INTERVIEW met KEES HILHORST, lijstenmaker - LIJSTENMAKERIJ van AMSTERDAM

INTERVIEW met KEES HILHORST, lijstenmaker - LIJSTENMAKERIJ van AMSTERDAM

Eigenlijk begon ik mij op een gegeven moment bezig te houden met kunst. Vooral het verhandelen daarin.

Mijn eerste idee was om deze kunst te gaan verkopen

 en dan ook nog eens lijsten te gaan maken.

Het lijsten maken is uiteindelijk gebleven, want de handel in kunst bleef achter.

Kees Hilhorst (1958) is een lijstenmaker van bijzondere allure met veel feeling voor zijn vak. Hij is ooit begonnen in loondienst en later ZZP-er geworden op gevorderde leeftijd is hij alsnog een geslaagd ondernemer geworden. Dat maakt zijn verhaal zo apart. Van oorsprong een adviseur in Land- en Watermanagement, die dit vak van lijstenmaker in de praktijk  geleerd heeft. Zoals hij zelf zegt, heeft hij het ‘afgekeken’ van een zeer ervaren lijstenmaker, die hij al spoedig in dienst  had genomen. Een bijzonder verhaal over een totale verandering in zijn leven,  op latere leeftijd,  en  waarvan hij nu heel veel plezier  beleeft. Hij heeft op een moment een opmerkelijke keuze gemaakt vanuit zijn gevoel voor kunst en de handel, die hij probeerde op te zetten. Kees nam zijn leven in eigen hand.  Dit uit zich in zijn werk ten volle. De kwalitatieve, schitterende resultaten van zijn  opdrachten zijn daar het bewijs van. Zie hier een beeldend verhaal van een link van de column van Femke Halsema uit Het Parool ‘IK LIET HEM VALLEN’, die ooit bij hem een nieuwe lijst liet maken: 

https://www.parool.nl/nieuws/ik-liet-hem-vallen~be4fff29/

WAT WAS JOUW MOTIEF GEWEEST OM LIJSTENMAKER TE WORDEN?

‘Een jaar of 15 geleden, ben ik een beetje met de overige tijd naast mijn werk, die ik toen had, gaan bezig houden met schilderijen en kunst. Vooral de in- en verkoop van kunst en verhandelen daarin. Maar het inkopen ging beter dan het verkopen. Dat hield in, dat ik op het laatst heel veel kunstobjecten  bezat. Alleen mijn interesse hield er niet door op. Daardoor ging  bij mij de  gedachte leven om zelf een galerie of zoiets te gaan opzetten.  Waarom ook niet? Maar door nuchter door te denken over dit plan, wist ik dat het niet zou lukken. Daar moet je ook voldoende geld voor hebben en heel veel werk in voorraad hebben. Ook moet je een ruimte huren, die daar geschikt voor is, enz., enz. Dat geheel zag ik niet zo zitten. Maar bij toeval zag ik op Marktplaats, niet echt bij toeval, maar omdat ik er wel naar zocht een lijstenmakerij ter overname. Dat was deze zaak, hier in de Maasstraat 7. En zo is het gekomen, dat ik nu lijstenmaker ben geworden.’

DUS JE BENT NIET GELIJK GESTART ALS LIJSTENMAKER, WAT VOOR WERK DEED JE HIERVOOR?

‘Ik ben van oorsprong adviseur in Land- en Watermanagement. Ik werkte bij een ingenieursbureau. Later ben ik verder gegaan als ZZP-er op wisselende trajecten, waar ik gewoon mijzelf verhuurde of werkte daar waar ik opdrachtjes kon uitvoeren.’

HOE GING DIE STAP VAN BEDRIJFSADIVISEUR NAAR LIJSTENMAKER?

‘Dat ontstond, omdat ik wel eens ging kijken bij DE DOMEINEN, waar overtollig overheidsmateriaal wordt opgeslagen en verkocht. Officieel heet het DIENST DER DOMEINEN en daar zit er o.a. één in Soesterberg met een groot terrein. Daar worden ook kunstwerken gestald en houden ze bezichtigingen. Je kan je  daar op inschrijven, wat je wilt hebben. De hoogste bieder heeft het dan bemachtigd. Wat er ligt opgeslagen zijn allemaal overtollige voorwerpen van de overheid, zoals bijvoorbeeld in beslag genomen auto’s, fietsen, veel voorwerpen uit het leger, maar dus ook heel veel BKR-kunst. BKR, Beeldende Kunstenaars Regeling, was destijds een regeling van de overheid voor kunstenaars. De kunstenaars, die daar bij aangesloten waren, moesten dan een aantal kunstwerken per jaar voor de gemeente maken en in ruil daarvoor behielden zij hun uitkering. Deze kunstwerken kwamen veelal in overheidsgebouwen of werden gewoon opgeslagen. Zo kwam ik op een zeker moment in aanraking met pallets vol kunst bij de Domeinen. Vanaf dat moment ging ik  ook inschrijven op zo’n hoeveelheid kunst. Ik heb  toen uiteindelijk  3 pallets vol BKR-kunst  toebedeeld gekregen. Zo is het begonnen.’

WIST JE WEL WAT VOOR KUNST JE GEKOCHT HAD?

‘Nee, alles zat nog ingepakt en je wist niet wat je had gekocht. Dat heb ik thuis toen allemaal uitgepakt en mijn hele huiskamer vol gezet en ben het toen allemaal gaan uitzoeken. Maar met dat uitzoeken, wat er van belang was, wat is de prijs, waar zoek je het op, enz., groeide ook mijn interesse daarin mee.’

HAD JIJ ZELF EEN SPECIAAL IDEE OF VOORKEUR IN EEN KUNSTRICHTING?

‘Nee, het zat meer in het ermee bezig zijn. Hoewel het nooit winstgevend is geweest, maar het idee van die handel, kopen en verkopen, vond ik heel boeiend. Zo heb ik ook best wel dingen voor de ‘heb’, die ik echt  zelf wilde houden. Dat waren de mooiste voorwerpen natuurlijk. Alleen had ik op een gegeven moment mijn hele huis vol met kunstwerken, zodat als ik weer wat nieuws had bemachtigd,  er eerst wat van de wand af moest. Ook hier in het atelier hangt het helemaal vol, maar deze werken wil ik wél verkopen.’

DUS UITEINDELIJK BEN JE IN DÉZE ZAAK VIA MARKTPLAATS TERECHT GEKOMEN?

Ja, precies. Deze winkel was al een lijstenmakerij, maar voor mij was deze winkel in eerste instantie van belang voor de verkoop van al die kunst, die ik had.’

HOE IS DIE OVERDRACHT VAN DEZE ZAAK NAAR JOU GEGAAN?

‘Deze overdracht heb ik met een goodwill, de inventaris, en het huurcontract overgenomen. Dat heet in de plaatsstelling. Dan ga je samen, de oude en nieuwe eigenaar, naar de huurbaas toe en dan vraag je of het huurcontract van de oude naar de nieuwe huurder kan worden overgenomen. Dat mocht. Ook heb ik deze zaak  met mijn eigen geld overgenomen. Want mocht het niet lukken, dan had ik geen schulden gemaakt. Ook wilde ik, als ik een zaak zou beginnen, niet  vooruit al schulden hebben. Dit geld had ik gewoon voor dit bedrijf. Ik had met mijn vorige baan goed verdiend als  ZZP-er. In feite veel meer dan ik nu verdien, maar dit vind ik veel leuker om te doen.’

TOEN WAS HET JOUW ZAAK, HOE VERLIEP DAT VOOR JOU VERDER. HET WAS VOOR JOU WEL EEN NIEUWE BRANCHE? 

‘Ik verkocht de eerste twee weken niets, maar daarna kwamen blijkbaar de mensen van vakantie terug en verkocht ik wel 30 lijsten in een week. De verkoop liep eerst dus heel goed en dat was ook hartstikke leuk. Het was ook al een goedlopende zaak, moet je je voorstellen. De loop was er al, dat was het voordeel.’

WANNEER GING DIE VERKOOP OVER TOT EEN OFFICIËLE LIJSTENMAKERIJ?

‘De klanten kochten hier dus hun schilderijen, maar ze wilden er wel een lijst omheen. Uiteindelijk moest ik het van de lijsten hebben, de kunstverkoop liep al snel daarbij achter.’

MAAR JIJ WAS TOEN NOG GEEN LIJSTENMAKER, HOE HEB JIJ DAT OPGELOST?

‘Ja, dat klopt. Na een aantal weken bedacht ik mij, dat ik toch maar eens moest leren lijsten te maken, bij al die vraag. Maar zoiets gaat niet vanzelf. Het mooie was dat ik na een paar weken, toen ik geopend was, werd gebeld door iemand, die had gehoord, dat ik een lijstenmaker zocht. Zo kwam het, dat ik na een paar weken al iemand in dienst had, die het al kon. Deze man was toentertijd al 62 jaar en was al lijstenmaker vanaf zijn 16ejaar. Die kon het echt heel goed. Zelf was hij net ontslagen en zocht een nieuwe werkplek, dus dat paste allemaal heel goed. Van deze echte vakman heb ik dit vak geleerd. Ik heb dus geen officiële vakopleiding gedaan, maar ik heb het in de loop der tijd van hem ‘afgekeken’. Deze man is pas anderhalf jaar weg en heeft hier praktisch vanaf het begin in 2008 gewerkt. Dit bedrijf bestaat nu 12 jaar. Ik heb dus ruim 10 jaar met deze man samengewerkt en zo heel veel van hem geleerd.’

NU IS DEZE LIJSTENMAKER MET PENSIOEN, HOE IS DAT NU VOOR JOU OM ALLEEN VERDER TE GAAN?

‘In  eerste instantie stiller, maar dat is sinds kort  weer veranderd. Ik heb nu sinds kort een stagiaire, Simon, in dienst.’

EERST EEN OFFICIËLE LIJSTENMAKER, MAAR NU EEN STAGIARE IN DIENST?

‘Simon is hier via de Ambachtseconomie, die zich inzet voor het herscholen van mensen met een uitkering. De Amsbachtseconomie is de sector binnen de economie, waarin vakmensen met hun geschoolde handen producten maken of diensten verlenen om zich een  bestaan te verwerven. Mensen boven de 40 jaar ongeveer kunnen dan met behoud van hun uitkering via deze instelling een ander beroep of ambacht leren. Simon werkte hiervoor in de horeca, maar door de coronacrisis viel zijn baan weg. Hij vroeg zich sowieso al af of hij in de horeca wilde blijven, zijn passie ligt veel meer bij interieurontwerpen en wilde in eerste instantie meubelmaker worden. Deze studie was al vol en toen koos hij voor lijstenmaker. Voor hem is dat ook in de richting van interieur van huizen.’

HOE BEN JIJ AAN DEZE STAGIARE GEKOMEN?

‘Ik had al een tijd geleden een opleidingsplek aangegeven aan de Ambachtseconomie, die gelieerd is aan ART-FRAME. Dat is onze brancheorganisatie, die ook een poot heeft in die Ambachtseconomie.’

IS HET DE BEDOELING DAT SIMON, DE STAGIARE, BLIJFT?

‘Hij blijft sowieso de hele opleiding hier, dat duurt ongeveer een jaar. Daarna zal hij allicht een certificaat krijgen en dan kan hij overal heen, waar hij wil. Voor mij is het nog de vraag of ik hem hier hebben wil. Nu is hij prijstechnisch heel aantrekkelijk: hij kost mij nu niets. Als hij straks de opleiding heeft afgerond en een vak heeft, dan moet ik kijken of ik dat wel kan betalen. Het moet wel allemaal passen natuurlijk.’

WEER TERUG NAAR JOUW BEGIN: HAD JIJ OOK EEN ECHT PLAN, EEN VISIE TOEN JE HIER BEGON?

‘Mijn eerst idee was om mijn kunst te gaan verkopen en dan ook lijsten te gaan maken. Maar ik wilde in eerste instantie een winkel. Eigenlijk dacht ik erbij, dat lijsten maken, dat leer ik ook nog wel. Zo is het op een natuurlijke wijze gegroeid. Mijn voorgangster had veel meer artikelen in haar winkel, zoals ansichtkaarten, posters, beeldjes, enz., maar het bleek, dat het enige waar mensen voor kwamen waren eigenlijk de lijsten. Zo van lieverlee in een tijdsbestek van enkele maanden heb ik alle prullaria eruit gewerkt. Daar kwam niemand voor en is het inlijsten gebleven. Zo is het gegroeid.’

KON JE ER WEL GELIJK AL VAN LEVEN, HOE IS DAT VERLOPEN?

‘Ik draaide direct een hele goede omzet. Het was een bestaand bedrijf, dat aardig doorliep. Maar ik had ook al veel eerder een uitkering van de WAO. Ik ben namelijk ooit 100% afgekeurd. Op mijn verzoek is dat een lager percentage geworden en sindsdien was ik ook weer aan het werk gegaan, maar dan wel als ZZP-er. Zo  heb ik  nog jaren voor bedrijven gewerkt in mijn oude beroep, als ZZP-er. Maar het geeft mij een fijn gevoel dat ik verzekerd ben van een bepaald bedrag per maand.  Als ik meer verdien, wat ze kunnen zien aan mijn belastingaanslag, dan moet ik het teveel weer terugbetalen. Zo houd ik altijd een financieel vangnet. Het is geen weelde, maar het is wel een goed gevoel zo. Er zijn hier maanden dat ik een top-omzet draai, maar ook maanden met niets. Over het jaar genomen is het best wel een goede omzet hier. De opdrachten gaan heel wisselend, soms loop ik achter met het werk en soms heb ik helemaal niets. Dat is soms moeilijk om mee om te gaan.’

DOE JIJ NOG OOK WEL IETS AAN ACQUISITIE? 

‘Nee, ook nu doe ik niets aan acquisitie. Ik heb in het verleden er wel iets aan gedaan en gebruikte dan Google Adwords. Dan mag je bijvoorbeeld € 50.00 storten en na 2 uur is het al weer opgebruikt. Google Adwords houdt namelijk in, dat als je bijvoorbeeld voor een boekhoudkantoor werkt, het woord ‘boekhouder’ kan invullen om het op Google Adwords te zetten. Dan mag je daarvoor een bedrag aangeven, een maximum, wat je moet aftikken als er iemand op klikt. Zo zoekt iemand een boekhouder en dan kan jij tevoorschijn komen op Google. Gaan ze dan op je klikken, dan ben jij jouw bedrag kwijt en zelfs iets meer dan de hoogste bieder op Google. Zo werkt het systeem. Dus als er op mij werd geklikt, dan was ik het geld kwijt en moest ik opnieuw geld storten voor weer een hoge rank bij Google. Zo bleek dat  andere lijstenmakers ook heel hoog boden en ben daarom afgehaakt. Dan maar minder werk, dit is te duur. Wel heb ik de naam van dit bedrijf veranderd in ‘Lijstenmakerij Amsterdam’. Eerst heette dit bedrijf 123 ART en Final Touch. Met deze naam heb ik het eerst zo overgenomen. Maar het veranderen van die naam, bleek ik evengoed bijna bovenaan te staan, die paar die dan net nog iets hoger staan dan ik, die betalen dan wel voor hun plaats.’

WAT ZIJN JOUW BESTE MOMENTEN GEWEEST SINDS JE DIT BEDRIJF HEBT GEOPEND?

‘Eigenlijk staat het los van mijn lijstenmakerij, maar op een gegeven moment zag ik een heel leuke dame voor mijn etalage staan, daar ben ik mee in contact gekomen en ze heeft ook iets laten inlijsten. Vanaf dat moment heb ik jaren met haar een relatie gehad. Dat was wel heel bijzonder. Ook kwam hier op gegeven moment een man, die zijn hele leven in de tandenborstels gezeten had. Deze man heeft hier per telefoon en in de winkel uren over kunnen spreken. Hij wilde als opdracht ook tandenborstels ingelijst hebben. Ik heb  hem gezegd, dat hij een keuze kon maken hoeveel hij er op een plank wilde  spijkeren en dat ik dat dan zal inlijsten. Maar onvoorstelbaar bijzonder, hoe die man daar mee bezig was. Maar zakelijk gezien zijn mijn mooiste momenten altijd weer bij het afleveren van een gemaakte lijst als de mensen blij en gelukkig zijn met het werk. Ik ben geen opruimer en mijn werkplek mag gewoon rommelig zijn. Ondanks dat, blijven de mensen toch komen. Daar gaat het toch om?’

HOE BEPAAL JIJ DE PRIJZEN VOOR JE WERK?

‘Ik heb een computerprogramma, waar alle artikelen in staan. Daar voer ik dan de oppervlakte van een kunstwerk in, het soort en type lijst, waarna de computer de juiste prijs berekent. Dat is op basis van inkoop maal een factor. Dat geldt ook voor een extra, zoals een passe-partout. Voor lijsten is het dus de lengte maal bedrag, de omtrek in feite, én wat je verliest in de hoeken. Het is dan inkoop + factor. Zo heb ik wel altijd een klein beginbedrag en daarop dan de zoveel meter.’

WAT IS JOUW SLECHTSTE ERVARING GEWEEST IN DEZE JAREN?

‘Dan moet ik denken aan een man, die kwam met een werk, waar een bepaalde lijst om moest. Alleen mocht het bijna niets kosten. Bij het ophalen, maakte hij behoorlijk veel stennis en toen heb ik hem met lijst en al buiten gezet. De lijst ging daardoor helemaal kapot natuurlijk. Mensen om hem heen vonden dat heel erg zielig, omdat hij dan niets had om naar te kijken.... Maar dat was zijn probleem. Ook heb ik hier een behoorlijke watersnood gehad. Er bleek een verstopping in de riool. En precies hier gaat een riool in een dikke buis naar boven naar het platte dak. Toen het hevig begon te regenen kwam al dat water de kelder in, waar ik mijn werkplaats heb. Daar stonden juist allemaal kunstwerken, lijsten, materialen, noem maar op.’

HOE IS DEZE WATERSNOOD OPGELOST?

‘De Salvage was gekomen en hebben  alles droog gepompt. Alle kunstwerken, die in het souterrain stonden, had ik mee naar huis genomen. Voor de rest werd alles afgevoerd door de Salvage naar droogkamers. Uiteindelijk was er niets beschadigd aan kunstwerken van de klanten. Ik kon alles op tijd naar boven halen. De schadepost was verzekeringswerk en alles is financieel wel goed gekomen. Maar ik was op dat moment bloednerveus, toen ik in eerste instantie die schade zag. Het was ook in het eerste jaar, dat ik hier net zat. Dat was een hele beproeving.’

ALS JE DIT ALLEMAAL MEE MAAKT, HOE IS HET VOOR JOUW OM ONDERNEMER TE ZIJN. JE STAAT ER DAN WEL EVEN HELEMAAL ALLEEN VOOR?

‘Eigenlijk zijn wij, mijn familie, niet geboren om voor een baas te werken. Van oorsprong ben ik een boerenzoon uit de Eempolder. Dus voor mij is het de normaalste zaak om zo te leven. Niet zozeer voor de vrijheid, want ik ga gewoon alle dagen open en wijk daar niet echt van af. Ik ga niet voor elk wissewasje dicht. Dus die regelmaat houd ik aan voor mijn klanten. Maar ik kan wel mijn eigen besluiten nemen in  dit bedrijf. Ik ben degene, die het bepaalt, dat geeft mij een gevoel van vrijheid. Ergens hoop ik wel dat er een opvolger is, zolang zal ik hier niet meer blijven. Ik heb ook een werkplaats in Baarn, waar ik woon en daar wil ik eigenlijk verder gaan. Ook wil ik minder gaan werken. Dan wordt de lijstenmakerij voor mij nog een bijverdienste.  Zou ik nog wachten op mijn pensioenleeftijd, dan kan ik vast veel minder ondernemen dan ik nu nog kan. De tijd is er nu voor mij, om een keuze te maken. Het gaat om de vitaliteit, die ik nu nog kan opbrengen om bijvoorbeeld te gaan reizen. Er  zijn nog zoveel meer leuke dingen in het leven om te gaan doen. Daar wil ik nog even van gaan genieten, naast mijn lijstenmakerij.’

ADVIES

  • Voor een starter is het van belang de vragen te stellen, wat ga je doen, wat wil je en wil je dat graag? Dan zeg ik gelijk: “gewoon DOEN.”
  • Vind jezelf nooit te oud om te starten. Ik zelf was 50 jaar, toen ik met deze lijstenmakerij begon. Ga het dus niet doen, omdat je jong bent, maar ga het doen als je het wilt. 
  • Dus om te starten  met iets nieuws maakt leeftijd niets uit.
  • Let op je financiën , vooral juist ook de kleine vaste lasten, die kunnen soms ook heel anders en voordeliger worden georganiseerd. Zoals bijv. wel of niet een pinautomaat via een telefoon abonnement. Soms denk je, dat valt wel mee, maar al die kleine onkostenposten lopen uiteindelijk heel erg op. De bedoeling is dat je aan je bedrijf verdient en niet dat je het als het ware ‘weggeeft’, zonder dat het ook iets meer zal opleveren voor je bedrijf.

 

KEES HILHORST

- LIJSTENMAKER -

LIJSTENMAKERIJ VAN AMSTERDAM

Maasstraat 7

1078 HA Amsterdam

Telefoon: 20-6711784

Mobiel: 06-18 75 04 88

Mail: kees [at] inlijsterij.com

Website: www.lijstenmakerijvanamsterdam.nl

 

 

 

INTERVIEW met ROËLLE TOLEN, Goudsmid en Juweelontwerpster

INTERVIEW met ROËLLE TOLEN, Goudsmid en Juweelontwerpster

 

 

Er is niets persoonlijker 

aan materieel bezit dan 

een juweel.

