders dan wanneer je werkt voor een baas.

Dat gevoel van autonomie, dat inspireert mij.”

 

TIPS VOOR EEN STARTER?

  • Neem een zakelijke en een privébankrekening.

  • Geef jezelf ‘loon’ op je privérekening, elke maand hetzelfde bedrag. Zo raak je gewend aan een vast bedrag en geef je niet opeens veel meer uit als je een heel goede maand hebt. En raak je ook niet gefrustreerd als het eens wat minder gaat.

  • Spaar. Bouw een financiële buffer op waarmee je het minimaal een half jaar redt - liever langer - als al je inkomsten wegvallen.

  • Regel je pensioen! Als je dat niet doet, krijg je er later spijt van.
    Ik ben erg tevreden over BrightPensioen, speciaal voor zzp’ers. Erg transparant allemaal en je kunt heel makkelijk elke maand je inleg aanpassen.

     

 

Erwin  Rooyakkers - Tekstproducties

Jacob van Lennepkade 270 C

1053 NE Amsterdam

 

Website: www.erooyakkers.nl 

 

Pagina's