Je hebt het gekregen of laten maken

met een bijzondere  betekenis.

Dat is mijn uitgangspunt.

 

Roëlle Tolen, 1976, is een jonge goudsmid en juweelontwerpster, die oprecht vanuit haar  hart haar bloeiende onderneming runt. Na een lange deels onzekere en deels bewogen weg heeft zij altijd haar intuïtie gevolgd en naar haar hart geluisterd. Dat is iets, wat zij ook uitdrukt in haar onderneming. Haar juwelen zijn meer dan zomaar een bezit, maar een essentiële uitdrukking voor de mens, die het gaat dragen en in dat licht ontwerpt zij haar juwelen voor haar klanten. In haar winkel komt dit bijzondere kruispunt van materie en het ‘intuïtieve’ samen. Het ongeziene’ maakt zij zichtbaar met haar ontwerpen. Een opmerkelijke juwelenzaak op het Vrijheidslaan 92 midden op een druk kruispunt in Amsterdam. Dit kan geen toeval zijn.

HOE BEN JIJ ER TOE GEKOMEN OM JUWELEN TE GAAN ONTWERPEN?

‘Ja, eigenlijk was het toeval. Hoewel ik niet zo in toeval geloof. In  eerste instantie wist ik niet zo zeer, wat ik wilde gaan doen. Ik had VWO afgerond en was mij in  eerste instantie aan het oriënteren. Wel wist ik dat ik iets creatiefs wilde gaan doen. Op de Rietveld Kunstacademie  heb ik ook een oriëntatiejaar gedaan, wat ik enerzijds heel leuk vond, maar anderzijds had ik daar ook mijn  vraagtekens bij. Ik ben toen ook verder gaan kijken en had allerlei ideeën, totdat een vriendin van mij, die edelsmid wilde worden, mij uitnodigde om mee te gaan kijken naar die opleiding. Eerst had ik daar ook behoorlijk mijn bedenkingen bij, het klonk voor mij best stoffig. Daar had ik gewoon een bepaald beeld over, maar toch wilde ik daar doorheen. Zodoende ben ik uiteindelijk met haar meegegaan en zag al die mooie kleine juweeltjes staan, die daar door leerlingen werden gepresenteerd. Ik was toen in één keer helemaal om en alles viel op dat moment op zijn plaats. Dit was het gewoon, wat ik wilde. Het was verfijnd, het was klein en je werkt met de allermooiste materialen. Ook is het zowel technisch als creatief. Je werkt met je handen en ook ben je wel degelijk een gedegen vak aan het leren. Ik heb mij toen ook direct ingeschreven op de Vakschool in Amsterdam.  En sindsdien, nu 23 jaar later, doe ik dit vak nog steeds.’

NADAT JE DIE OPLEIDING EDELSMID HAD AFGEROND, WAT GEBEURDE ER TOEN DAARNA?

‘Ik heb tijdens mijn opleiding al  veel juwelen in opdracht gemaakt, dus heel persoonlijk.  Soms kreeg ik al opdrachten voor gouden trouwringen, maar in je opleiding krijg je pas goud na het tweede jaar in handen.  Eerst werk je met koper, messing en alpaca.  En later pas met zilver, maar met goud werken, dat duurde wel even. En toch had ik in die tijd al heel complexe gouden trouwringen zelf ontworpen en gemaakt tijdens mijn studie. Dit duidt er al op dat ik het al in mijn vingers had. Blijkbaar ben ik gewoon die weg al opgestuurd. Ik werk sowieso heel erg vanuit mijn intuïtie en inspiratie. Als iets op mijn pad komt, dan doe ik dat.’

JA, DAT WAREN NOG LOSSE OPDRACHTEN, MAAR DAT IS NOG GEEN BEDRIJF?

‘Klopt, tijdens het einde van mijn studie ging ik stage lopen bij Wilbert Biemans, die een vrijwel soortgelijke zaak had als ik nu heb.   Voorin de winkel en achterin het atelier, waar hij zowel eigen werk als opdrachten voor mensen maakte.’

HOE LANG HEB JIJ DAAR STAGE GELOPEN?

‘Daar heb ik een jaar stage gelopen, maar ik deed toen ook al eigenlijk mijn eigen dingen. Ik hoefde bijna niets voor hém te doen. Hij gaf mij totale vrijheid en zo werd ik al heel snel geïntroduceerd om vrij te werken, om zelf dingen te bedenken. Ik voerde hier en daar opdrachten voor hem uit , maar ook voor mensen, die ikzelf binnen haalde. Zo ben ik al best heel jong begonnen aan het ondernemerschap, ik was toen 24 jaar, door al  heel snel zelf relaties met klanten te onderhouden, alle betalingen af te wikkelen, zelf mensen aantrekken, zelf dingen ontwerpen en maken, enz. Na dat jaar ging Wilbert Biemans voor een jaar weg uit zijn zaak en ik mocht toen in de winkel blijven en mijn eigen dingen gaan doen. Hij had destijds al zijn juwelen uit de zaak gehaald en voor ruim een jaar   was het even helemaal mijn zaak.’

Foto:  jetskeamijs.com

DAT WAS EEN MOOIE KANS VOOR JOU DUS, TOEN DE EIGENAAR VOOR EEN JAAR VERTROK?

Ja, dat was voor mij een sublieme kans te ervaren om een eigen zaak te hebben. Deze kans heb ik ook aangenomen en heb ook mijn eerste klanten echt zelf aangetrokken. Zo kwamen ook zijn klanten letterlijk de zaak binnenlopen en ook deze opdrachten mocht ik doen en werden van mij. Maar ik kreeg ook veel nieuwe klanten.’

HOE HEB JIJ DEZE KANS AANGEPAKT?

‘Mijn stage begon in 2000 en ik heb uiteindelijk twee en een half jaar bij hem gezeten. Heel 2002 heb ik daar  mijn eigen zaak mogen runnen. Ik heb toen zelfs  een nieuwe opening gehouden en had de zaak omgedoopt op het moment dat hij wegging. Wilbert Biemans was zelfs nog bij deze opening aanwezig en vond het helemaal leuk, dat ik mijn zaak zo feestelijk opende in zijn zaak. Dat was voor mij een superkans en daar heb ik ook enorm veel van geleerd. Nu zie ik ook  de stevige basis die hij als mentor gelegd heeft  voor wat ik nu nog doe. Natuurlijk doe ik het op mijn eigen manier, maar de opzet is dezelfde: een winkel met een eigen collectie en nieuw werk, waar mensen zo binnen kunnen stappen, en daarachter direct het atelier.'

KON JE  TOEN AL VAN DIE ZAAK LEVEN?

‘Tijdens de periode dat ik nog bij Biemans werkte, had ik ook bijbaantjes  om rond te komen. Na je studie stopt het geld en je moet wel ergens van leven. Pas in 2002 heb ik deels van mijn opdrachten en de winkel van Biemans kunnen leven, en daarnaast werkte ik erbij in de horeca.'

WAT GEBEURDE NA HET JAAR IN DE ZAAK VAN BIEMANS?

‘In januari 2003 ging Wilbert Biemans stoppen en moest ik echt serieus iets nieuws gaan starten. Ik heb mij gelijk in 2003 ook officieel ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ik wilde toen nog geen winkel beginnen, maar een atelier.’

Foto:  jetskeamijs.com

HOE ZAG JE DAT VOOR JE, OM GEEN WINKEL MAAR ALLEEN EEN ATELIER TE   BEGINNEN?

‘Ik ben toen een atelier op het oude WG-terrein begonnen. Dat was letterlijk vijf hoog in zo’n groot gebouw, waar letterlijk niemand je kan vinden. Ik deed dat samen met mijn vriendin,  Anemee Struijk, die ook goudsmid is. Wij werden compagnons. Dit hebben wij een jaar volgehouden. Omdat  wij op een locatie zaten, waar je niet zomaar spontaan binnen komt lopen, was het lastiger opdrachten te krijgen.  De inkomsten bleven daardoor te laag. Ik liep er toen ook tegenaan, dat ik letterlijk klanten  moest gaan aantrekken. Acquisitie plegen is niet mijn sterkste punt. Ik moest in deze tijd er ook nog steeds echt bijwerken, om aan voldoende inkomsten te komen.’

TOEN DEZE LOCATIE OP HET OUDE WG-TERREIN NIET WERKTE, HOE HEB JE DAT OPGELOST?

‘Ik hoorde op een gegeven moment, dat mijn oude Vakschool op de Postjesweg, waar ik vier jaar op gezeten had,  een kunstenaarscollectief was geworden. De school was opgeheven. Alles in mij zei: “dat als iemand recht op een atelier heeft, dan ben ik dat wel”. Ik weet niet meer hoe ik het voor elkaar heb gekregen, maar uiteindelijk met veel enthousiasme ook van hun kant kreeg ik daar in een gedeelde ruimte met een andere goudsmid Pierre, een plaats voor mijn atelier met  uitzicht op de binnenplaats. Hier heb ik bijna twee jaar gezeten. Dat was natuurlijk veel leuker, het was meer open, er waren meer kunstenaars, er lopen voortdurend mensen op de gang. Allerlei kunstenaars met verschillende disciplines. Ik kreeg een heel goed gevoel om in zo’n creatief hol te zitten, waar iedereen zijn ding deed. Dat was zo geweldig. Een hele verbetering dan vijf hoog achter met zijn tweetjes te zitten.’

HOE WERKTE DAT VOOR JOU IN DEZE NIEUWE LOCATIE?

‘Ik heb daar veel leuke contacten gemaakt, maar ook hier moest ik nog wel acquisitie plegen. Want ook hier liep niemand van de straat zomaar binnen. Dus ik had nog steeds bijbaantjes om  in mijn levensonderhoud te voorzien. Ik had altijd nog wel werk, maar het leverde niet genoeg op om van te leven of zelfs de huur van te betalen. Op een gegeven moment konden we daar als kunstenaars niet meer blijven op die locatie. Het pand werd opgeheven en zou een andere bestemming gaan krijgen. We moesten dus weg en zouden dan naar de overkant kunnen verhuizen. Dat was in eerste instantie niet echt wat ik wilde, de sfeer  zou dan weg zijn. In de tussentijd had ik tijdelijk, boven een juwelenzaak in de 9 straatjes, een atelier gehuurd want de Postjesweg dreigde te stoppen en ik hoopte wat nieuw werk uit de winkel onder mij te verkrijgen maar dat was het ook niet. ‘Het voorbeeld’ op Postjesweg bleef toch nog even bestaan en ik ging weer terug met een ervaring rijker.'

OOK UIT  DIT KUNSTENAARSBOLWERK  MOEST JE WEER VERTREKKEN, EN HOE VERDER? 

‘In begin 2005 stond dit pand op de Vrijheidslaan, waar ik nu in zit, te huur. Ik had opeens het plan, dat was eigenlijk altijd al  een droom van mij, om samen met mijn vader een bedrijf te beginnen. Ik kom zelf uit een antiekhandel-achtergrond. Mijn vader had 6 jaar in Frankrijk gewoond en die kwam terug. Wij zijn toen samen naar dit pand gaan kijken. Zo zouden wij dan deze zaak kunnen combineren, voorin de antiekzaak en achterin mijn atelier met mijn juwelen.   Dan had ik ook gelijk de aanloop, die ik voor mijn bedrijfje zo nodig had. We zouden dit dan samen aangaan. Zo gezegd, zo gedaan. In april 2005 hadden wij het huurcontract getekend. We kregen het pand helemaal opgeknapt opgeleverd. Daarna hebben mijn vader en ik het naar onze smaak verbouwd en opgewaardeerd. In oktober 2005 zijn we er ook daadwerkelijk ingetrokken. Het zag er supergezellig uit. Voorin de antiekzaak en achterin mijn atelier uit het zicht. De deur stond altijd open en mensen kwamen te pas en te onpas binnen stappen. Het was ongelooflijk gezellig bij ons, dat we meer een koffietent werden dan een winkel, waar iemand iets ging kopen. Voor mijn vader geen probleem, hij hoefde niet iets te maken, maar ik moest letterlijk mijn koopwaar maken. Wij zaten op dat moment met een tegenovergesteld probleem. Ik kwam op deze manier niet aan mijn werk toe.’

Foto:  jetskeamijs.com

DE SAMENWERKING MET JE VADER IN JULLIE NIEUW PAND WERD DUS EEN NIEUWE UITDAGING?

‘Ja, deze uitdaging hebben wij proberen op te lossen  door een belletje aan de deur te maken, zodat je hoort als er iemand binnenkomt  . Wij hebben de deur ook wel eens gewoon dicht gedaan, zodat de mensen wel móésten aanbellen. Ook hebben wij wel tegen mensen gezegd, dat het hier niet de bedoeling is te blijven zonder iets te kopen. . Dat was best lastig om je grenzen aan te geven. Dat was één van de grootste hindernissen om te plannen, hoe je mensen duidelijk moest maken, dat het een winkel is met wel degelijk ook werk aan het atelier. Bij een winkel mag je natuurlijk een uur blijven snuffelen, maar bij een atelier ga je niet zomaar aanbellen en mensen van hun werk houden.’

HOE IS DAT VERDER AFGELOPEN MET DE NIEUWE AFSPAKEN?

‘Er verstreek een jaar en op een gegeven moment leverde de winkel op deze manier niet veel op, hoewel het echt hartstikke leuk was. De realiteit was dat wij werkten om alle kosten te betalen. Ook stond onze voorpui net na onze opening bijna een jaar in de steigers omdat het pand werd opgeknapt, dit was funest voor onze zichtbaarheid als nieuwe zaak. Op een gegeven moment kreeg de voorpui van het hele gebouw een onderhoudsbeurt.  Toen begon het allemaal nog meer in te zakken en kwamen we tot de conclusie, dat we hier niet met zijn tweeën konden leven. Dat plan dat we hadden, werkte dus niet. Mijn vader begon zich ook te vervelen, want hij had niets om handen en ik had nog iets om handen met mijn werk in het atelier. Wij kregen uiteindelijk ook een soort van onenigheid en dat was het moment, dat ik ook meer ruimte voor mijn juwelen wilde. Uiteindelijk had niemand het echt door, dat ik goudsmid was, de antiekzaak had de boventoon met waar ook nog eens wat sieraden bij lagen. Dat begon mij te irriteren en werd het tijd om de boel te gaan opsplitsen. Ook moest ik, doordat wij niet voldoende verdienden, er keihard bijwerken. Ik had letterlijk nog een parttime baan erbij. Het werkte dus niet en het werd op een gegeven moment ook niet leuk meer. Dat was het moment, dat het anders moest.’

TOEN BLEEK UITEINDELIJK HET CONCEPT MET JE VADER NIET GOED TE WERKEN, WAT HEBBEN JULLIE DAARAAN GEDAAN?

Ergens in 2007 hebben we besloten, dat we om en om in de winkel zouden gaan staan. Uiteindelijk werd de verhouding, dat ik eigenlijk veel meer deed. Toen werd het tijd om te zeggen, dat we eigenlijk deze samenwerking moesten gaan stoppen. Of mijn vader ging door of ik. Eind 2007 waren we het erover eens, dat deze situatie moest veranderen. Begin 2008 zijn we begonnen een plan te bedenken, hoe we dat vorm zouden gaan geven. In  eerste instantie zouden we de hele winkel overdoen aan een eventuele gegadigde, maar er was zoveel geïnvesteerd in het pand, aan rolluiken, verf, nieuwe vloer, camerasysteem, enz., dat het ook wel heel zonde zou zijn om het zo weg te doen.  En hoe vind je een gegadigde, die ook nog zou willen gaan smeden? Er zijn toen zelfs nog een paar mensen langs geweest, maar het voelde allemaal zo raar.’ 

WAT MAAKTE OM DE WINKEL WEG TE DOEN ZO BEVREEMDEND?

‘Je hebt er alles  ingestopt, je ziel en zaligheid, wat je hebt en dan druip je toch een beetje af met een zaak die niet gelukt is. Het was een heel nare tijd, waarin ik uiteindelijk besloot dat mijn vader dan maar met de zaak verder moest gaan. Maar wat moest ik dan...? Maar dat voelde dan beter dan helemaal de zaak laten overnemen, dan hebben we het allebei al die jaren  voor niets gedaan.’

HOE BEN JE UIT DEZE KNELLENDE SITUATIE GEKOMEN?

‘Ik zat op een gegeven moment heel verdrietig alleen in de winkel en wist echt niet welke kant ik nu op moest gaan. We hadden hoge schulden opgebouwd en we beseften allebei, dat niemand zich voor zo’n hoog bedrag z  zou inkopen. De deal was natuurlijk om wel van die schuld af te komen. Maar om zó te stoppen, dat gaf een heel naar gevoel van een mislukte zaak en een enorme schuld. Mijn droom lag op dat moment in het water. . Maar ook besefte ik, dat ik niets meer te verliezen had en bedacht mij op die avond: ‘ik ga gewoon alleen door, slechter ervoor komen te staan dan nu kom ik niet’ Ik moest het een kans geven alleen, en het is een prachtige winkel, mooi ingericht, alles erop en eraan en we waren al 2,5 jaar open, ik kon het niet verkroppen om wat opgebouwd was zomaar achter te laten, dus ging ik alleen verder als juweelontwerpster/goudsmid.'

 

HOE HEB JE NA DEZE KEUZE JE NIEUWE VORM GEVONDEN?

‘Ik heb na deze keuze mijn vader gezegd: ‘Pa, stap jij er maar uit.’ Toen is hij wel zo liefdevol geweest om de helft van de schuld op zich te nemen. Ik ben toen al het antiek gaan uitverkopen en heb dat geld geïnvesteerd in het atelier, dat ik nu heb. Ik heb het buitenbord veranderd van naam en ben echt alleen voor mijn juwelen gegaan. Dat  was een enorme stap, echt een sprong in het diepe. De omzet was voorheen letterlijk de helft van het antiek en de helft van mijn nieuwe werk en reparaties. Het financiële plan zag er niet positief uit. Maar toch had ik dus al de helft van de omzet en sowieso zou ik uit het verkopen van het antiek geld binnen krijgen. Iedereen zei: dit is waanzin, een te onzekere sprong in het diepe maar alles in mij zei dat ik het moest doen. Dit is waar ik gelukkig van word en hier ligt mijn kracht. Zo gezegd, zo gedaan. In juli 2008 heb ik  alle antiek uitverkocht. Daarna letterlijk de deur van de winkel opengegooid.. Nadat alle antiek ook weg was, ben ik met die opbrengst de winkel gaan verbouwen. Dat heb ik samen met mijn moeder gedaan, echt alles wat in de winkel staat hebben we zelf gemaakt en geverfd. Zo werd deze zaak omgetoverd tot een echte juwelenzaak met achterin mijn ruime atelier. Het interieur van de winkel was toen zwart/wit en dit zag er heel stijlvol  uit, inmiddels is mijn interieur in 2016 nogmaals geheel veranderd tot wat het nu is. De zomer van 2008 heb ik een feestelijke opening gegeven, dat was een enorm feest met muziek, lichten en de deur stond open. Vanaf dat moment was het míjn zaak.’

UITEINDELIJK HAD JIJ EEN EIGEN NIEUWE ZAAK GEOPEND IN DAT PAND, HOE VERLIEP HET TOEN VERDER?

‘Vanaf dat moment was het magie, letterlijk vanaf het moment , dat ik hiervoor gekozen heb, is waar mijn kracht ligt. Dit is wat  ik voel, dit is wat ik doe. Hoewel niets mij zekerheid gaf, maar mijn gevoel zei in alles: ‘JA’! En daarna is de omzet direct uit mijn juwelen met een stijgende lijn gegaan. Zo zie ja maar, vertrouw op wat je hart en je intuïtie je zegt. Al zegt iedereen, dat je gek bent om deze investering te doen en jij er helemaal achter staat, doe het! Al heb je geen zekerheid, alleen de zekerheid is je eigen zekerheid en die van jouw skills. Daar moest ik dan op varen. Ik doe deze zaak alleen, ik heb nu voor het eerst een stagiere sinds een jaar: Dunja.'

KON JE ER WEL AL GELIJK VAN LEVEN?

‘Ik moest al mijn bijbaantjes stopzetten, om hier fulltime aanwezig te zijn. De eerste hindernis was dan ook, waar ik dan van moest leven. Zo werd ik gedwongen, letterlijk, alles uit deze zaak te halen om te overleven. Ik deed eerst ook veel reparaties omdat ik het geld nodig had en kon het mij toen niet veroorloven om mij alleen met nieuw werk bezig te houden waar mijn hart ligt, wel heb ik daar ook veel doorzettingsvermogen, snelheid en flexibiliteit van geleerd en het niet te trots zijn, maar zorgen dat je doet wat moet om je zaak op te bouwen en te laten voortbestaan. Ik had nooit in één keer deze zaak zo kunnen opzetten, dat heeft dus zo moeten groeien. Ik leef nu van opdrachten en van de winkelverkoop van mijn  zelf ontworpen collectie die in mijn winkel tentoongesteld is.'

 

NU LOOPT JE ZAAK DUS HEEL ERG GOED, HOE BEN JE AAN JE KLANTEN GEKOMEN?

‘Letterlijk doordat mensen hier langsliepen en zo binnen kwamen of via mijzelf en ook wel via mijn netwerk. Zo maak ik voor mensen van hun oude gouden juwelen nieuwe juwelen, dat is zeer aantrekkelijk. Alles wat iemand niet meer draagt, smelt ik om. Dat doe ik wel alleen met goud, zilver is dat niet waard. Zo kwamen eigenlijk gewoon de opdrachten binnen. Ik heb ook een eigen website en heb ook wel reclame gemaakt in plaatselijke blaadjes. Maar sta je in bladen, dan moet je dat ook heel erg bijhouden. Zoals in Cosmo, Elle, Linda, etc. dan sta je wel in hun systeem, maar dan moet je ook elke maand foto’s opsturen en wat van je laten horen. Maar eerlijk is eerlijk, ik heb mijn handen vol aan de winkel en opdrachten. Ook sta ik op juwelenbeurzen. Zo is acquisitie heel lang een ondergeschoven kindje geweest. Dat was best wel frustrerend, omdat iedereen riep dat je zichtbaar moet zijn. Maar als je alles zelf moet doen, kom je daar gewoon  niet aan toe. Er komt zoveel bij kijken bij een eenmanszaak, de administratie, het ontwerpen, onderhouden van contact met je klanten, bedenk het maar, het is heel veel. Ik liep soms over.’

Foto:  jetskeamijs.com

IS DAAR NU EEN BEPAALDE RUST IN GEKOMEN?

‘Ja zeker, mijn oma zei toen al: “geef deze zaak nu maar vijf jaar en dan kan je pas spreken van een zaak”. Ja, ik kan nu leven van mijn vak. Rijk zal ik niet worden van deze zaak, maar zo is het goed. Ik blijf vierkant achter mijn filosofie staan, en dat als mensen komen dan ben ik ook degene waarvoor ze komen, voor mijn stijl en persoonlijke aanpak en unieke visie.'

JA, DAT ZEG JE NU, WAT IS JOUW VISIE VOOR DIT WERK?

‘Mijn visie is dat niets persoonlijker is aan materiele bezit dan een juweel. Kleding is al een enorme uiting van je persoonlijkheid, maar een juweel heb je meestal je hele leven en zo’n juweel draag je meestal elke dag. Dat zegt dus echt wel wat over jou en dat het een verlengde van je persoonlijkheid is. Het is een enorm persoonlijke uiting, maar heeft ook een enorme emotionele betekenis. Die is vaak gigantisch groot. Dat is mijn uitgangspunt, en met dit weten werk ik en ga ik integer  om met wat men met mij deelt om zo tot een passend ontwerp en materiaalkeuze te komen, dit is een reisje  dat ik samen met de klant maak. De diepgang, wat een juweel betekent of vertegenwoordigt. Ook wat voor een kracht het geeft als je het draagt en wat het dan bijdraagt aan jouw persoonlijkheid, wie je bent. Dit is de kern van waaruit ik creëer.'

HOE GEEF JIJ UITING AAN DEZE VISIE?

‘Wat ik doe, is dat ik met een stuk energie werk, die ik voel bij mensen, die mij een opdracht geven. Ik praat letterlijk ook eerst een poos met mensen en niet alleen het gevoel, wat ze bij mij oproepen, maar ook de communicatie tussen ons, geeft mij een beeld, wat ze bedoelen. In die wisselwerking tussen mij en de klant komt dan het juweelontwerp uitrollen waarna ik het juweel ook eigenhandig ga vervaardigen. Ik krijg dan ook echt beelden van welke steensoort ik moet gebruiken, maar ook de vormgeving, zie ik voor mij, die goed bij de klant zal passen. Dat vormt zich in mijn hoofd, dat werk ik uit en teken het. Eigenlijk is het ook magie en zo blijkt dat wat ik teken ook altijd klopt. Zo werk ik voor een groot gedeelte in het ongeziene, in het voelen van de energie van iemand. Zo werk ik ook met de vergeten krachten van edelstenen bijvoorbeeld, die bij mij doorkomen, ik heb daar niet in geleerd, maar de kennis komt vanzelf bij mij boven. Een passender juweel kan je niet hebben. Ik maak echt een ziel-juweel, dat jouw blauwdruk is als ziel in jou als mens voor nu. Zo werk ik met het potentieel van iemand. Er zit dan ook heel veel stilte, liefde en toewijding in. Ik doe dit echt, vanuit mijn hart, omdat het mijn wens is, dat iemand ook zijn eigen potentieel kan leven en oppakt en dat iemand zich gesterkt voelt hierin bij het dragen van haar/zijn juweel, het juweel is de reflectie van wat die persoon van binnen echt is, een herinnering aan jouw eigen unieke schoonheid, licht en kracht. Eigenlijk dat iemand ermee in contact komt en er  dan ook gehoor aan geeft. Dat wij allen als sterren stralen, zoals we bedoeld zijn.’

DIT GEEFT WEL EEN HEEL NIEUWE KIJK OP JUWELEN

‘Mijn bijdrage is dan, dat ik dit mag doen in de vorm van: “ik geef jou jouw juweel, je wordt bekroond, maar je bekroont ook jezelf met de investering, die je nu voor jezelf doet. Dat is het juweel dat je nu aanschaft. Dit heeft dan niets te maken met een hebbedingetje,  dat ik maak.” Zo in de diepgaande betekenis en werkelijke ook energetische waarde van de materialen kunnen wij ook omgaan met materie en met juwelen. En ja, ik werk met de mooiste materialen, zoals diamant, goud, platina, enz., maar nooit vanuit die hebberigheid. Ook al is dat nu wel heel erg in die hoek terecht gekomen, sterker nog, één van mijn missies is om het uit die hoek te halen. Want op deze manier is de kracht van deze materialen besmeurd naar iets oppervlakkigs en alleen uiterlijk vertoon, in plaats van een verlengde van jouw expressie van je binnenste als mens. Het gaat dan alleen nog maar om geld, aanzien, wat je bent, maar daar zit het niet in. Het gaat juist om de energie, die de materialen uitstralen. ‘Wat neem je tot je? Drink je koffie of water, heb je een kiezelsteen of een diamant?’ Dit is niet een spirituele vraag, maar realiteit, waarin mensen het wel als vaag willen wegzetten, maar er is niets vaags aan. Dat is de boodschap, die ik echt wil doorgeven.’

  • Foto:  jetskeamijs.com
  •  
  • ADVIES:
  • Het is eigenlijk heel simpel, stop met al je vragen: “hoe dan?, wat dan?, wanneer dan?”, stop daarmee. Begin met de vraag: “waar word ik nou echt gelukkig van. Wat vind ik fijn om te doen”? Want in de dingen, die je fijn vindt om te doen, ben je meestal ook goed in. Daar wil je ook moeite voor doen en daarin wil je je ook verbeteren. Door deze drive en passie vind je de kracht die nodig is om je droom te volgen.
  •  
  • Luister naar jezelf, wat is jouw potentieel. Dan volgt de rest van logisch stappen vanzelf. Vertrouw hier op.

 

  • Ga dan kijken, wat je opties zijn, hoe je je passie uitwerken kan. Ga ook goed kijken, wat jij leuk vindt en blijf kijken, waar dan je vorm om die invulling te geven duidelijk wordt. Zo bouw je je naar je uiteindelijke beroep of ondernemerschap toe.

 

  • Geloof dan zo in jezelf, ga in dat diepe en ga het gewoon doen. Voel je geïnspireerd. Het initiatief komt altijd uit jezelf. Je moet wel innovatief , flexibel en oplossingsgericht zijn. Juist op het goede moment durven bij te sturen, als het toch niet goed gaat, ook dat dan durven. 
  •  
  • Voorbeeld is wel mijn branche: ik heb een vak met een luxe product. Niet het eerste waar je naar toe gaat als levensbehoefte. Zo doe ik alleen maar mijn eigen ontwerpen, ik heb niets standaard van een juwelier, geen klokjes, e.d. Ook doe ik geen reparaties. Het is allemaal mijn stijl, het is een uitgesproken product. Je vindt het mooi of niet mooi. Dit is zo uiterst ingewikkeld. Dus durf het aan, als ik het kan in deze modus, dan kan jij het ook.

 Roëlle Tolen

 - Goudsmid en Juweelontwerpster -

  ROËLLE 24

Vrijheidslaan 92

1078 PS Amsterdam

Tel: (020) 66 45 977

Website: www.roelle24.com

Mail: info [at] roelle24.com

 

 

INTERVIEW met Meera Nankoe,Creative storyteller, Taboe- en lifecoach - STAGE & STORIES

INTERVIEW met Meera Nankoe,Creative storyteller, Taboe- en lifecoach - STAGE & STORIES

Stage & Stories helpt  maatschappelijke vraagstukken en

 taboe gerelateerde thema’s 

te doorbreken en

 bespreekbaar te maken.

Meera Nankoe (1989) is een zeer oprecht bevlogen jonge vrouw, die het onrecht voor vele vrouwen zeer scherp wil belichten. Dat doet zij door workshops te geven over heikele thema’s als onderdrukking en onvrijheid en als coach op te treden van vrouwen die in de knoop zitten. Als geëngageerd podiumkunstenaar roert zij ook grote maatschappelijke onderwerpen aan, zoals eenzaamheid onder ouderen. En ze geeft theaterlessen op basisscholen. Zowel in haar persoonlijke leven als die van vele vrouwenlevens, ziet ze in, dat je eerst  jezelf moet overwinnen om zo vrijheid en zelfrespect te herwinnen. Meera is heel medelevend en zeer talentvol en gebruikt zó al haar mogelijkheden om  dit doel te bereiken . Een zeer opmerkelijk moedige vrouw, die weet waar ze voor staat en  dat in haar onderneming tot uitdrukking wil brengen.'

WAT IS JOUW ACHTERGROND, VOORDAT JE DIT BEDRIJF STARTTE?

‘Ik ben begonnen met een mbo-opleiding Medewerker Maatschappelijke Zorg, waarna ik toen naar het Conservatorium in Rotterdam ben gegaan om Indiase Klassieke Zang te studeren. Ik ben maar een jaartje op het Conservatorium geweest, omdat ik  toch het maatschappelijke aspect in deze studie miste. Dat betekent voor mij, dat ik met mensen wil werken, iets wat mij altijd al heeft geboeid en geïnteresseerd. Zo ben ik daarna op zoek gegaan naar een combi daarvan en zo uiteindelijk maatschappelijk werk en dienstverlening gaan doen. Maar uiteindelijk was dat het ook niet helemaal voor mij, ik miste het creatieve aspect hierin en zo ben ik toen bij de studie Culturele Maatschappelijke Vorming terecht gekomen. Hier kon ik mijn passies en het maatschappelijke aspect heel goed combineren.’

HOE BEN JIJ AAN JE WERKERVARING GEKOMEN, OM DE STAP TE ZETTEN TOT JOUW ONDERNEMING?

‘In de loop van mijn studietijd, vanaf het mbo , heb ik heel veel werkervaring opgedaan, doordat ik met veel verschillende doelgroepen in aanraking kwam en mee heb gewerkt. Zoals met mensen met een verstandelijke beperking, met kinderen die in een crisisopvang zaten, bij Jeugdzorg, vrouwen gecoacht met verschillende problematiek, enz. Deze ervaringen deed ik op in mijn stageperioden van die verschillende studies. Hoewel ik nog best heel jong was, was mijn interesse hiervoor al heel groot. Ik heb daar ook echt een passie voor, maar ik zie ook mijn hele leven als één grote  inspiratiebron voor mijn onderneming Stage & Stories.’

JIJ HEBT DUS AL JE OPLEIDINGEN OOK AL AFGEROND?

‘Nee, nog niet.  Met mijn opleiding Culturele Maatschappelijke Vorming ben ik bijna  klaar . Mijn volgorde is dus precies andersom. Ik heb eerst mijn onderneming opgezet tijdens deze studie. Zodoende heb ik ook wat langer over mijn studie gedaan dan normaal.’

WAAROM BEGON JE NOG DEZE STUDIE, ALS JE AL EEN EIGEN ONDERNEMING HEBT OPGEZET?

‘Ik was al bezig met deze studie toen ik mijn onderneming  in 2016 officieel had gestart. Ik vond deze studie heel belangrijk voor mezelf om die af te ronden, omdat ik die zo boeiend vind en zo passend bij mij als persoon én bij mijn onderneming. Maar ook gewoon als bevestiging voor mijzelf, dat ik dit diploma zal halen. Deze studie heeft ook mij heel veel meegegeven.’

WAAROM HEEFT DEZE STUDIE VOOR JOU ZOVEEL BETEKEND?

‘Ik moet hierover even nadenken,  dit vind ik best een lastige vraag. Deze studie bood  mij de theorie, die ik nog miste  en ik heb er ook  veel persoonlijke leringen uit getrokken. Juist daar waar mijn passies liggen, daar heb ik  veel geleerd. Zo heb ik  veel geleerd over mensen, met wie  ik  te maken had, zowel de docenten als medestudenten, over relaties en banden tussen mensen. Zowel privé als in mijn studietijd ging het er turbulent aan toe.  Dit diploma zal echt een bevestiging zijn   van alles wat er in mijn leven gebeurd is.’

WAT ZIJN JOUW PASSIES?

‘Mijn passies zijn mensen, verhalen en podiumkunst. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de verhalen die achter mensen schuilen. Zang, dans, schrijven en theater zijn uitlaatkleppen voor mij. Op deze wijze vind ik de balans en het contact met mezelf terug. Mijn passies helpen mij bij mijn verwerkingsproces, ook in turbulente tijden.'

HOE IS JOUW BEDRIJF ONTSTAAN?

‘Ik had dus al zoveel werkervaring opgedaan, dat ik zeker wist, dat ik iets op mezelf wilde gaan doen. Mensen in mijn omgeving raadden mij ook aan zelfstandig te gaan werken in plaats van voor een ander. Maar op mijn eigen manier. Daar ben ik toen over gaan nadenken en ben toen gewoon een onderneming gestart, zonder daar verder heel goed bij stil te staan. Ik wilde graag mensen helpen met vraagstukken  waar ik zelf ook tegenaan ben gelopen in mijn leven. Ik wilde mensen een stem geven die normaliter niet gehoord worden. Dat vond ik natuurlijk in eerste instantie heel eng en die periode was ik ook nog heel onzeker over mijzelf. Ik had toentertijd ook nog echt faalangst, maar daar kan ik nu veel beter mee omgaan. Kortom het was best wel een hele uitdaging voor mij, deze onderneming te starten. Maar ik wilde gewoon het leven uitdagen, daarin groei je juist ook als persoon en daar leer je het meest van. Zo ben ik dus mijn bedrijf Stage & Stories gestart. En op deze manier kon ik al mijn passies op mijn manier in deze onderneming uitwerken.’

HOE GAF JIJ DEZE PASSIES VORM BINNEN JE BEDRIJF?

‘Mijn passies zijn de mensen, het maatschappelijke aspect, zang, dans, theater en schrijven. Dat is voor mij de echte podiumkunst, zeg maar. Zo heb ik op verschillende podia gestaan met zang en dans, maar ook met theater, in de vorm van theatervoorstellingen. Ik schrijf bijvoorbeeld al mijn sketches zelf, ook mijn songteksten. Dat is voor mij gelijk een uitlaatklep.’

HOE IS, FINANCIEEL GEZIEN, JOUW ONDERNEMING BEGONNEN?

‘Ik hoefde vrijwel niets op te zeggen. In  eerste instantie heb ik deze onderneming er gewoon bij gedaan, naast mijn studie. Als eerste begon ik met het geven van workshops en via mond op mond reclame, met mensen in gesprek gaan, organisaties benaderen is het balletje gaan rollen.’ 

HOE ZIET ZO’N WORKSHOP ERUIT?

‘Dat is verschillend, de workshops zijn afgestemd op de vraag en de doelgroep. De eerste workshop was in Rotterdam, eind 2016. Deze workshop was met ouderen en ging over eenzaamheid, waarna  ik met deze mensen in gesprek ben gegaan, na het opvoeren van mijn theatersketch en lied. Via dit gesprek hebben we verhalen over dit onderwerp met elkaar uitgewisseld. Met Stage & Stories creëer ik een podium met een verhaal of thema. Ik gebruik dan de podiumkunst, die ik bezit, waarmee ik mij met name richt op de vorm en inhoud. Het moet mensen raken om in gesprek te komen.’

HOE IS HET VERDER GEGAAN MET DE ONTWIKKELING VAN JE BEDRIJF?

‘Daarna heb ik verschillende workshops gegeven. Onder andere aan studenten. Dat waren een soort van schijfworkshops. Een organisatie had mij daarvoor gevraagd om studenten te begeleiden met een vraag van “wat een keerpunt was is hun leven.” Ook heb ik workshops gegeven in de OBA, de bibliotheek, in Diemen. Eén van de workshops was een bijeenkomst, die over rouwverwerking ging. In mijn workshops vind ik het belangrijk dat er verbinding tussen de deelnemers is. Soms is deze er al, maar vaak moet deze tijdens een workshop gecreëerd worden. Zo heb ik een workshopreeks gegeven waarbij de verbinding tussen verschillende generaties en culturen centraal stond. De verbinding werd gelegd door het maken van een verhalenreis met creatieve opdrachten.

In 2018 heb ik aandacht gevraagd voor de vrouwenonderdrukking binnen de Hindoestaanse gemeenschap. Hier is een reportage over verschenen in de Telegraaf.  Ook ben ik te gast geweest bij Nieuws BV en NPO radio 1. Samen met drie andere vrouwen ben ik ook  een initiatief gestart op Twitter over de vrijheid van de vrouw, waarin de vrouwenonderdrukking belicht wordt en dat deze vrouwenonderdrukking  een halt toegeroepen moet worden.  En heb ik een fotoserie gemaakt van vrouwen over de betekenis van vrijheid voor hen. Dit heeft aardig wat aandacht in de media gekregen. Het Parool heeft er bijvoorbeeld een heel artikel over geschreven, maar ook verschillende magazines en vakbladen hadden er aandacht aan gewijd. Zodoende heeft Stage & Stories steeds meer naamsbekendheid gekregen.’

ONLANGS BEN JE HEEL ERG GEGROEID IN JE BEDRIJF EN WAT HEEFT DAT VOOR JOU VERANDERD?

‘Dat ik mij nu met name wil richten op vrouwen, dat deze vrouwen weer in hun kracht komen. Vrouwen, die met verschillende problematiek en thema’s te maken hebben, waar zij heel moeilijk over kunnen praten. Dat is nu mijn doelgroep. Omdat ik zelf ook een vrouw ben, die ook het één en  ander heeft meegemaakt in mijn privéleven, weet ik hoe het voelt, als jou de vrijheid niet gegund wordt. Vrijheid is nu een heel belangrijk thema en benoem ik nu ook overal.’ 

HOE GEEF JE DIT VORM IN JE BEDRIJF?

‘Ik ben een fotoserie gestart met verhalen van vrouwen, die  in het teken van Vrouwendag stond. Het werd buiten verwachting  goed ontvangen, reden om  het de hele maand maart te laten doorlopen.  Deze fotoserie laat vrouwen zien  dat er altijd een keuze is. Hoe moeilijk een bepaalde situatie soms ook is, waarin je het gevoel hebt geen keuze te hebben, is er wel degelijk  een mogelijkheid om uit je situatie te komen. Het was heel belangrijk, dat deze vrouwen de vrijheid voelden om hun verhaal te vertellen. Deze hele fotoserie maakt duidelijk  wat vrijheid voor hén betekent. De verhalen waren heel uiteenlopend, maar ze hadden allemaal één ding gemeen en dat was, dat zij allemaal vochten voor hun vrijheid.’

WAAR PUBLICEER JIJ DEZE FOTO- EN VERHALENSERIE?

Ik publiceer deze series op Facebook en Instagram, daar zijn deze foto’s en verhalen ook te zien van Stage & Stories. Zo heb ik nu al 16 vrouwen geportretteerd, maar door de coronacris moest ik stoppen. Over een maand ga ik weer beginnen om de rest van de vrouwen te portretteren. '

KAN JIJ VAN DIT BEDRIJF OOK LEVEN?

‘Ik ben het nu heel bedrijfsmatig aan het opbouwen. Eigenlijk ben ik mijn onderneming nu ook anders vorm gaan geven. Ik zit nu in een proces. Ik zit nu in een fase het goed op te bouwen, d.m.v. mijn coaching en de diensten. Door de verscherpte diensten die ik ga aanbieden, kan ik er zeker van leven. Ik geef bijvoorbeeld theaterlessen op basisscholen. Dat zijn geen standaard theaterlessen, maar lessen met een maatschappelijk thema of taboe. Ik doe dat met kinderen, wat er in hun leef- en belevingswereld gebeurt , dus voor hen heel dichtbij en herkenbaar. Deze thema’s kaart ik dan aan en dan maken we er samen een theatervoorstelling van. Daar werken we dan met zijn allen naar toe. En ik coach vrouwen waarbij ik met hen terugga naar de kern van een probleem. Vaak is het probleem waar zij tegen aan lopen een gevolg van iets anders. Iets wat ze hebben meegemaakt. Het probleem waarmee zij naar mij komen is zichtbaar, maar onder dat probleem zit een diepere laag. Daar wordt dan meestal helemaal geen aandacht aan gegeven. Als je dat probleem zo aanpakt bij de kern, dan hoef je helemaal niet meer alle andere aspecten verder aan te pakken, die lossen dan vanzelf op.’

WAT IS JOUW VERDERE VISIE OP JE BEDRIJF? 

Waar ik nu voor sta is, dat ik Stage & Stories zichtbaar wil maken, door ook steeds meer nieuwe programma’s en concepten te ontwikkelen. Maar in ieder geval ligt mijn focus op thema’s, die te maken hebben met de vrouw en haar vrijheid. Het moet absoluut taboe doorbrekend zijn, want daar staat Stage & Stories voor.’ 

WAT BETEKENT HET VOOR JOU, ALS JE ZEGT TABOE DOORBREKEND WERKEN?

‘Als eerste is het belangrijk, dat je vertrouwen geeft aan een vrouw. Want ook bij de fotoserie was het een emotionele doorbraak voor veel vrouwen. De meeste vrouwen hadden nog nooit eerder hun verhaal verteld en dan ook nog eens op zo’n platform, daar heb je heel veel moed voor nodig. Dat bewonder ik enorm en dat geeft mij ook een motivatie om door te gaan. Ten tweede is het heel belangrijk, dat je ze in vrijheid hun verhaal laat vertellen en daarin niet beperkt. Ten derde vind ik het ook belangrijk, dat je even moet intunen, checken bij ze, hoe het tijdens het gesprek gaat en of ze zich er nog goed bij voelen door je medeleven te tonen. Niets mag geforceerd gaan.’

GEBEURT  DIT IN ÉÉN GESPREK OF ZIJN ER MEERDERE GESPREKKEN EN IS ER OOK DAARNA OPVANG VOOR DEZE VROUWEN?

‘Ik heb eerst een voorgesprek en tijdens het project heb ik  natuurlijk ook al gesprekken off-line met ze. Met de meeste vrouwen houd ik daarna altijd nog wel contact. . Dat vind ik heel belangrijk om mee te kijken, hoe het verder met ze gaat. En zijn er momenten, dat vrouwen wel extra hulp nodig hebben of als het tė confronterend voor ze wordt, dan verwijs ik ze door of verleen zelf hulp. Dat hangt ervan af. Dezelfde methode pas ik ook toe in mijn coaching.’

HOE GA JIJ MET DE WEERSTANDEN OM DIE JE ONGETWIJFELD MET JOUW BEDRIJF TEGEN KOMT?

‘In de tijd dat ik het project over de onderdrukking van de Hindoestaanse vrouwengemeenschap belichtte, heb ik  veel weerstand gehad. Dat is ook heel ver gegaan, in de zin van bedreigende en vervelende dingen die over mij geschreven werden op social media, maar ook in een Surinaamse krant. Het gekke is dat ik heel veel weerstand heb gekregen van vrouwen, die zelf voor dit onderwerp staan en zelfs bij maatschappelijke organisaties betrokken zijn. Dat vond ik wel heel apart.’

WAT WAS DE WEERSTAND VAN DEZE VROUWENGROEPEN NAAR JOU?

‘Ik werd door hen op de persoon aangevallen op het moment dat ik mij uitsprak over diverse vraagstukken  en hierdoor in de media kwam. Zo werd er door sommigen  gezegd dat ze mij te jong vonden en ik meer een modepoppetje was en niet wist waar ik over sprak. De opmerkingen waren dus vooral persoonlijk en zij gingen volledig voorbij aan hetgeen waarvoor ik in eerste instantie in de media kwam, namelijk de problemen die ik aankaartte. Dat was natuurlijk jammer en het verschoof de focus van waar ik het liever echt over met ze had willen hebben, over het samenwerken met als doel verbetering te brengen in de vervelende situaties die ik bespreekbaar wilde maken. ik geloof, dat je een veel grotere groep kan bereiken, als je samenwerkt. Je bundelt dan je krachten.’

HOE HEB JE DEZE SITUATIE  VOOR JEZELF OPGEVANGEN?

‘Ik accepteerde het en bleef heel erg bij me zelf. Ik had mijn doel nog heel sterk  voor ogen en wist waarvoor ik dit zo doe en waarvoor ik sta. Ik liet het erbij. Maar dat is ook voor mij wel een  leerproces geweest. Niet iedereen hoeft dezelfde mening te hebben, maar ik vind het wel  belangrijk om met elkaar in gesprek te kunnen blijven. Alleen met respect voor de ander kom je nader bij elkaar. Daar gaat het in feite allemaal over. Het overwinnen van jezelf.’

ADVIES:

  • Blijf heel dicht bij jezelf met datgene waarin je gelooft, houd je visie vast.
  • Laat je niet beperken door je kwetsbaarheid, maar die moet je leren omzetten naar je kracht.
  • Op deze manier creëer je de mooiste kansen voor jezelf.

 

MEERA NANKOE

-  Creative Story teller 

Taboe- en life coach –

STAGE & STORIES

 

Telefoon: 06 341 03 333

Website: www.stageandstories.nl

Email:   info [at] stageandstories.nl

 

 

 

 

INTERVIEW met JOHN de MEIJER, directeur Schildersbedrijf SAN BV

INTERVIEW met JOHN de MEIJER, directeur Schildersbedrijf SAN BV

 

Wij kunnen goede kwaliteit leveren,

 dat is echt heel belangrijk.

Zo hebben wij ook altijd veel mensen

opgeleid.

Wij zijn echt een leerbedrijf.

John de Meijer (1964) is directeur van een groot schildersbedrijf SAN BV. SAN BV is een familiebedrijf van nu al vier generaties. Zijn grootvader is met dit bedrijf begonnen en ook zijn zoon Job en zijn broer, Rick, werken nu in het bedrijf. John heeft het van zijn vader overgenomen, toen hij nog vrij jong was. Een hele grote stap, die hij heeft gezet, doordat hij al heel gauw vele bedrijfsveranderingen doorzette. Ook zijn vrouw, Inge, werkt mee in het bedrijf. Vroeger deed ze voornamelijk de administratie en boekhouding en later alle planning en contacten voor het serviceonderhoud. Een verhaal van een ondernemer, die van het begin het overzicht al had en heeft uitgewerkt. Ik werd heel gastvrij ontvangen op hun kantoor op de Sniep in Diemen en voorgesteld aan zijn zoon, Job. Hardwerkende ondernemers, die juist heel betrokken zijn bij met hun werknemers  en het gevoel geven er mee  samen te werken. 

WAS JIJ AL GELIJK BINNEN DIT BEDRIJF BEGONNEN TE WERKEN?

‘Hoewel het een familiebedrijf is van vier generaties, was het niet gelijk vanuit mijn jeugd het idee om binnen dit bedrijf iets te gaan doen. Dat ik in het bedrijf ben gestapt, is pas veel later gekomen.’

WAT WAREN JE IDEEËN DAN EERST, VOORDAT JE IN HET FAMILIEBEDRIJF STAPTE?

Ik ben eerst een tijdje in militaire dienst geweest als marinier en wilde daarmee ook verder. Maar in die periode kreeg ik een relatie, die hier niet zo achterstond. Ik was toen ook eigenlijk nog zoekende. Zo heb ook nog eerst iets in de sportwereld gedaan en zo al zoekende is eigenlijk het idee ontstaan om toch in dit bedrijf te gaan werken. Zo ben ik toen met mijn vader om de tafel gaan zitten. Ik was in die tijd 21 jaar, eerst ben ik vakopleidingen gaan volgen, om daarna de hele bedrijfsvoering van mijn vader over te nemen. Dat was na twee jaar tijd dan ook een feit geworden.’

HOE ZAG HET BEDRIJF ERUIT TOEN JIJ HET OVERNAM?

‘Het bedrijf was destijds nog een heel erg simpel en basic schildersbedrijf. Mijn vader had ook een heel andere visie over het bedrijf, dan ik had. Het is in die jaren dat ik in het bedrijf kwam, ook gegroeid. Wel heb ik nog een bouwkundige opleiding gevolgd. Op die basis ben ik langzamerhand het bedrijf gaan moderniseren. In juni 1991 heb ik het officieel overgenomen en ben diverse dingen gaan veranderen. In 1996 kwam ook mijn broer in het bedrijf en een jaar later heeft mijn vader zijn aandelen aan ons verkocht.

HOE ZIJN DE TAKEN VERDEELD TUSSEN JOUW BROER RICK, EN JOU?

‘Rick doet voornamelijk alle calculaties, het uitrekenen van de werkzaamheden. Hij onderhoudt hiervoor contact met klanten en relaties. Verzorgt alle producties, wat het bedrijf uitgaat en offertes. Hij zit voornamelijk op kantoor en verzorgt ook alle tenders, contracten, certificeringen en veiligheid, enz. Dat werkt Rick allemaal uit. Mijn taak is vooral de interne zaken, de bedrijfsvoering, het personeel, de inkoop en alles erom heen. Ik doe de acquisitie  en stuur de hele uitvoering. Daardoor zit ik heel veel buiten. Deel mensen in en zorg dat het werk op de juiste manier wordt gedaan.’

DAT ZIJN GROTE ONTWIKKELINGEN GEWEEST MET VEEL WISSELINGEN?

‘Ja zeker, mijn broer is ook mede-eigenaar geworden. We zijn ook veel gecontroleerder aan het werk gegaan. Schilders zijn echte vrijbuiters. Zij hebben zo hun eigen verantwoordelijkheid binnen hun werk en daar heb ik gewoon veel meer structuur ingebracht met allerlei vernieuwingen, materialen, veiligheid, certificeringen, enz. , alles wat maar haalbaar is op dit gebied. Dit is natuurlijk door de jaren heen steeds meer gegroeid. Ook was het bedrijf tot 2010 veel groter dan nu. We hadden echt wel zo’n 50 werknemers, echte schilders, in dienst. Maar na de crisisperiode is dat anders geworden en hebben wij met flexibeler  personeel te maken gekregen.’

ZIJN DEZE VEILIGHEIDSCERTIFICATEN OOK ECHT VERPLICHT?

‘Dat hangt heel erg van de opdrachtgever af. Op een gegeven moment werd er steeds meer om gevraagd, wat ik ook heel logisch vind. We werken nu voor veel instellingen, zoals op Schiphol, Gemeentelijke Vervoerbedrijven, enz. Dit soort bedrijven vraagt  daar zeker om. Dat is terecht en daar zijn wij best goed voor uitgerust.’

WAT WAS DAT VOOR JOU OM ALS VRIJ JONGE JONGEN EEN ZAAK VAN JE VADER OVER TE NEMEN?

‘Dat leiding geven zat altijd al in mij. Het was voor mij ook heel apart om daar zo in te komen. Ik was binnen dit bedrijf nog een van de jongeren. Mijn vader had al mensen in dienst, die al heel lang bij hem werkten en zelfs zijn broer, die ook  al jaren meeliep, moest ineens gaan doen, wat ik wilde. Dat was in de beginjaren niet heel gemakkelijk geweest. Ik heb ook best wel veel mensen ontslagen in die tijd, gewoon omdat zij mij niet bevielen. Dat waren van die werknemers, die altijd maar op verworven competenties terugvielen. Zoals om drie uur in de middag al naar huis gaan  en dan ook nog met een blik verf mee. Ja, dat liet ik niet meer toe. Dat was toen heel veel stoeien. Gelukkig kon mijn vader het wel direct aan mij overlaten en vond het allemaal wel mooi en prima, dat het nu ook anders ging.’

HEB JIJZELF OOK NOG  GESCHILDERD?

‘Ja, ik heb  anderhalf jaar echt voor mijn vakdiploma’s geschilderd en ben toen nadat ik die had, eerst in een ander bedrijf gaan werken als uitvoerder om zo eerst goed te kijken, hoe alles werkt. Daarna heb ik pas het bedrijf van mijn vader overgenomen.’

JE SPRAK NET OVER DE CRISISPERIODE VAN 2008, WAT HEEFT DAT VOOR JULLIE  BEDRIJF BETEKENT?

‘Dat was een moeilijke tijd. Eerst was het voornamelijk moeilijk in de bouwsector, want dat liep heel sterk terug. Wij zitten voornamelijk in het onderhoud en dat betekent dat voor ons de weerslag van de crisis later kwam, meer in 2009-2010. Wij zijn toen ook drastisch afgeslankt, maar hebben gelukkig geen mensen hoeven te ontstaan. Alle medewerkers zijn op natuurlijke weg afgevloeid. En vanaf 2014  trokken de opdrachten in het werk weer aan en vanaf die tijd zijn wij dan ook  meer met flexibele werknemers gaan werken.’

WAT IS HET VOORDEEL VAN FLEXIBELE WERKNEMERS, WAAROM HEBBEN JULLIE DAARVOOR GEKOZEN? 

Dat je wat gemakkelijker van deze mensen afscheid kan nemen. De wetgeving op dit gebied is intussen weer sterk veranderd, maar wij werken er nog steeds mee.   Deze jongens krijgen een detacheringscontract. We hebben vaste partijen, waar we mensen van inhuren. Al deze arbeidscontracten zijn dan voor een bepaalde tijd. Ook hebben wij nog veel mensen lopen met een vast contract, zo hebben wij schilders die al 30 jaar hier werken. Wij hebben 23 schilders voor vast en ongeveer vijf á 10 schilders met een flexibel contract.’

EN HOE KOM JE DAN AAN JE OPDRACHTEN, HOE WERKT DAT?

In de tijd van mijn vader gingen de opdrachten nog één op één en was zijn klantenkring nog heel beperkt. Je kreeg voornamelijk opdrachten door het je te gunnen. Uiteindelijk is die hele markt veranderd met veel meer concurrentie en meervoudige aanvragen. Zelfs op Europese aanvragen. Het is nu uiteindelijk allemaal contractwerk en via tenders.’

WAT IS EEN TENDER? 

Dat is een aanvraag van een grote compagnie/instelling, die zetten een tender uit om bepaalde werkzaamheden aan te vragen. Daar kan iedereen op inschrijven. De opdrachtgever bekijkt dan de inschrijvingen op basis van   kwalificaties, certificeringen en ervaring. Zo worden  jouw kwalificaties, enz. beoordeeld en kan je laten zien hoe je als bedrijf alles wel of niet op orde hebt. Natuurlijk is de prijs belangrijk. Maar het is niet het enige criterium. Ook de kwaliteit is van groot belang.’ 

IS DAT NIET HEEL MOEILIJK OM ZO EEN OPDRACHT BINNEN TE HALEN?

‘Dat ligt aan je kwalificaties en de ervaring van je bedrijf. Een naam zegt niet zo gek veel meer. Via tendernet kan je nu een aanvraag ophalen, die ons geschikt lijkt en daar ga je dan op in.’

IS DAT NIET HEEL SPANNEND?

‘Ja, zeker, en ook heel veel werk. Reageren op een gemiddelde tender kost zo minimaal twee tot vijf dagen manuren. Daar zijn we ook naar toegegroeid en je selecteert ontzettend voor. Je kijkt  alleen naar de aanbiedingen, waar je echt interesse in hebt. Maar het is ook andersom. Er zijn ook opdrachtgevers, die ons op de hoogte brengen en laten weten, dat hun opdracht er aan komt en vragen dan of wij alsjeblieft mee willen doen aan die aanvraag. Het gebeurt dus ook, dat ze je voor selecteren. Zij mogen dat aangeven als ze dat willen. Maar zo hebben wij een aanvraag toegezegd gekregen van een parkeergarage in Amsterdam, om al het staal en constructiewerk te gaan doen, maar dat is door de coronatijd teruggetrokken. Dat zou heel veel werk zijn geweest, zoiets gebeurt ook.’

BIJ EEN OPDRACHT DIE  ONVOORZIEN WORDT AFGEBLAZEN, HEBBEN JULLIE BIJ EEN TWEEDE AANVRAAG DAN VOORRANG?

‘Nee, dat heb je niet. Je weet niet hoe  hun besluit dan weer wordt genomen. Misschien krijgen we deze opdracht wel, maar dat weet je niet, dat hangt weer af van de markt op dat moment . Ze kunnen het dan misschien voor een lagere prijs kwijt. Wij kunnen echt goede kwaliteit leveren en daar gaat het meestal om. Dat is wel heel belangrijk, maar voor de rest kan ik dat niet inschatten, wat hun keuze straks zal worden.’

DAT WAS VROEGER DUS ECHT WEL ANDERS?

‘Vroeger kon je echt gewoon met iemand een afspraak maken, koffie drinken en dan met een aanvraag de deur uitgaan. Dat is nu wel helemaal veranderd. Wat we wel doen met de klanten die wij hebben: die ontzorgen we goed en helpen wij netjes. Zo hebben wij ook een deel vaste klanten met vaste contracten.'

TOEN JIJ BEGON MET HET VERANDEREN VAN DIT BEDRIJF, IS HET OOK ZO VOOR JOU GEGAAN OF ZIJN ER VEEL ONVOORZIENE GEBEURTENISSEN GEWEEST, WAAR JIJ JE JUIST BIJ MOEST AANPASSEN?

‘Zeker, in de beginjaren was het allemaal redelijk goed te handelen en te behappen. Maar zoals bij de crisis van 2008, dan heb je ineens mindere jaren, en dat moet je wel aankunnen. Er ging ook heel veel veranderen in de bouwsector, vooral na die bouwfraude, waar wij dan niet zelf direct mee te maken hadden. Het ging ineens niet meer onderhands. Dat was ook niet altijd goed en ging ook niet meer. Hierdoor kwam er weer een keurige concurrentie. Dat is juist prima.

Ook zijn wij op een gegeven moment verhuisd, en hebben toen weer veel nieuwe  investeringen gedaan en ook weer veel geïnvesteerd in mensen. Wij hebben namelijk altijd heel veel mensen opgeleid. Wij zijn echt een leerbedrijf, maar er is steeds minder animo voor het schildersvak, dus ook weinig leerling-schilders. Dat is wel een probleem. Daar zijn we nu ook heel flink mee bezig binnen het bedrijfschap om daar wat aan te doen. Daar ligt een leuke uitdaging.'

WAAR KOMEN LEERLINGSCHILDERS VANDAAN?

‘Vroeger had je gewoon de LTS timmeren en schilderen. Dat is nu het VMBO-K en in die opleiding zitten niet meer specifieke vakken in. Als je kader doet, kan je een technische kant kiezen en daar zit van alles wat in. Daardoor is er een heel groot gat ontstaan. Hoewel ze wel bezig zijn, dit te gaan opvangen. Er zijn nog steeds wel opleidingen bij het ROC, die wel een schilders-klas kent, maar dat moet nog veel breder.’

ZIJN ER NOG MEER EXTERNE FACTOREN, DIE HET BELEID HEBBEN VERANDERD?

‘De wetgeving t.a.v. oplosmiddelen en dat soort zaken. De producten zijn van traditionele basis naar heel andere producten gegaan. Dat is een heel goede ontwikkeling geweest. Wij zijn allemaal veel groener gaan werken. Juist onze branche was best heel belastend voor het milieu met onze producten. Zoals ons  afval t.a.v lege blikken verf, maar ook met de verfschraapsels en dat soort dingen. Dat is nu allemaal vergroend.’

MAAR ZATEN DAAR OOK NIET EXTRA KOSTEN AAN DIE VERGROENING?

‘Ja, absoluut, maar uiteindelijk bereken je dat weer door. Juist bij de tenders word je behoorlijk gescreend voor deze wetgeving door vragen zoals: ‘hoeveel auto’s rijden er bij jullie elektrisch en hoe is jullie visie? Hoe ver zijn jullie gevorderd met de verduurzaming in j het bedrijf ?’ Zo was het bijvoorbeeld normaal om elke zes jaar het onderhoudsschilderwerk te doen;  dat doen wij nu om de acht jaar. Ook gaat de hele bedrijfsadministratie digitaal, wat bijvoorbeeld weer heel veel papier scheelt.’

DAT IS OOK WEER ZO’N OMSLAG OM TOTAAL DIGITAAL JE BOEKHOUDING EN ADMIMISTRATIE TE WILLEN GAAN DOEN.

Ja, daar staat nu de vierde generatie voor en dat is mijn zoon, Job. Hij is beoogd om mijn taak over te nemen . Wij wisten al dat we de hele boekhouding en administratie anders wilden gaan doen. Daar waren we al mee bezig en vroegen wij Job of hij daar in wilde duiken en dat wilde gaan opzetten. Die kan dat zo veel sneller en gemakkelijker dan wij. Dat heeft hij ook zo opgepakt en dat gaat hem goed af. Ook gaat hij al met mij mee naar de werken en ook doet hij al wel wat acquisitie. Maar als het straks allemaal digitaal verloopt , kan hij straks die hele boekhouding met een paar uur per week helemaal afwerken.’

JE HEBT HET OOK OVER ACQUISITIE, HOE DOEN JULLIE DAT?

‘Dat is heel breed, zoals de contacten van relatie op relaties. Uit de leveranciers contacten, maar ook vanuit bestaande contacten komen verschillende opdrachten binnen. We zijn ook op internet heel goed zichtbaar geworden en natuurlijk via leads, de tenders.’

HOE IS VOOR JOU HET WERK IN DE LOOP VAN DE  TIJD VERANDERD?

‘Vroeger was ik veel meer buiten de deur en met mensen van hoog tot laag bezig om het werk te bekijken, of met iemand  samen te eten, of te golfen , etc. Dat is helemaal veranderd. de contacten zijn veel korter en directer geworden. Vroeger ging ik een offerte persoonlijk aanbieden en nu gaat het via de mail. Ze mailen een reactie terug en zo maken we de deal dan rond. Overigens doe ik ook nog wel persoonlijk zaken, alleen veel minder.’

ZIJN JE CONTRACTEN ALTIJD AANGENOMEN WERK OF OOK WEL OPDRACHTEN PER UUR?

Nee, het meeste is wel aangenomen werk. Ik heb wel servicewerk voor woningbouwverenigingen, waar kleine klusjes per uur worden betaald en het materiaal, maar dat is vast contractwerk. Als het werk meer dan vijf uur op een dag is, dan wordt het altijd in meters gedaan. In  hoofdlijnen is het eigenlijk altijd aangenomen werk. We doen ook heel veel verschillende werkzaamheden, zo hebben we net 22 bruggen geschilderd in Amsterdam, we werken op Schiphol, juist vaak in de nacht om de passagiers te ontlopen, doen prachtige monumentale panden op de grachten en zijn nu ook weer bezig voor het GVB, aan de metro’s te werken. Het is een heel mooi vak, echt een heel mooi beroep. Het is fijn om met mensen bezig te zijn, met mensen op de werkvloer en iets mooi aan te pakken en er iets moois van te maken. Zo controleer ik ook altijd overal het werk  persoonlijk, hoewel ik ook jongens heb lopen, die het in de gaten houden, maar het is heel belangrijk voor de kwaliteit dat ikzelf ook ga kijken. Ik vind dan ook nog steeds het schildersvak echt een heel mooi en boeiend vak.’

ADVIES STARTER:

 

  • Zorg dat je bedrijfsvoering en je boekhouding in orde zijn

            als je een rekening gaat sturen, dan moet alles in orde zijn

            en de regels die erbij komen naleven.

 

  • Begin niet zomaar in deze branche, er komt veel meer bij kijken in eerste instantie, dan je denkt. 

 

  • Je moet een bedrijfsstructuur hebben met een visie.

 

John de Meijer - directeur -

Schildersbedrijf SAN BV

Sniep 109

1112 AJ Diemen

Mail: john [at] san.nl

Website: www.san.nl

 

 

INTERVIEW met DENNIE ARMELITA, Productieleider Moving Arts Projects, Social Engineer EDDA Business

INTERVIEW met DENNIE ARMELITA, Productieleider Moving Arts Projects, Social Engineer EDDA Business

 

Zo heb ik ontdekt,

dat de liefde heel essentieel is.

Het moet spiegelen, anders doet het niets.

Als het wel respons krijgt,

komen de dingen in beweging.

Dat is heel belangrijk.

 

Dennie Armelita, is een zeer idealistische en een heel gefocuste ondernemer. Hij heeft in zijn zoektocht naar zichzelf heel goed gekeken en overwogen, hoe de wereld voor hem in elkaar zit. Vanuit zijn boeiende HIPHOP achtergrond leeft en vertelt hij zijn verhaal vol overtuiging en dienstbaarheid naar anderen. Iemand, die weet te geven en  van daaruit zijn onderneming heeft gebouwd. Dennie, staat niet alleen voor beweging  en openheid, hij ís het ook. MOVING ARTS PROJECT is op zijn lijf geschreven en is een succesvol bedrijf. MOVING ARTS PROJECT biedt milieuvriendelijke mobiele oplossingen voor festivals en evenementen in openbare ruimte. Van elektra tot opslag, van podium tot catering, van vergaderruimte tot backstage. Met energie uit de zon, dankzij de panelen op het dak of in de laadbak. Dit bedrijf staat letterlijk in die beweging  en zo maakt deze onderneming zijn specifieke reis.

HOE IS HET ALLEMAAL VOOR JOU BEGONNEN?

‘Ik heb middelbare school gedaan en mijn HAVO diploma gehaald. Ik was best nog vrij jong en heel erg zoekende. Dat resulteerde erin dat ik eerst een aantal HBO-opleidingen ben gaan doen, zoals fysiotherapie, waar ik  al heel gauw weer mee gestopt ben, maar had daar wel al gelijk een studieschuld mee opgebouwd. Zo woonde ik ook al van mijn 17e jaar zelfstandig. Ik had die keuze gemaakt om vroeg van huis weg te gaan. Ik ben voor een groot gedeelte van mijn jeugd opgegroeid in Abcoude, maar ik wilde al heel vroeg zelfstandig zijn. Daar In Abcoude voelde ik mij gewoon niet echt thuis. Ik trok al sowieso veel naar de stad en hing daar veel op straat. Ik was echt een hangjongere en heb daardoor heel veel meegemaakt en had daardoor heel veel vrienden. Voor mij was Amsterdam-ZO heel vlakbij en juist deze buurt trok mij zo aan.’

WAT TROK JOU ZO AAN IN AMSTERDAM-ZO? 

‘Voornamelijk die diversiteit. Mijn vader komt uit Mauritius en mijn moeder is Nederlandse, misschien speelt dat wel een rol mee. Ook was ik in die tijd  heel druk bezig met HIPHOP. Ik ging altijd al mee met vrienden naar RAP-battles. Dat zijn jongeren, die elkaar gaan uitdagen in een battle. Zij gaan dan tegen elkaar in rappen en dan wordt zo diegene die de andere het beste afkraakt, waardoor het publiek helemaal opgezweept wordt,  de winnaar.’

HEB JIJZELF OOK GERAPT EN AAN DEZE BATTLES MEEGEDAAN?

‘Nee, zelf heb ik niet gerapt, maar het interesseerde mij wel heel erg. Ik ging altijd met vrienden mee. Ik was wel heel muzikaal en speelde toentertijd in een band als drummer en deed soms ook de toetsen. Ik had al op heel jonge leeftijd piano leren spelen en vanuit die hoek ben ik ook digitaal muziek gaan maken. Dat heb ik als hobby altijd al een beetje gedaan.’

MAAR NA JE STUDIE FYSIOTHERAPIE, WAT BEN JE TOEN GAAN DOEN?

‘Na mijn studie ben ik eerst een poosje gaan werken om mijn studieschuld af te betalen. Daarna ben ik op een gegeven moment Technische Bedrijfskunde gaan studeren. Ook op HBO-niveau. Ik had wel wat met dat ingenieursschap en voornamelijk met de innovaties, die daar voor stonden. Maar ik merkte tijdens mijn studie, waar ik best al heel ver mee was gekomen, dat het in die bedrijfswereld alleen maar over geld gaat. Dat lag mij niet zo.’

JIJ WAS DUS NIET ZO ZEER BEZIG MET GELD VERDIENEN   IN DE BEDRIJFSWERELD, MAAR WAT WILDE JE JUIST WEL?

‘Toen ik nog bezig was met die studie, ben ik daarnaast wel al gaan werken in de zorg. Ik zat toen in het derde jaar van mijn studie, maar eigenlijk wilde ik mij al verder gaan focussen op de zorg. Mede omdat zij mij in die tijd  ook al een opleiding aanboden. Zo heb ik mijn MBO-4 diploma gehaald en kon ik als begeleider fulltime aan de slag. Kort daarop ben ik ook gelijk mijn SPH-opleiding gaan doen.’

DAT IS NOGAL EEN OMMEKEER VAN STUDIERICHTING, HOE WERKTE DAT VOOR JOU?

Ik heb na deze studies heel veel gewerkt met heel veel doelgroepen. Mijn achtergrond is dus ook sociaal werker. Zo  kreeg ik in het derde jaar van mijn studie SPH een opdracht  van school om een onderzoek te doen naar diversiteit op de werkvloer. Daar heb ik toen een adviesrapport voor geschreven aan  mijn directeur, maar die was daar niet zo blij mee en na een hoop gedoe, hebben zij mij dan ook ontslagen. Dat was echt een bizarre situatie. Zo kwam ik tot het besef, hoe het werkt in de institutionele samenleving, waarin wij leven. Ik wilde daarna ook meer op beleidsniveau invloed gaan uitoefenen. Hier wilde ik echt wat meer mee gaan doen.’

DAT IS BEST HEEL MOEDIG, OM NA ZO’N BIZARRE ERVARNG JUIST MEER OP BELEIDSNIVEAU TE WILLEN WERKEN.

‘Ja, ik ben toen ook heel gericht gaan zoeken naar werk op beleidsniveau. Zo kwam ik dan ook op een gegeven moment bij Stichting !WOON als programmamedewerker voor in de buurt. Ik ben juist ook in dit stadsdeel Reigersbos, Amsterdam-ZO begonnen.’

WAAROM BEN JE JUIST BEGONNEN IN DE BUURT REIGERSBOS?

Vanuit mijn eigen rol als social worker vond ik het ook superinteressant om wat meer grip te krijgen op mijn eigen buurt. Ik woonde toen al zeker 10 jaar in deze buurt en zelfs mijn dochters zijn hier geboren. Ik zat dus al in dit sociaal domein. Zo was ik al coördinator van een dagcentrum. Ik zat daar in de gehandicapte zorg. Ook heb ik een poosje in het jongerenwerk bewogen en gewerkt. Eigenlijk wilde ik wat rollen pakken en dat is mij toen ook heel goed gelukt. Maar ik wist al wel, dat ik niet meer in dienst wilde van een grote organisatie.’

WAT VOOR EEN ROLLEN HEB JE KUNNEN PAKKEN, WAT ZEG JE DAN?

‘Zo was ik bijvoorbeeld al heel actief op de school van mijn dochter. Ik ben vanuit mijzelf heel ondernemend en zat in de ouderraad. Zo organiseerde ik ook allerlei activiteiten op de school van mijn dochter. Maar uiteindelijk wilde ik er meer mee en ben ik via DYNAMO ZUID, een welzijnsorganisatie, aan de slag gegaan als gastdocent en heb mijn eigen lesprogramma ontwikkeld. Dat was rappen met kinderen, dat werkte echt supergoed. Maar ook in de buurt wilde ik een soort impact gaan maken. Eigenlijk was ik zelf nog heel erg aan het zoeken en vroeg mij af waar ik het eigenlijk moest zoeken.’

WAT BEN JE DAARNA IN JE ZOEKOCHT TEGEN  GEKOMEN?

‘Ik kwam op een gegeven moment met een gebiedsmakelaar in aanraking, die op dat moment bezig was met het initiëren  van het bewonersplatform. Ik was toen zo’n 26 jaar en kwam in groepen met allemaal oudere bewoners. Ook was het wel leuk, want ik had een soort energie en gedachten gevormd vanuit het social work. en via Dynamo ben ik ook in  Zuid in een buurthuis terecht gekomen, waar ze studioactiviteiten met jongeren deden. En zo heb ik weer de beatmetal opgepakt en ben ik daar wat beat’s gaan maken met die jongeren. Dat vonden ze heel cool en heb toen daar een poosje wat studiobegeleiding geboden. Toch merkte ik dat studio’s in buurthuizen leuk zijn, maar echt niet voldoende. Die jongeren willen voornamelijk iets ’s avonds doen. Overdag  liggen ze vaak lang op hun  bed en doen dan niks, maar ’s avonds willen zij dan pas hun ding kunnen gaan doen. Dan blijken juist buurthuizen te sluiten, wat betekent dat deze jongeren dan ‘s avonds op straat gaan hangen. Daar heb ik het met deze gebiedsmakelaar over gehad en vanaf dat moment heb ik een studio in mijn huis gebouwd, dat loopt als een trein. Die jongens kunnen daar gewoon langs komen en hun ding doen. Dat is nu voor hen gewoon een vrijplaats geworden.’

WAT GEBEURDE ER NA DIT INITIATIEF?

‘Daarna kwam pas dat werk als programmamedewerker bij Stichting !WOON. Ik was al aangesloten bij het bewonersplatform, maar omdat ik vrij energiek ben, heb ik ook wel een aantal activiteiten geïnitieerd voor de buurt. Zoals een vrij groot evenement in het winkelcentrum Reigersbos. Een festival, dat ik al twee keer heb gedaan. Dat kwam voort uit de groep jonge ondernemers van het bewonersplatform, die zoiets hadden van dat zij ook echt een keer een party wilden organiseren voor de buurt. Dat hebben we dus ook doorgezet en is echt uitgelopen tot iets groots en heel moois. Dat kwam omdat zo’n groep, met zijn allen, een sterke krachtenbundel is  en van alle markten thuis. Dat was heel bijzonder te merken, hoe zij dat kunnen. Het festival gebruikte de oppervlakte van het hele winkelcentrum, waar we een soort van diversiteitsmarkt hadden opgezet met allerlei kraampjes met allerlei soorten eten van diverse culturen. Ook werden er spulletjes verkocht van allerlei culturen en er waren ook diverse activiteiten, zoals sportactiviteiten voor kinderen en een podium met echt wel grote namen. Voornamelijk vanuit de buurt. Zo hebben wij ambassadeurs gevonden, dat zijn artiesten, die het best ver geschopt hebben en die in deze buurt zijn opgegroeid of hier op school hebben gezeten of zelfs nog op school hier zitten..... Er was een show gemaakt, waar zulke mooie energie door vrij kwam, iedereen stond te dansen en te springen.’

WAS DIT ALLEMAAL VRIJWILLGERSWERK NAAST JE WERK BIJ ST. !WOON?

‘Al met al was ik met van alles bezig, vooral met jongeren, met muziek, met evenementen, enz. Ook voor mij ging hier een wereld  open. Ja, ik was door dat ontslag eerst in een soort zwart gat gevallen en heb toen wel nog een tijdje jongerenwerk gedaan voor mijn vaste inkomsten, maar dat was minimaal, zoiets van 15 uur per week. Ik had al een gezin, dus daar moet ik ook voor zorgen. Maar van deze inkomsten kon ik niet leven en wilde er meer uithalen. Ook wilde ik meer impact hebben met mijn werk. Zo kwam ik bij stichting !WOON als programmamedewerker ontwikkelbuurten. Dit kwam omdat ik bij het bewonersplatform vrij actief was. Deze baan moest gewoon voor het onderhoud van mijn gezin. Overigens was het ook super interessant werk, alleen ging het heel erg over gebiedsontwikkeling, stedelijke opgaven, dat betekent dat het vooral gaat over ruimte en duurzaamheid, grond en ontwikkeling, e.d., maar ik wilde meer.’

WANNEER KAN JIJ SPREKEN   VAN JE EIGEN BEDRIJF?

‘Ja, vandaar uit ben ik voor mijzelf begonnen. Ik was er al lang mee bezig, alleen was ik heel erg gefocust op de muziek en evenementen, daar wilde ik mee verder gaan. Maar dat is best heel lastig, evenementen organiseren, daar komt zoveel bij kijken. Uiteindelijk heb ik er nu een aantal gedaan en dat wil ik nog steeds wel, alleen  leert de ervaring dat je moet zorgen om met partners te werken. Ik heb nu een aantal vaste partners, zoals de gemeente Amsterdam, waar ik heel nauw mee samenwerk, de partij Stichting De Kazerne Reigersbos. Deze stichting doet met name de programmering en zij hebben mij aangesteld vanuit mijn ondernemerschap als coördinator van de buurtfunctie. Dat houdt in dat ik voornamelijk bewaak dat dit pand voor de buurt goed functioneel gebruikt zal worden. Ik ben  van deze stichting ook nu zelfs de voorzitter geworden. Dat kwam omdat de bewoners heel erg op mij gericht zijn, ook al voordat de stichting De Kazerne nog niet aan de orde was.’

WAT HEB JIJ MET DEZE VERANTWOORDELIJKHEID VOOR DE BEWONERS GEDAAN?

‘Wij hebben gelijk wel vanuit het bewonersplatform aan de gemeente een signaal afgegeven, dat deze buurt een buurthuis nodig heeft, want zij hadden juist een jongerencentrum en een buurthuis weggehaald. Zo is er helemaal geen ontmoetingsplek voor bewoners meer. Uiteindelijk heb ik toen een buurtkeuken kunnen faciliteren vanuit Cordaan. Deze keuken wordt aan het einde van de dag niet meer gebruikt en zo konden wij die ruimte beschikbaar stellen voor de buurt. Maar dat is nog maar een klein begin.’

HOE KWAM HET, DAT JULLIE DIE OUDE BRANDWEERKAZERNE TOCH MOCHTEN EXPLOITEREN ALS BUURTHUIS?

‘Deze kazerne stond al vijf jaar lang leeg en er zat eerst nog antikraak in. Wij wilden dit pand heel graag  als buurthuis, dat is een hele strijd geweest, echt een heel gedoe. Uiteindelijk kreeg ik hier een rol in vanuit Stichting !WOON als programmamedewerker. Zo kwam ik direct in contact met de projectontwikkelaars. Maar zij wilden mij niet, omdat ik uit deze buurt kom en zagen dat als belangenverstrengeling. Ik mocht mij niet op deze manier op de buurt focussen.'

HOE BEN JIJ MET DEZE AANTIJGINGEN OM GEGAAN?

‘Dat was best ingewikkeld. Maar ik had zoiets, dat het wél mijn buurt is en wilde daar wel actief blijven. Zo heb ik vanuit het voorzitterschap van het bewonersplatform gewerkt, dat was dan wel vrijwilligerswerk. Tot het moment dat we het voor elkaar kregen dat de gemeente Amsterdam dit pand wilde aankopen. Zoiets hadden wij nog nooit meegemaakt. Dat is echt wel heel uniek, dat de gemeente Amsterdam een pand koopt, om dat beschikbaar te stellen als buurthuis. Het was wel een pré, dat er een bepaalde exploitatie op het pand zal komen.’

HOE HEBBEN JULLIE DEZE DEAL MET DE GEMEENTE AMSTERDAM VERDER UITGEWERKT?

‘Zij hebben toen de organisatie Urban Resource gevraagd om dit te gaan organiseren. Urban Resource is een broedplaats voor creatieve professionals om zo een voordelig atelier te kunnen houden. Dit pand is dan ook officieel een broedplaats met ook  een buurtfunctie. Zo mogen wij het dus ook geen buurthuis noemen. Nu het formeel een broedplaats is, zijn er op de bovenverdieping heel veel ruimten voor ateliers, maar ze konden dus een uitzondering maken op dit pand om een aantal ruimten ‘broedplaats’ vrij te maken, die wij mogen inrichten voor de buurt. De functie moet vergelijkbaar zijn met andere buurthuizen, met dezelfde faciliteiten.’

WAT IS JOUW ROL ALS ONDERNEMER HIERIN?

‘Dit is dus een plek, die is ontstaan uit het initiatief van het bewonersplatform in co-creatie met de gemeente Amsterdam, Urban Resource en een externe partij, die dus de stichting De Kazerne heeft opgericht. Ik heb hier als ZZP-er een rol in gekregen.’

JIJ WAS DUS OOK AL ZZP-ER?

Ja, ik ben productieleider bij Moving Arts Project, MAP. Dit bestaat al meer dan vijf jaar. Met Noud Verhave Janine Toussaint en Diane Elshout hebben wij een project ontwikkeld, met de idee, hoe wij sociaal-culturele evenementen in de stad duurzamer zouden kunnen maken. Daarom ontwikkelden wij KARELs KARAVAAN, de Kar voor Elektriciteit op Locatie. Deze elektriciteit moet dan in openbare ruimten mogelijk gemaakt worden en het moet ook duurzaam zijn. Dus wij hebben een basispakket ontwikkeld voor elektriciteit op locatie. Daarmee faciliteren wij duurzame stroom bij bijvoorbeeld evenementen. Zo wilde ik ook voor het stadsdeel Reigersbos zo’n wagen ontwikkelen.  In mijn rol als programmamedewerker ontwikkelingsbuurten was ik al heel veel bezig met participatie gebiedsontwikkeling. Ik merkte gewoon dat het heel prettig is om een wagen te hebben, vanwaar uit je in gesprek kunt gaan met bewoners. Het is een voertuig voor Moving Arts Project en is nu ook ontwikkeld voor ZO, deze heet KARLOS Karavaan. Het werkt heel goed en er zijn al zoveel gesprekken mee aangegaan met bewoners.’

JOUW BEDRIJF, MOVING ARTS PROJECT, WERKT DUS HEEL GOED. HOE GAAT DAT IN ZIJN WERK?

‘Dat gaat in opdracht van de gemeente. Als de gemeente een vraagstuk heeft, dan komen ze naar Moving Arts Project toe en dan gaan ze kijken of ze samen met KARELs KARAVAAN of  ze met zo’n vraagstuk de wijk in kunnen gaan. Dat is het idee erachter. Wij verzorgen dan de elektriciteit om zo’n evenement te faciliteren. Zelfs voor het aanbieden van een kopje koffie  moet je elektriciteit hebben. Maar wij kunnen er ook muziek bij doen of je kan het zo gek niet bedenken. We hebben zoveel capaciteit, dat we echt een heel festival kunnen voorzien van duurzame stroom. Zoals die festivals die wij georganiseerd hebben, het podium, dat hebben wij laten faciliteren door KARELs KARAVAAN, die licht, geluid en alle technieken voorziet van stroom. KARELs KARAVAAN staat voor Kar voor Elektriciteit op Locatie.’

HOE HEB JIJ NU ZELF ZO’N VEHIKEL KUNNEN REALISEREN VOOR   AMSTERDAM-ZO?

‘Ja, dat wilde ik vanuit St. !WOON, maar dat was geen optie, omdat daar echt geen budget  was voor dit soort activiteiten. Toen zijn we aan de slag gegaan met een platform voor allerlei duurzaamheidsinitiatieven in dit stadsdeel, vanwaar uit we een nieuw initiatief hebben ontwikkeld. Dat is KARLOS geworden: KAR LEVERT OVERAL STROOM. Deze wagen is echt ontstaan hier in Reigersbos. Dit is dus zo’n MOVING ARTS PROJECT, die daar mee komt. Dat doe ik dus vanuit mijn ondernemerschap als ZZP-er, die productielijn van die KARLOS KARAVAAN.’

WAT VOOR EEN OPDRACHTEN VALLEN ONDER DE PRODUCTIELIJN, DIE JIJ DOET?

‘Ik heb mijn bedrijf MAP en daar doe ik opdrachten voor. De MAP ziet een groeiende vraag naar schone energie voor evenementen en er wordt ook steeds meer een beroep op ons gedaan. Daarnaast doe ik ook een stukje coördinatie en ook nog heel veel andere klussen gebaseerd op gebiedsontwikkeling, veel met betrekking tot duurzaamheid. En deze wagen heeft daar echt meestal wel een rol in, omdat het gewoon een ideaal voertuig is en je er van alles mee kan. Zo hebben wij bijvoorbeeld  voor de festivals die wij hier houden in Reigersbos, het podium, het licht en alle techniek verzorgd. Maar ik ben ook bezig geweest voor de gemeente voor het vraagstuk van het plan, de Gooise weg te transformeren naar een stadsdraad. Daar moet gewoon met de bewoners mee in gesprek worden gegaan. Mijn netwerk is zo sterk en zo wisten zij mij dan te vinden. Zij hebben mij die uitvoering laten doen om met bewoners over dit thema in gesprek te gaan. Dan huur ik een cameraman en ga ik gewoon zelf op pad met die wagen. Op deze manier interview ik spontaan mensen op straat. Dit zijn een paar voorbeelden van mijn opdrachten. Dit is wat ik eigenlijk doe.’

IK BEGRIJP DAT JE NÓG EEN BEDRIJF HEBT?

‘Ja, ik heb een maatschap met mijn vrouw, die juriste is. Deze maatschap heet EDDA Business, dit  is een adviesbureau, waarin mijn vrouw juridische adviezen geeft. EDDA staat voor de initialen van mijn vrouw en mijn initialen en het is de titel van het overbekende  boek over de Noorse mythologie, waar mijn vrouw en ik ons heel erg in kunnen vinden. Voor deze maatschap hebben wij bewust  gekozen, omdat zij vanuit haar juridische achtergrond een heel goede aanvulling is, voor wat ik doe.’

JIJ BENT OP EEN HEEL SPECIFIEKE MANIER BEZIG EN WAT BETEKENT VOOR JOU NU HET ONDERNEMERSCHAP DAARIN?

‘Dat heeft te maken met vrijheid en ook wel met verantwoordelijkheidsgevoel. Op je moment, dat jij het zélf moet doen, dan voel je pas het beste, hoe je aan jezelf ook verantwoording moet afleggen. Als je dat ook doet, dan pas besef je hoe krachtig ondernemerschap eigenlijk is. Alles kaatst weer naar je terug. Dat is er zo boeiend aan. Zo is voor mij ondernemerschap iets dat verder gaat dan alleen maar over geld. Je leert jezelf kennen en begrijpen wat jou kracht geeft. Zo heb ik bijvoorbeeld ontdekt dat bij mij liefde heel essentieel is. Als ik liefde wil geven, moet ik het ook krijgen. Het moet spiegelen, anders doet het niets. Het moet zijn respons krijgen en daardoor komen de dingen in beweging. Vanuit de HIPHOP wereld, waar ik mee ben opgegroeid, willen zij juist in de spiritualiteit beweging krijgen en niet zozeer in de materie of het geld. Het is echt een cultuur, een hele spirituele cultuur met zijn roots uit de getto’s van Amerika.  HIP HOP staat letterlijk voor Higher Internal Power, Healing Over People. In feite zijn zij trendsetters en ik denk dat het zelfs heel revolutionair is, wat de HIPHOP beweging doet. Vele jongens uit de HIP HOP beweging hebben grote bedrijven, want ze zijn van alle markten thuis. RAP gaat eigenlijk ook over de emoties, die eruit moeten. Daarin kunnen zij alles kwijt. Op het moment dat je zintuigen in balans gaan prikkelen, dan is dat heel goed voor je creatieve geest. Het is een heel nieuw denken. Het is  de nieuwe tijd en dat brengt in deze tijd heel veel ruis binnen de maatschappij. Daarom wordt het constant door de massamedia bekogeld en de kop ingedrukt. Die hele Black Lives Matter demonstraties van nu gaan over die cultuur. daar staat echt ook de hele HIPHOP gemeenschap achter. Ook ik run op deze basis mijn onderneming en dat geeft mij voldoening en houdt mij met mijn MOVING ARTS PROJECT ook letterlijk in beweging.’

 

ADVIES VOOR STARTERS:

  • Ga op zoek naar je eigen intrinsieke motivatie.
  • Eigenlijk zeg ik daarmee, ga op zoek naar jezelf en dan is het echt zo: zoek en je zult het vinden.
  • Wij hebben allemaal een levenspad en het lot gaat je brengen, waar je moet zijn.
  • Blijf in  beweging en openstaan, voor wat er zich in je leven aandient.

 

DENNIE ARMELITA

- Projectleider -

MOVING ARTS PROJECT – MAP

 

Tugelaweg 85

1094 VN AMSTERDAM

info [at] movingartsproject.nl

www.movingartsproject.nl

EDDA Business - Social Engineer

 

 

 

INTERVIEW met PAUL van DIJK, eigenaar ijssalons IJSPRET BV

INTERVIEW met PAUL van DIJK, eigenaar ijssalons IJSPRET BV

De ijssalon moet gewoon iets feestelijks hebben,

eenvoud kennen

 en blijheid uitstralen.

Dat kleine smurfje op het kinderijsje

 is dan ook een topsucces.

Paul van Dijk (1980) is een zeer enthousiaste eigenaar van de ijssalon IJspret in de Rijnstraat 88 te Amsterdam. Ook heeft hij met zijn zakenpartner en goede vriend een ijssalon in Zwanenburg en sinds kort ook in Diemen. De formule en visie van Paul is zo succesvol en laagdrempelig, dat iedereen, die eenmaal in zijn winkel ijs heeft geproefd, gewoon weer móét terugkomen. Het is overheerlijk ijs en je proeft de liefde en kwaliteit, waarmee het gemaakt is. De sfeer is ook zo gastvrij en kindvriendelijk. Letterlijk een hartverwarmende verkoelende ijsbeleving binnen de Rivierenbuurt.
 

WAT IS JOUW ACHTERGROND, VOORDAT JE DEZE IJSSALON OPENDE?

‘Ik runde hiervoor in ditzelfde pand een cult-videotheek. Dat was eigenlijk mijn eerste eigen onderneming. Ik was toen rond de 20 jaar. Deze videotheek heb ik 5 à 6 jaar gedaan, maar deze hele videotheekbranche kondigde het einde van zijn bestaan op een gegeven moment aan. Deze branche is echt de nek omgedraaid door al die streamingdiensten, die gingen ontstaan. Na 6 jaar heb ik ook de winkel voor een jaar gesloten en heb die periode gebruikt om mezelf te herpakken, om na te denken wat ik  nu  zou gaan doen. Ik wist eerst even niet, wat ik daarna zou doen. Wel heb ik tussendoor een paar kleine baantjes gehad, maar merkte al heel snel dat ik eigen baas wilde zijn. Juist in die periode ben ik met Remko de Bakker, die twee panden hiernaast zijn winkel heeft, in gesprek geraakt. Remko had het idee, dat ik met dit mooie lege winkelpand een ijssalon moest openen. Ook zelf liep ik al met dat idee te spelen, maar door die gesprekken met hem, werd ik bevestigd. Juist door die bevestiging, kreeg het al snel vorm.’ 

 

BIJ DAT IDEE OM EEN IJSSALON TE OPENEN, HOE START JE DAN ZOIETS?

‘Toen wij eruit waren en besloten hadden om serieus een ijssalon te gaan starten, zijn we gelijk naar de Horecava gegaan. De Horecava is een trefpunt voor horeca professionals. Bij de Horecava hebben wij ons eerst goed georiënteerd, maar kwamen ook al gelijk naar buiten met getekende contracten voor ijsmachines, vitrines en noem maar op. De kogel was direct al door de  kerk.’

MAAR DAN   KOMT DE VRAAG, KAN JE DAN OOK GELIJK GOED IJS MAKEN?

‘Ja, dat was ook wel mijn grootste angst. Ik heb natuurlijk wel wat concurrentie in de buurt zitten van ijssalons of ijskramen met grote bekendheid. Om eerlijk te zijn, was dat ook mijn eigen onzekerheid of ik daar tegenop kon concurreren. Maar op de dag dat de groothandel bij ons kwam om al onze producten te leveren, zijn ze met ons een dag ijs komen draaien. Het bleek dat meteen al het eerste bolletje ijs, dat uit de machine kwam, zó goed van smaak en zo puur product was, dat ik eigenlijk al direct daarna wist, dat deze ijssalon een succes zou kunnen worden. Zo was deze zaak vanaf het begin gelijk lonend, maar mede omdat mijn woning hier gelijk achter zit en dat deed de kosten ook heel erg zakken. Voor de rest gewoon eerst heel zuinig aan doen. Nu zijn we ook al 11 jaar verder en uitgebreid tot drie ijssalons.’

TOEN JE BEGON MET DAT IJS MAKEN, HAD JE OOK JE EIGEN RECEPTEN?

‘In  eerste instantie ben ik begonnen met de basisrecepten vanuit de groothandel. Ik was nog te onwennig en dit vak was nog te nieuw voor mij om direct al te experimenteren met eigen smaken en recepten. Ik heb eerst heel erg de regels gevolgd, die de groothandel voorschreef. Later  heb ik natuurlijk toch wel mijn eigen twist eraan  gegeven en ben ik eigen smaken gaan creëren. Zoals bijvoorbeeld de mango-mint.'

AAN DE SMAAK MANGO-MINT, HOE BEN JE DAARTOE GEKOMEN?

‘Dat ging eigenlijk heel leuk. Er kwam een meisje in de winkel, die vond dat wij zulk lekker mango ijs hadden. Zij vroeg ons toen of de smaak mango-mint niet iets voor ons was om te maken. Daar ben ik toen mee aan de slag gegaan en heb zo mijn eigen mango-mint gecreëerd. Deze smaak blijkt elke zomer ook weer een echte hit. Zo worden er ook via klanten ideeën van smaken aangereikt, waar ik dan gehoor aan geef en ga uitproberen. Je moet altijd naar de klant luisteren. Aan het einde van de dag blijkt juist door je klanten, dat je je winkel kan voortzetten. Zij maken in feite mijn bedrijf mogelijk. Zo krijg ik altijd hele leuke feed-back en veel positieve reacties. Dat motiveert je ook om dat extra stapje voor je klanten te zetten. Het wordt dan een wisselwerking. Zo heb ik ook altijd meisjes in dienst voor de verkoop, die meewerken om er een feestje van te maken voor de kinderen. Ze zijn zelf heel gedreven om de  naam van de winkel IJSPRET ook waar te maken.’

BEN JIJ NU WEL ALLEEN DIT BEDRIJF BEGONNEN?

‘Ik ben in eerste instantie samen met Remko deze ijssalon gestart. Het was eerst een samenwerking met hem. Na een jaar zo te gaan, kwam ik er toch achter, dat ik voor mezelf vooral, heel moeilijk kan samenwerken. Ik wil toch liever vooral mijn eigen plan kunnen trekken, waar ik dan geen verantwoording voor hoef af te leggen. Ik ben altijd al een vrijbuiter geweest en samenwerken vind ik best lastig. Dus na dat eerste jaar van opstart, zijn we rond de tafel gaan zitten en zijn daarna in heel goede verstandhouding uit elkaar gegaan. Wij onderhouden nog steeds goed contact en ben hem heel dankbaar voor de opstart en het concept IJspret. Voor een heel groot deel heeft hij gezorgd dat het zó is ontstaan. De hele uitstraling en het hele concept kwam echt van hem. Ik wist in het begin niet eens wat een concept was. Wat ook best apart is, dat weer een andere buur, en wel een buurmeisje, die ontwerpster is, voor de vrolijke letters heeft gezorgd. Zo heeft de pui van de winkel een leuke uitstraling gekregen  Zij heeft daarvoor een schets gemaakt. Dus in een straal van 20 meter aan ondernemers in de straat heeft deze winkel zijn vorm gekregen.’

   BEN IK WEL HEEL NIEUWSGIERIG, WAT HET CONCEPT INHOUDT?

‘Het concept is de uitstraling van de winkel. Dat houdt in, dat we elke dag   vers en ambachtelijk ijs verkopen. Ook is de uitstraling van de winkel heel laagdrempelig en eenvoudig, maar ook vrolijk. De uitstraling moet iets feestelijks geven, met de leuke letterspeling op het bord aan de winkelpui, de vrolijke kleuren, de kleine tegeltjes in de keuken. Het straalt allemaal eenvoud uit, maar wel hebben we hoge kwaliteit ijs. Dit concept werkt gewoon heel goed. Ik ben nog steeds helemaal blij, dat ik een ijssalon ben begonnen.’

HOE HEB JIJ JE INVESTERINGEN KUNNEN REALISEREN?

‘Ja, dat hebben Remko en  ik in het begin samen gedaan. En ja, in het begin hebben wij best wel een beetje onze nekken uitgestoken door de apparatuur wat duurder aan te schaffen, dat konden wij doen door een huurkoop contract aan te gaan. En alle andere investeringen zoveel mogelijk op lease-basis te nemen. Anders was de opstart bijna niet mogelijk geweest. Er waren zeker ook bedrijven, die ook wel hun nek uitstaken, om te zorgen, dat je een opstart kon maken. Maar de banken wilden toentertijd met beginnende ondernemers geen groot risico lopen.  Daarom hebben wij bij de ondernemers zelf als Valmar, een groothandel die vitrines en ijsmachines levert , zelf gewoon contracten kunnen afsluiten. En hebben wij hoogwaardige materiaal om mee te werken kunnen realiseren.’

HEB JIJ IN DE TIJD VAN DE CRISIS ROND 2008 NOG LAST GEHAD BIJ DE VERKOOP?

‘In principe heeft het bij de verkoop in onze ijssalon niet veel uitgemaakt. Ik denk dat ik het voordeel had, dat ik eigenlijk in de lage EURO branche zit. Ik zit in  zo’n laag segment, waarin iemand zich altijd  wel een ijsje van €1.00 kan veroorloven. Mijn kinderijsjes zijn al vanaf het begin €1.00. Dat is eigenlijk nog steeds zo gebleven. Ik vind het belangrijk, dat de kinderen altijd hun ijsje moeten kunnen komen halen. Ik denk dat dit bij elkaar enorm mee speelt, dat zo de mensen altijd in staat zijn om iets in je winkel te kunnen kopen. Nee, van de crisisperiode heb ik daardoor niet veel last gehad.’

WAT BEN JIJ WEL ONGEZIEN TEGENGEKOMEN, BIJ DE OPBOUW VAN  HET BEDRIJF?

‘Wat ik heel lastig vind, is het boekhoudkundige gedeelte van het bedrijf, zoals bijvoorbeeld de kosten/prijsbepaling. Ik ben gewoon ijs gaan draaien en aan het einde van de dag was dat gewoon mijn netto winst. Ik heb tot voor zeer kort nog nooit berekend, wat een bolletje ijs mij nu eigenlijk netto kost. Pas dit jaar, nu wij zo zijn gaan groeien, hebben wij voor het eerst pas een kosten/prijsbepaling gemaakt. Het is toch wel belangrijk, zeker nu wij zo groeien, dat je weet wat je basiskosten zijn, zodat je weet naar welke winst je kan streven.’

TOEN JIJ DE IJSSALON OPENDE, HAD JE AL GELIJK OOK PERSONEEL?

‘Nee, niet echt, ik draaide hier in de Rijnstraat al het ijs zelf in de keuken, maar had wel voor de middag een meisje erbij gehaald voor de verkoop. Maar werd het in de middag heel druk, dan hielp ik mee bij de verkoop.’

JA, JE BENT ZEKER GROTER GEGROEID. ER ZIJ NU AL DRIE LOCATIES?

‘De tweede ijssalon heb ik eigenlijk heel kort zelf gehad, daar was ik meer voor de opstart. Een vriend van mij, die mij veel in de keuken heeft geholpen, wilde ook heel graag zijn eigen ijssalon. Ik was toen rond de 29 jaar en was zelf nog helemaal niet toe aan een tweede salon en mijn vriend wilde wél heel graag een eigen ijssalon. De afspraak werd toen ook dat het zijn eigen winkel zou  worden, maar wel met het identieke concept en de dezelfde uitstraling. Deze winkel in Zwanenburg is ook weer gelijk een succesformule geworden en deze zaak bestaat nu ook al weer 7 jaar. Het leuke is dat uit die samenwerking met hem nu een derde ijssalon is geopend. We hebben dit jaar, als de kers op de taart, een grote winkel in Diemen geopend. Dit is wel de grootste zaak van allemaal. Daar hebben wij nu dan ook de centrale keuken geïnstalleerd. Met deze derde salon zijn we wel echt een samenwerking aangegaan. Ook deze nieuwe winkel met ook weer dezelfde uitstraling, doet het ook weer perfect. Ja, dat is daar ook weer een echt succes geworden.’

HOE HEBBEN JULLIE DAT MET DIE DERDE LOCATIE GEREGELD?

‘Op dit moment hebben wij daar dus de centrale keuken en wij draaien daar samen het ijs. Doordat wij een koelbus hebben aangeschaft, kunnen wij zo het ijs naar de andere winkels rijden. Ook willen wij meer doen met de grote ruimte in Diemen en in de nabije toekomst taartjes en koffie gaan verkopen. Maar nu nog niet, dit jaar moeten we nog erg aanpoten om drie locaties te voorzien met ijs. Juist ook omdat Diemen zo goed loopt. Maar volgend jaar willen wij in de winter daar wel open blijven en die maanden overbruggen met een uitgebreider concept.'

JULLIE ZIJN DUS DE WINTERMAANDEN DICHT?

‘Wij gaan eind oktober dicht tot begin maart, dan gaan wij weer open. We merken zelfs als wij weer open gaan, dat de buurt er heel blij mee is, want  het is echt een trekpleister van de buurt geworden, hoewel het hier normaal het rustigste gedeelte van de Rijnstraat is.’

HOE OVERBRUG JIJ  DIE WINTERMAANDEN? 

‘Dan ben ik heel veel thuis, juist omdat ik de zomer heel veel weg ben en eigenlijk alleen maar op de winkel gefocust ben. Wij zijn in principe open van 12:00 tot 21:00 uur in de zomer en als het heel warm is, dan zijn we  soms wel tot 23:00 uur open. Vooral als er  mensen nog laat aan de deur staan, dan probeer ik die altijd nog wel te helpen. In de winter wil ik juist  meer tijd met mijn kinderen doorbrengen. Die maanden werk ik helemaal niet bij en leef van de buffer, die ik heb opgebouwd in de zomer. Zo knap ik bijvoorbeeld nog wel weer wat aan de winkel op en ga ik naar de ijsbeurs in Italië, waar we voor worden uitgenodigd om ons te laten informeren over nieuwe producten voor het nieuwe jaar. Maar die maanden zijn ook heel fijn om jezelf weer te resetten, na al die drukte. Ik ben echt blij, na al die zomerdrukte eventjes rustiger aan te kunnen doen.’

HOE GA JE OM MET HET PERSONEEL TIJDENS DE WINTERMAANDEN?

‘Wij hebben echt een geweldig team, als ik zie hoe die meisjes hier werken en reageren op de klanten. Dat verbaast mij elk jaar weer. Het zijn echt ijsmeisjes, die gedreven zijn om het zo leuk mogelijk te maken voor de klanten. Het is prachtig te zien met welke interactie zij met de kinderen omgaan. Het enige nadeel is inderdaad, dat ik die goede meisjes heel moeilijk kan vasthouden, omdat we in de wintermaanden dicht zijn. Ik probeer ze dan wel ergens anders te plaatsen voor die periode, zodat ik ze in de zomer terug kan krijgen. Zo heb ik vijf meisjes, die elk jaar trouw terug komen.’

IS ER VOOR J JOU NOG VEEL VERANDERD NA JE OPSTART MET JE VISIE OVER HOE JE HET ALS EERSTE VOOR JE ZAG?’

‘In principe niet, het is  vanaf het begin een succesformule geworden. Mede doordat ik eerst een videotheek had, hebben heel veel toenmalige klanten uit de buurt nu kinderen. Doordat ik met hen altijd veel contact hebt gehouden, komen zij ook allemaal nu naar de ijssalon, vanaf het moment dat  het open ging. Ik nam als het ware al een heel grote klandizie mee naar deze winkel. En omdat het zo goed loopt, hebben wij het concept en onze visie niet hoeven aan te passen of te veranderen. Vooral het kinderijsje is een topformule. Kinderen staan soms al lachend en beukend voor de ramen, voordat de zaak geopend is. Wij geven op onze kinderijsjes heel een smurfensnoepje en dat is een topformule gebleken. Zo eenvoudig is het soms. Nogmaals ik ben heel blij, dat ik deze ijssalon gestart ben.’

ADVIES VOOR STARTERS

 

  • Laat je niet afschrikken door de negatieve reacties van mensen om je heen. Mensen zullen vaker zeggen, dat het geen goed idee is, wat je wilt gaan doen, dan dat het wel een goed idee is.
  •  
  • Ondernemerschap is durven, durven om risico’s te nemen.
  • Als je echt een goed product verkoopt en je er 100% achter kan staan, zal het altijd een succes worden.

 

PAUL VAN DIJK

EIGENAAR IJSSALON IJSPRET AMSTERDAM

1079 HS Amsterdam

Website: www.ijspretzwanenburg.nl

Email: info [at] ijspretzwanenburg.nl

 

 

 

INTERVIEW me JAN van der PAS, Director, concept designer Cor-D-Rover BV

INTERVIEW me JAN van der PAS, Director, concept designer Cor-D-Rover BV

 

Het gaat altijd wel ergens goed in de wereld,

dat is het mooie van onze branche.

Het succes haal je uit het motto:

It is very easy te design something different,

but is difficult to design something better.

Jan van der Pas, (1955), is mede director samen met Cor D. Rover in het bedrijf Cor D. Rover BV. Een bedrijf, die staat voor interior als wel exterior design van luxe jachten en kleine cruiseschepen. Ook ontwerpen zij kleinere boten als sloepen. Jan van de Pas is een echte botenfanaat, die van binnenuit helemaal kan aanvoelen, wat zijn exclusieve publiek wilt. Dit is een fantastisch verhaal over een liefhebber van  boten, die weet wat hij wil en dit ook tot uitdrukking heeft kunnen brengen in een enorm succesverhaal van een wereldberoemd bedrijf.

HOE IS DIT EXCLUSIEVE BEDRIJF ONTSTAAN?

‘Om te beginnen zit mijn achtergrond helemaal niet in de botenwereld.  Ik kom zelf oorspronkelijk uit de autobranche. Wel was ik altijd al een botengek en na een ontmoeting met mijn huidige zakenpartner Cor D. Rover hebben we besloten in de design-wereld voor boten  te stappen. Cor werkte daarvoor op een kantoor, waar hij de vormgeving deed, hij was de tekenaar, voor boten. In het jaar 1996 besloot hij om te stoppen met zijn huidige baan om samen met mij zelfstandig verder te gaan. In die tijd had ík nog wel mijn eigen bedrijf, een dealerschap voor auto’s. Maar in 2004 heb ik uiteindelijk ook mijn autobedrijf verkocht, daar heb ik heel veel geluk mee gehad, want de autobranche is er niet heel veel beter op geworden. Zo is het in het kort begonnen.’

HOE HEBBEN JULLIE HET BEDRIJF ZAKELIJK ONDERLING VERDEELD?

‘Zowel Cor als ik zijn beiden partners van het bedrijf. Cor is met name degene die tekent en ik doe  het concept-design. Cor is echt de tekenaar. Dat betekent dat ik heel veel onderzoek doe naar wat ons soort klanten mogelijkerwijs interessant zou vinden. Die wensen probeer ik te vertalen in een tekening voor een boot. Daar moet je heel veel research voor doen, maar gewoon ook heel veel feeling mee hebben.’

HOE EN WAARMEE ZIJN JULLIE GESTART?

‘Wij zijn met nul gestart. Het eerste ontwerp dat wij hebben gemaakt was de boot Elling en dat model wordt nog steeds gebouwd en verkocht. Dit model bestaat dus al vanaf 1996 en wordt nu al 25 jaar lang min of meer als dezelfde boot gebouwd. Ook deze succesvolle boot heb ik dan bedacht en Cor heeft dit idee dan weer verder uitgewerkt. Maar een start in deze branche is best wel heel moeilijk.’

WAAR ZIT DAN DE MOEILIJKHEID VOOR DEZE BRANCHE OM TE STARTEN?

‘Ik zal je een voorbeeld geven hoe het werkt. Je stapt de Bijenkorf in en je verkoopt bijvoorbeeld telefoons of piano’s, wat al een moeilijk product is. De hele zaterdagmiddag is er een hele redelijke kans, dat er iemand in de Bijenkorf piano kan spelen. Verkoop je telefoons, dan is de kans heel groot, dat iedereen een telefoon heeft. Dan is eigenlijk het hele publiek van de Bijenkorf je doelgroep en misschien 5% van het publiek in de Bijenkorf je doelgroep als je piano’s verkoopt. Maar als je in de luxe jachtenbranche zit, dan is de kans dat iemand in de Bijenkorf loopt, die een jacht wil kopen, heel klein of helemaal nihil. Zelfs als je de 900.000 Amsterdammers neemt, die in aanmerking komen, die   ons product zal kopen, zelfs dan is de kans heel klein. Dat maakt het zo moeilijk. Om op te starten moet je ook zorgen, dat je innovatief bent, niet om innovatief te willen zijn, maar écht innovatief. Zoals Ivy van Apple, die een waanzinnig mooie uitdrukking gebruikte en die ik ook vaak gebruik: “It is very easy te design something different, but is difficult te design something better. Met andere woorden, het moet wel iets toevoegen en dat het ook geaccepteerd wordt door het publiek.’

HOE KOM JE ERACHTER WAT JOUW PUBLIEK WIL?

‘Ik doe eigenlijk heel veel onderzoek naar mensen, wat ze willen. Daarbij is het altijd je valkuil, dat je eigen smaak maar bij een heel klein publiek aanspreekt. Dus je moet denken in wat andere mensen aanspreekt, zonder je door je eigen smaak te laten leiden.’

HOE OPEN JE DAN DE MARKT VOOR JE BEDRIJF?

‘Wij bezoeken bepaalde bootshows, één van de belangrijkste bootshows is de Monaco Yard Show in Monaco, en daar hebben we altijd een stand. Dit jaar zal dat natuurlijk twijfelachtig zijn of die door zal gaan, maar daar komen veel van onze potentiële klanten. Daar is het als het ware hopen dat je opvalt met je product. Nu hebben we uiteindelijk een gigantisch grote naamsbekendheid in de wereld van de jachten opgebouwd. Dan wordt het wel een stuk gemakkelijker.’

JIJ BENT DUS VAN DE AUTOWERELD IN DE BOTENBRANCH GESTAPT, DAT IS NOGAL EEN ANDERE WERELD?

‘Ja, wij hebben het mooiste bedrijf van de wereld en dat is aan de ene kant het makkelijkste, maar aan de andere kant het moeilijkste eraan. Dat zal ik kort uitleggen. Wij volgen onze passie, wij zijn elke dag  bezig met onze eigen passie en kunnen alles daardoor ook zelf bepalen. Daarin hebben wij heel veel vrijheid. Met een bedrijf van design van jachten ben je eigenlijk ongelimiteerd. Maar alles wat boven het water zit, boven de waterlijn, dus alles wat uitsteekt, daar kunnen wij vorm aan geven. Dat gedeelte kunnen wij tekenen en helemaal vertalen naar de wensen van de klanten of naar wat wij zelf mooi vinden. Of een combinatie daarvan. Dat is waanzinnig mooi. Een ander punt is dat wij niet afhankelijk zijn van Nederland. Nederland is maar een klein stukje van onze markt. Ook in deze  coronacrisis blijkt dat wij juist de grootste klant in Taiwan hebben zitten, dit land heeft nauwelijks last van deze crisis. Mijn motto is ook: ‘Het gaat altijd wel ergens goed in de wereld.’ Dat is het mooie van onze business. Het is een hele opgave om aan klanten te komen.  Het is heel erg moeilijk om design te verkopen. Ik zie ons vak als een voetbalcoach. Je bent zo goed als je laatste voetbalwedstrijd. Zo zijn wij net zo goed als je laatst verkochte boot. Het moet een commercieel succes zijn, het moet aanslaan en maakbaar zijn.’

HET MOET MAAKBAAR ZIJN, WAT BEDOEL JE DAARMEE?

‘Je kan natuurlijk wel iets waanzinnigs moois ontwerpen, maar op het moment dat het niet gebouwd kan worden of dat het zo ontzettend kostbaar wordt om te bouwen, dan heb je eigenlijk ook een slecht ontwerp.’

WAT VOOR  PRODUCTEN VERKOPEN JULLIE NU PRECIES?

Zo hebben wij onze eigen sloep, onze eigen Tender, dat is  ons  goedkoopste product, wat we hebben en dan praat je ook al gauw over een bedrag inclusief  btw van €150.000,=. Dat is op zich al een klein publiek, dat zich dat kan veroorloven. Bij de volgende klasse product zit je al op een €1.000.000,= plus en met onze megajachten zitten wij in een niche van een niche.’ 

HOE WERKT DE MARKETING IN JULLIE BRANCHE?

‘Wij doen de marketing zelf. En dat was een lange weg te gaan om iets te bereiken in deze wereld. Dat is niet gemakkelijk. Zo staan wij in de gerenommeerde tijdschriften zeker wel iedere maand met een artikel over ons of over onze producten. Ook gaat er heel veel via relatie naar relatie. Wees waakzaam, dat je de juiste mensen spreekt op het juiste moment. Zorg dat je op de juiste plekken komt, waar je mogelijkerwijs klanten tegen komt. Ook moet je zorgen dat wat je maakt, op de ene of andere manier aanslaat.’

HOE DOE JE DIE RESEARCH?

‘Je inspiratie doe je overal op. Het product moet men iets brengen, het moet je een goed gevoel geven. Het moet, als het ware, een beleving zijn. Bij zo’n boot moet een klant eigenlijk met een glimlach rondlopen en hem of haar het juiste gevoel geven. Daar heb ik een grote feeling mee of talent voor, als ik het zo mag zeggen. Ik kan dat heel makkelijk bevatten. Wij streven ernaar, dat als mensen onze producten zien, dat 80% het moet accepteren, niet dat ze moeten kopen, maar als ze het zien ,dat ze een goed gevoel krijgen. Dat het ze aanspreekt. Dat test ik op veel mensen. Wij hebben zo’n sounding group, die onze ontwerpen eerst test, zeker als we twijfelen. In deze sounding group zitten heel veel mensen die zelf helemaal niet eens een boot hebben. Het gaat erom   of je je ontwerpen kan vertalen  naar wat het publiek wil. Want je moet ervoor waken, dat wat jezelf heel mooi vindt, probeert op  te dringen aan een ander. Dat gaat niet werken.’

DAT IS WEL EEN APART KENMERK  VAN JULLIE BEDRIJF?

‘Je moet ook de moed hebben, dat als één van je partners, die specifieke designers van de studio, een andere mening is toegedaan, je ernaar luistert en niet bij voorbaat de grond in boort. Maar meer durven denken dat hij misschien wel gelijk heeft, want misschien vinden andere mensen het wel mooi. Je verzandt zo snel in je eigen stijl, daar hebben wij bijvoorbeeld ook die sounding group voor, die bij twijfel je juist bevestigt of juist afwijst. Deze hele structuur is in dit bedrijf heel langzaam gegroeid. Het commerciële succes voor het bedrijf is voor ons ook  belangrijker dan wat dan ook.’

DUS JULLIE MAKEN NIET ALLEEN BOTEN NAAR EIGEN INZICHT, MAAR OOK VIA OPDRACHTEN?

Ja, absoluut, beide. Wij maken ook boten in opdracht, waar je wel ook uiteraard je eigen draai aangeeft. Het unieke van ons bedrijf is, dat we zowel kleine boten doen als grote boten tot zelfs kleine cruiseschepen. De grootste boot, die wij doen is een FEFIT, dat is een boot van 133 m. De kleinste is onze eigen TENDER, die is 8,5 m. En dan natuurlijk alles wat er tussenin zit.  Wij zijn heel breed en werken op productiewerven als we one-off’s doen. One-off’s is een klant, zoals bv. de boot Royal Huisman, die helemaal gebouwd wordt op de wensen van de klant.’ 

JE ZEI, DAT JULLIE HEEL ‘BREED’ ZIJN, WAT BEDOEL JE DAARMEE?

‘Dat wij heel veel verstand hebben van wat kan en niet kan. Zowel interior als exterior moet je heel veel materiaalkennis hebben. Je moet kennis hebben van de keuringseisen, waar je mee te maken hebt, zoals de brandwerendheid, stabiliteit, geluidseisen, die extreem laag moeten kunnen zijn op een jacht, enz. enz. Het is een varend kunstwerk, maar het moet wel kloppen binnen je ontwerp, wat een boot aan krachten aan moet kunnen, zoals een golf water, die wel duizenden kilo’s weegt. Van zoveel dingen moet je kennis hebben, al ben je dan nog niet eens de naval architect, die daar de eindverantwoordelijkheid voor heeft, niet wij. Kortom, alleen al de vraag, van welk materiaal maak je de boot, hangt daar ook weer heel veel van af, van wat kan en niet kan. Daarom zie je dat men ook niet gemakkelijk slaagt in dit vakgebied. Je moet echt heel veel erover weten.’

DUS EEN MOOI ONTWERP VOOR EEN BOOT KAN ECHT NIET ZOMAAR VAREN?

‘Ja, wij weten precies wat wel kan en wat niet kan. Je zoekt natuurlijk wel de grenzen op om zo goed mogelijk een mooi product te maken. Maar voor het zeker vaarbaar maken van een boot is daar dus de naval architect voor, natuurlijk in samenspraak  met ons. Zo hebben wij ook meerdere externe naval architecten.’ 

WAT IS JULLIE ROL DAN PRECIES IN HET HELE PROCES?

‘Wij bouwen dus niet zelf, maar wij zijn puur alleen interior- en exterior designers. Wij geven de opdrachten van onze vormgeving, door aan externe bedrijven, werven, etc. Er zijn een heleboel mensen bij betrokken voor een bouw van een jacht.’

OP EEN GEGEVEN MOMENT KOMT ZO’N OPDRACHT BINNEN EN MOET HET VORM GAAN KRIJGEN, HOE GAAT DAT?

‘Een klant heeft bijvoorbeeld al bepaalde wensen, waar de boot gebouwd moet worden. Wij geven natuurlijk ook onze voorkeuren aan, wat een goeie werf is, en wat het beste past bij een bepaald product. Er zijn nogal wat mensen bij betrokken, die allemaal iets in te brengen hebben. Want heb je een megajacht, dan heb je een broker brooker, een klantenvertegenwoordiger, je hebt mensen die verantwoordelijk zijn voor de techniek van de bouw, enz. Bij een groot jacht praat je ook over een doorlooptijd van tussen de drie en vijf jaar. Dit is dan vanaf het eerste gesprek totdat het product er ook werkelijk is en varen kan.’

WANNEER ZIJN JULLIE MET DE DEAL KLAAR EN TOT WAAR LIGT JULLIE EIND- VERANTWOORDELIJKHEID?

‘Wij blijven controleren of het product ook zo wordt uitgevoerd volgens ons design totaan het einde van de productie. Waar ter wereld dan ook. Wij hebben  best een heel abstract bedrijf. Zo hebben wij een kantoor in Amsterdam, maar dat is  alleen een ontvangstkantoor in een oud grachtenpand, waar we de klanten te woord staan. Ook komt het veelvuldig voor dat wij naar de klant toe gaan. Voor de rest werken wij met zeven partners, die allemaal exterior designer zijn en hebben allemaal thuis hun eigen studio. Wij zitten dus niet bij elkaar in één ruimte. Eigenlijk werken wij al heel lang volgens de Covid-19 regels. Wij geven deze partners opdrachten en zij werken dat dan verder uit. De eerste lijnen komen altijd uit de hand van Cor en mij, daar is geen invloed op van derden. Alleen de uitwerking doen ook vaak anderen.’

HOE GA JIJ OM MET DE EXTERNE  FACTOREN ZOALS DIE CRISIS IN 2008?

‘Eind 2008 hadden we de crisis, maar lang voor die tijd hadden Cor en ik al aan tafel gezeten en zagen dat we de afhankelijkheid van een paar grote klanten binnen ons bedrijf. Dat hebben we toen gelijk ook uitgebouwd. We draaiden in die jaren daarvoor ontzettend goed, maar dat kwam dus door een paar klanten. We deden daardoor ook heel weinig vlak bij huis. We zaten nog alleen maar in het buitenland, dat hebben we dus afgebouwd. Zo is ons bedrijf op een bepaalde manier  ingericht, wij hebben vanaf het begin al vanuit huis gewerkt en hebben dan ook geen kantoor, wij huren mensen in. Wij werken voornamelijk met ZZP-ers. Daar was ík vooral een voorstander van, omdat ik in het autobedrijf veel te maken had met personeelsleden en daar gaat zoveel tijd in zitten. Nu we tijdens de coronacrisis  niet  kunnen reizen of vliegen (wij hebben juist in het verleden heel veel gereisd) vergaderen we juist veel online. Dat blijkt ook heel goed te werken. De efficiency is daardoor eigenlijk vele malen hoger . Ook besparen we nu veel kosten en tijd door online thuis te werken.   Een voorbeeld hoe externe factoren je bedrijfsvoering zouden kunnen veranderen. Maar zo blijven wij steeds open staan voor alle veranderingen die je in dit bedrijf kan tegenkomen, dat maakt het dat het elke dag weer heel dynamisch werken is.’

ADVIES VOOR STARTERS:

  • Romantiseer het hebben van een eigen bedrijf niet . Zie niet alleen maar de voordelen en dat je denkt dat je er financieel  op vooruit gaat. Vaak ga je er in de praktijk op achteruit.Je moet  veel van je vrije tijd in willen leveren, het kan soms jaren duren voordat je bedrijf echt lonend is.

 

  • De kans in onze branche is maximaal 1%, het is  belangrijk dat je niet alleen goed kan tekenen en ontwerpen, maar je moet ook respons krijgen van je product. Je moet voldoende technische kennis hebben om een ontwerp te laten lukken. Er is gewoon  veel voor nodig, dat moet je niet onderschatten.

 

JAN VAN DER PAS

 - Director, concept designer -

COR D. ROVER Design

 

Singel 112 A

1015 AE Amsterdam

The Netherlands

 

Telefoon: +31 (0) 653 88 61 79 

 

 

Email: info [at] cor-d-rover.com

Website: www.cor-d-rover.com

INTERVIEW met EBEN BADU, The New Originals, kledinglijn

INTERVIEW met EBEN BADU, The New Originals, kledinglijn

 

Succes heeft ook met de juiste timing te maken.

Ons motto is:

Think out of the box

 

Eben Badu (1994), maakt samen met z’n partners kleding voor creativelingen. Hij gelooft dat iedereen het maximale creatieve uit zichzelf kan halen door out of the box te durven denken. Daar bedoelt hij mee, dat je moet durven denken over je eigen grenzen heen. Het logo met negen zwarte stippen staat daar symbool voor als een puzzel. Door juist out of the box te denken is dat de methode om de puzzel op te lossen. Zijn missie is dan ook verschillende achtergronden dichter bij elkaar te brengen door een creatief platform te bieden. Door zo met zijn leven en het runnen van zijn bedrijf om te gaan. Een verhaal, over een groep vrienden, met een visie die  verbluffend goed past in deze nieuw tijd. 

HOE IS DIT BEDRIJF MET ZOVEEL AMBITIES   EN  OOK  NIEUWE  IDEEËN  BEGONNEN?

‘Voor mij begon het nadat ik stage had gelopen bij Patta Distribution, van oorsprong een sales agency, die nu ook een  winkel heeft op de Zeedijk (Stussy), en bij Filling Pieces, van oorsprong begonnen met schoenen, maar wat is uitgebreid tot full range collectie uit Amsterdam. Daar heb ik veel ervaring opgedaan door voornamelijk als stagiair daar te werken met vrienden met wie ik heel close ben, Rizky en Malachi. Dat zijn vrienden vanuit mijn jeugd. Wij waren al jaren gek op kleding. We keken uit naar de nieuwste jordan’s en konden daar van genieten. Dat waren onze ‘musea uitjes’. Uiteindelijk ben ik met Rizky en Maru The New Originals begonnen. Nu bestaan wij in deze vorm al vijf jaar.

WAT VOOR EEN OPLEIDING HEB JE GEVOLGD TOEN JE STAGE LIEP?

‘Ik heb een international businessstudie gedaan, maar ook een studie vestigingsmanager groothandel en een studie voor evenementen organisatie. Dat waren allemaal nogal verschillende richtingen. Ik heb daar een keuze in gemaakt, wat het beste bij mij paste en waar ik uiteindelijk naar toe wil gaan met mijn leven. De keuze werd mij duidelijk, toen ik dit bedrijf ging opzetten met mijn vrienden.’

WELKE VRIENDEN WAREN DAT, WAARMEE JE DIT BEDRIJF OPSTARTTE?

‘Ik heb  samen met Maru Asmellash en Rizky Lasahido dit bedrijf opgezet. . Dat was mogelijk, omdat we samen al zoveel ervaring hadden opgedaan bij die andere bedrijven. Dat was de basis om eerst goed te kunnen leren om überhaupt een bedrijf op te zetten. Uiteindelijk wilden wij ons eigen bedrijf gaan opzetten, maar dan is er direct de vraag, hoe zet je een bedrijf op, waarin je kunt vertellen op onze eigen manier, wat onze visie is van leven. Zo zijn we begonnen langzamerhand kleine collecties te maken.’

WAT IS ER ZO SPECIFIEK AAN JULLIE KLEDINGCOLLECTIE EN WERKWIJZE?

‘We proberen kleding te maken voor creativelingen en daarbij een platform te bieden. We werken daarbij heel veel samen met andere creativelingen, maar ook met het Stedelijk Museum, waar we kleding voor maken voor de Blikopeners.’

WAT ZIJN VOOR JULLIE ALLEMAAL CREATIVES?

‘Dat zijn mensen die willen creëren, zoals kunstenaars, chefkoks, muzikanten, dichters, etc. etc.’

WAT IS DAARBIJ JULLIE ACHTERLIGGENDE VISIE?

‘Wij proberen ons te omringen met creatives . Zo laten wij ons inspireren en blijft het altijd nieuw, wat je doet.’

JULLIE FORMULE IS HEEL SUCCESVOL EN WERELDWIJD BEKEND EN HEEL SNEL GEGROEID. HOE DOEN JULLIE DAT?

‘Zo proberen wij dan ook nog steeds gebruik te maken van de kansen en mogelijkheden, die wij krijgen op onze weg. Dat kunnen wij zo doen, omdat wij open staan voor nieuwe dingen. Voor ons is het motto: “Think out of the box”.’ 

AL JULLIE KLEDING WORDT  T DOOR JULLIE ZELF ONTWORPEN?

‘Ja, alle ontwerpen worden hier in Amsterdam ontworpen, in dit atelier. Vervolgens hebben we wat landen waar we het laten produceren, zoals in Polen, Turkije, China en soms ook in Duitsland. Ja, soms ook in Amsterdam, maar dan vooral de tassen, die we ook maken. Deze worden allemaal met de hand gemaakt bij Rekonstrukt Collective in hun studio in Amsterdam. De materialen van de tassen maken we weer van oude broeken, die wij hebben.’

WELKE KEUZE GAAT ER VOORAF AAN HET VINDEN VAN EEN GOEDE FABRIEK?

‘Het is echt een zoektocht naar welke fabriek volgens ons in de smaak past. De uitstraling van werken moet aansluiten bij onze ideeën van kwaliteit.’

DAT IS NOGAL EEN GEVOELIGE ZOEKTOCHT, HOE BESLUIT JE DAT JE DE GOEDE FABRIEK HEBT GEVONDEN?

‘Dat doe je op gevoel. Maar wij weten ook dat je laatste referentie altijd weer anders is als je eerste. Je hebt gewoon steeds meer expertise hierin en zo wordt  de kijk op zulke zaken steeds zuiverder.’

DE IDEE, WAARMEE JULLIE BEGONNEN, IS DIE NOG STEEDS DEZELFDE?

‘Ja en nee, je visie wordt door ervaring heel erg gestuurd en gevormd. In de fase waar we nu inzitten, proberen we te kijken naar het  aantal stijlen, dat  we hebben geïntroduceerd en allemaal hebben gemaakt. Maar wel blijven kijken, hoe we nog meer ons verhaal kunnen blijven vertellen in de kleding, die wij ontwerpen. de slogan ‘Creatives are the new athletes’. Ook zij kunnen volle stadions trekken en evenveel mensen trekken als sporters bijvoorbeeld. Je krijgt pas echt succes, ook als artiest, als je ook echt op je ‘craft’ blijft focussen. Dat houdt in, dat je minstens vijf dagen in de week er mee bezig moet zijn. Dan is dat succes alleen maar haalbaar. Wij geloven dat als je alleen maar het maximale uit jezelf haalt, dat het dan pas mogelijk is om dezelfde resultaten te behalen als atleten. Zij trainen ook niet voor minder per week. Dit is onze mindset.’ 

JULLIE DURVEN DUS HEEL ERG TE BEWEGEN BUITEN JE EIGEN DENKEN OM?

‘Zodra je start, weet je wel welke richting je op wilt, maar natuurlijk heb je ook weer te maken met diverse invloeden van buitenaf, waar je niet altijd van te voren rekening mee kan houden en daardoor word je dan ook weer verschillende kanten opgestuurd. Natuurlijk proberen wij  wel zoveel mogelijk onze visie, als kompas, erbij te houden. Dat doen wij door dagelijks met elkaar meetings te houden en goed te kijken, hoe we dan weer verder zullen gaan. Wij zijn een hecht team van 7 man met allemaal verschillende expertises, zoals de één doet de productie, de ander design, finance, marketing, sales of social media. Al deze functies worden hier op kantoor uitgevoerd.’

IK BEGREEP DAT JULLIE OOK EIGEN WINKELS HEBBEN? 

‘Wij hebben inderdaad nog onze winkels. Zo hebben we een temporary  store bij Lil’ Amsterdam op het Centraal Station in Amsterdam. In deze store hebben we een verkooppunt tot einde van deze maand. De gehele inrichting is geïnspireerd op het ontwerp van Aldo van Eyk. Deze is zo ingericht door contemporary communication house Indebtstudio, hij heeft na de Tweede Wereldoorlog bijna alle speeltuinen in Amsterdam ontworpen. Wij houden ervan om ervaringen te laten zien. Samen met Sumibu & Bonne Suits doen we de winkel Zeedijk 60 op de oudste plek van de stad (Nieuwmarkt).’

WAT BEDOEL JE MET DAT JULLIE ERVARINGEN WILLEN LATEN ZIEN BINNEN JULLIE WINKELS?

‘Zie het als een gevoel alsof je een museum binnenstapt, maar nog niet precies weet, waarvoor je komt of misschien al wel weet waarvoor je komt. Alleen weet je dan nog niet precies wat de kunstenaar met zijn kunstwerk je écht wil laten zien. Zo willen wij ook datzelfde gevoel meegeven. Als iemand bij ons de ruimte binnenstapt, weet diegene nog niet, wat hij zal verwachten. Hij weet wel waarvoor hij komt, dat is kleding kopen, maar de ervaring hoe dat dan is, is dan de verrassing.’

HOE BELANGRIJK IS DE ROL VAN EEN MENTOR?

Uiteindelijk de leerling leren, hoe ze het moeten doen, maar dan moet de leerling daarna zelf uiteindelijk zelfstandig verder kunnen gaan. Door deze mentaliteit hebben wij een ontzettend goede kans gehad.’

HOE ZIE JIJ NU HET BEDRIJF ZICH ONTWIKKELEN?

‘Wij doen o.a. ook veel met SMIB, dat is een muzieklabel, en daar organiseren wij ook festivals SMIB-TNO FEST. Dit doen wij al vier jaar en dat zijn superleuke ervaringen. Verschillende smaakmakende artiesten hebben inmiddels de stage geraakt. Hier proberen we steeds te kijken hoe we iedere editie beter kunnen maken dan de vorige.

Samen met Skandl Collective hebben wij op het Spui in Amsterdam onze eigen milkshakebar gehad voor een week. Wij maakte verfijnde smaken.Zo staan wij dus heel erg open voor veranderingen, die zich voordoen. Out-of-the-box denken, dan is alles eigenlijk mogelijk en wij realiseren ons dat en leven daaruit.’

ADVIES

  • Probeer altijd eerst stage te lopen bij het bedrijf of de branche, waarvoor je je interesseert. Ook gewoon meelopen met iemand, die jou kan inspireren in wat je wilt gaan doen. Steek tijd in die wereld, waar je geïnteresseerd in bent. Zodat je voldoende zelfverzekerd raakt, om zelf wat te gaan opbouwen.
  •  
  • Durf ook vragen te stellen en heb de moed te leren vanaf het begin.
  •  
  • Pas als je het gevoel hebt, dat je voldoende geleerd hebt, kan je beginnen een eigen bedrijf te starten.
  •  
  • Ook geloof ik in een goede scholing en studieachtergrond, dat blijft ook heel belangrijk.
  •  
  • Last but not least: Probeer altijd out-of-the-box te denken. Wees flexibel met wat je tegen komt bij de opbouw van je bedrijf. Probeer te balanceren in de situaties, die je onvermijdelijk en altijd onverwacht kan tegenkomen en haal daar het beste uit.

 

EBEN BADU

References

Zeedijk 60 Homebase of The New Originals

1012 BA Amsterdam

info [at] zeedijk.nl 

Email: support [at] theneworiginals.eu

Website: www.theneworiginals.eu

 

INTERVIEW me KIBRET MEKONNEN,Filmmaker (TASK MULTIMEDIA), Mediatrainer Initiatiefnemer en Artistiek leider van het Amsterdams Buurtfilmfestival - ABFF

INTERVIEW me KIBRET MEKONNEN,Filmmaker (TASK MULTIMEDIA), Mediatrainer Initiatiefnemer en Artistiek leider van het Amsterdams Buurtfilmfestival - ABFF

 

 

Ethiopië is een land met een heel intensieve saamhorigheid.

Die bagage heb ik naar Nederland meegenomen. 

Na mijn studie en de expertise, die ik hier in Nederland heb opgebouwd, 

wil ik mensen met elkaar verbinden

 in die saamhorigheid.

 

 

 

Kibret Mekonnen (1970), is van oorsprong een journalist en uitgever van een krant en tijdschrift in Ethiopië, genaamd AIMIRO. Kibret is al zijn hele leven eigen ondernemer geweest, vanaf zijn twintigste jaar begon hij al als zelfstandig journalist. Eenmaal in Nederland kreeg Kibret een heel duidelijk beeld, wat hij hier wil gaan doen. Zijn verhaal over zijn bedrijf met een visie over het samenbrengen van mensen, door film, samenspraak en uitvoering van ideeën, is heel bijzonder om te horen.

WAT IS JOUW ACHTERGROND?

‘Ja, ik kom oorspronkelijk uit Ethiopië en ben op mijn twintigste begonnen met mijn eigen krant en tijdschrift. Na vijf jaar deze onderneming te hebben gerund, ben ik uit Ethiopië  gevlucht, vanwege mijn werk als journalist. In die periode als uitgever/journalist gaf ik één keer per week een krant uit en één keer per maand een tijdschrift. Dat werd uiteindelijk zo’n grote uitdaging en risico voor mij. Het werd met de overheid een kat-en-muis spel, want als ik weer de krant of het magazine had uitgegeven, moest ik mij de volgende dag altijd schuilhouden, omdat ik anders werd opgepakt. Ik ben dan ook zeker 40 à 50 keer vastgehouden of gevangen gezet. Dat is een heel stressvolle ervaring, waar ik na vijf jaar zo te leven helemaal klaar mee was. Deze stress heb ik vijf jaar zo volgehouden, omdat ik in een soort van commitment voor wat ik schreef en angst voor mijn veiligheid van mijn leven, zat. Uiteindelijk nam de angst de overhand en ben toen gevlucht uit Ethiopië.'

WAT WAS DE REDEN, DAT JE NA JE VLUCHT UIT ETHIOPIË NAAR NEDERLAND KWAM?

‘Dat ik naar Nederland kwam, was eigenlijk toevallig. Er was precies in die periode een 10-daagse conferentie in Maastricht met het thema ‘de media in Afrika’. De conferentie was georganiseerd door de Europese journalisten Union (EJU) in samenwerking met de Nederlandse journalistenvereniging (NVJ). Daar was ik destijds heengegaan en vanaf die tijd ben ik in Nederland gebleven.’

HOE IS DAT VOOR JOU VERLOPEN ALS VLUCHTELING IN NEDERLAND?

‘Voordat ik naar deze conferentie ging, had ik natuurlijk het besluit al genomen en had dat aan niemand verteld, behalve mijn moeder, die een heel wijze vrouw is en het heel goed begreep. Ook had ik het aan een collega/vriend verteld, die het moest weten. Na die 10-daagse conferentie, wist ik nog niet hoe ik verder moest leven, ik kende geen enkel persoon in Nederland en had dus geen enkele relatie of aanknopingspunt. Het was best wel een heel  bizarre situatie, als je tijdens de conferentie in een 4-sterren hotel zit en dan na die conferentie in een asielaanvraagcentrum in Zevenaar terecht komt op een slaapzaal met 150 mensen in één zaal. Maar mijn besluit stond zó vast, dat ik die klap aankon. Hoewel het een enorme shock was om mee te maken. Na vier à vijf dagen ging ik naar een AZC in Breda (Gilze en Rijen) en daar was het wel aardig en oké. In die periode van ongeveer een jaar, dat ik daar zat, heb ik die tijd gebruikt om te bedenken hoe ik in Nederland verder zou gaan. Mijn procedure  liep vrij vlot en ik had binnen een jaar mijn verblijfsvergunning. De volgende stap was dan ook zelfstandig te gaan wonen.’

NA DEZE HELE PROCEDURE VOOR JE VERBLIJFSVERGUNNING, BEGON HET ZELFSTANDIGE LEVEN IN NEDERLAND PAS ECHT VOOR JE?

‘Ja, ik ben toen in Amsterdam terecht gekomen en ben gelijk gaan zoeken naar een mogelijkheid voor een studie. Ik heb toen in Utrecht op de HKU (Hogeschool voor de Kunst Utrecht) een 4-jarige filmopleiding gedaan en afgemaakt. Zo ben ik dan vanaf 2003 in Nederland een zelfstandig ondernemer met alle ups en downs die daar bij horen. Ik ben nog nooit in loondienst geweest. Vooral in de crisistijd was het heel moeilijk om van mijn bedrijf te leven. Het is namelijk super, super moeilijk met een onderneming voor videoprojectie om de razendsnelle ontwikkeling van de technologie bij te houden. Tegenwoordig kan iedereen zelf zijn eigen films en video’s maken. Toen dat steeds meer gebeurde, zorgde dat voor een daling van mijn particuliere opdrachten met wel 90%. Die opdrachten, die ik daarvoor had, waren gewoon wég. De andere potentiële klanten waren voornamelijk non-profit organisaties, zoals stichtingen, verenigingen, enz., maar deze zijn allemaal afhankelijk van hun fondsen en subsidies. En juist na de crisis werden deze geldsluizen zwaar ingekort of soms zelfs helemaal gestopt. Als externe opdrachtnemer ben je dan de eerste, die ze annuleren met het geven van opdrachten. Juist daar lag mijn markt. Ik had juist gekozen voor geen commerciële ondernemers als opdrachtgevers. Al zag ik in mijn branche dat de meeste ondernemers, die konden overleven, dat zij zich juist wel hadden verbonden met een filmproductie aan commerciële bedrijven. Maar ik was gewoon 90% verbonden aan non-profit organisaties en dat was mijn keuze.’

HOE HEB JIJ DAT OPGEVANGEN, TOEN DIE OPDRACHTEN ZO VOOR JE WEGVIELEN, NA DE CRISIS?

‘Zo ben ik voor jaren in een uitkeringsbeleid terecht gekomen en ben langzaam begonnen in de culturele sector te gaan werken, naast mijn werk als filmmaker. Maar ook de culturele sector is een hele uitdaging, je werkt niet zozeer voor jezelf, maar je doet het voor anderen. Mijn visie is dat het belangrijk moet zijn voor de samenleving, maar daarnaast krijg je in deze sector ook niet echt betaald. Zo blijkt dat je wel heel veel inzet moet hebben om je visie, je idee te realiseren.’

WAT IS JOUW VISIE?

‘In Ethiopië is er heel veel saamhorigheid en die bagage heb ik naar Nederland meegenomen. Anderzijds heb ik ook in Nederland een expertise opgebouwd, zoals het afronden van een studie, veel werkervaring opgedaan, en nu wil ik de mensen met elkaar verbinden in die saamhorigheid.’

HOE WIL JIJ NU DEZE VISIE VORMGEVEN?

‘In deze context heb ik nu twee activiteiten opgezet. Dat is het Amsterdams Buurtfilmfestival (ABFF). Hier worden films gemaakt dóór Amsterdammers, die gaan óver Amsterdammers. Met het idee: IK als Amsterdammer, U als Amsterdammer en ONS als Amsterdammers. Het is heel boeiend te zien, dat mensen in hun omgeving het in een film kunnen vastleggen. Zo hoef je ook helemaal geen professioneel filmer te zijn, als je een prof bent is dat prima. Ik noem een amateur dan ook liefhebber. Maar deze films gaan over je eigen leefomgeving, hoe dat er uit ziet en ook als er iets mis is, wat kan je eraan doen? Dit is dan de opdracht naar mensen toe, die zo’n film gaan maken voor het festival. Dit project is vier jaar geleden heel klein begonnen in Amsterdam-Oost en groeit elk jaar verder en wordt groter. In plaats van alleen mensen uit Amsterdam-Oost, zit ik nu al in heel Amsterdam. Op deze manier wil ik mensen bij elkaar brengen om ervaringen onderling uit te wisselen. Zo kan een ervaring in Amsterdam-Oost heel goed zijn voor bijvoorbeeld mensen in Amsterdam-Zuid, enz. enz. Dit is het idee achter het ABFF.nl.

De andere activiteit is de samenwerking met de OBA, Openbare Bibliotheek Amsterdam, waar ik nu twee jaar mee samenwerk. Dat is voor mij een enorme bevestiging, omdat zij helemaal bereid zijn mee te werken en ook in mijn visie geloven. Wij organiseren binnen dat project van de ABFF workshops voor mensen die graag films willen leren maken. Daar geef ik ook zelf trainingen, want daar heb ik juist de expertise voor.’

HET ABFF BESTAAT DUS UIT MEERDERE POTEN?

‘Ja, het ABFF kent drie belangrijke poten, waarop het staat. Ten eerste het lab, dan de workshops, de films zelf en de themabijeenkomsten. Uit deze bijeenkomsten is het dan de bedoeling, dat daar weer ideeën uit voortkomen om verder uit te werken in de buurt. Dat dit project zó groeit, maakt mij zo rijk, niet naar inkomen, maar in mijn gevoel als menselijkheid, waardering van de samenleving. Dat doet mij zo veel meer dan het geld. Natuurlijk heb je geld nodig om te leven, maar waardering voor dit project van de Amsterdamse gemeenschap, die zo enorm terug reflecteert, is een geweldig rijk gevoel. Dan blijkt ook dat mensen hier behoefte aan hebben. Zo heb ik ook nog een literatuur tak in mijn bedrijf. Ik was, zodra ik in Nederland kwam, al heel gauw op zoek naar Afrikaanse literatuur. Dat was best moeilijk, omdat de meeste Afrikaanse literatuur, Zuid-Afrikaans is. Zo heb ik ook een film gemaakt, een documentaire, over Afrikaanse schrijvers in Nederland. Tijdens het maken van deze documentaire heb ik de beslissing genomen om een Afrikaanse bibliotheek op te gaan zetten.’

WEL GEWELDIG DAT JE BINNEN DE OBA ZO JE VISIE VERDER VORM KAN GEVEN.

‘Ja, dat is fantastisch. Wij gaan dan ook ergens in december van dit jaar het festival organiseren. Dan proberen we iedereen bij elkaar te brengen. Later willen we dan terug naar de buurten met een aantal films uit het festival en deze in die buurten inhoudelijk gaan bespreken. Dus niet alleen maar films vertonen, maar ook er echt in gesprek met de buurt mee gaan. De meetings noemen wij dan Themabijeenkomsten. Zo heb ik nu bij de OBA op de vijfde verdieping een ruimte gekregen om een Afrikaanse bibliotheek op te zetten. Ik heb zelf best een grote boekcollectie, maar die is eenzijdig van samenstelling, omdat ik uit Ethiopië kom en dat is meer Oost-Afrika. Maar ik ben wel al twintig jaar bezig om op eigen kracht boeken te verzamelen. Deze boeken waren zo wel huistalig als ook in het Frans. Zo kwam ik met dit concept voor een Afro-Bieb bij de OBA aan, die zo enorm geïnteresseerd raakte. Het raakte de OBA zo, omdat zij zelf al een project hadden met ‘Het Huis van alle Talen’. Ook de OBA was aan het zoeken, hoe zij de Bibliotheek meer toegankelijk konden maken voor meerdere doelgroepen in Nederland. Het was gewoon een heel goede match met de OBA. De intentie is het verder uitbreiden van de collectie over breed Afrika. Vanaf maart ben ik nu bezig geweest met de boekencollectie in de OBA, waar ook veel mensen mij geholpen hebben. Daar heb ik al mijn boeken naar toe gebracht en ook heel veel boeken gekregen van mensen, maar ook van kleine organisaties, die boeken schonken. Zo is de collectie al gegroeid over alle streken van Afrika.’

HOE BOUW JIJ DIT PROJECT NU VERDER MET DE OBA UIT?

‘Wij zouden nu juist beginnen met de boeken te gaan registreren, te kaften, enz, maar door de coronacrisis ligt dat nu even anders. Wel willen wij precies op 11 september van dit jaar, wat trouwens het Ethiopische Nieuwjaar is, de officiële opening organiseren voor deze Afro-Bieb. In Ethiopië is de kalender op 11 september 2020 in Nederland, 1 september 2013. De kalender in Ethiopië is dan ook anders als hier in het westen.’

LEVERT DIT PROJECT JOU WEL INKOMSTEN OP?

‘Hoewel ik heel veel waardering, respect en complimenten krijg, heb ik hier nog geen inkomsten uit dit project. Ik doe dit in principe voor mijn gevoel voor anderen. Het is voor mij niet het eerste doel om geld te verdienen, hoewel ik ook best mijn verantwoordelijkheden ken. Maar dit is nu precies de uitdaging van het culturele ondernemerschap in Nederland. Eerst je plan, je visie op te zetten en dán pas in gesprek gaan over inkomsten en deze zullen met de OBA zeker gaan plaatsvinden.’

JE VISIE IS  WEL HEEL BIJZONDER, MAAR HOE HOUD JIJ JE FINANCIEEL STAANDE?

‘Met de ABFF verdien ik een beetje geld met die kleine opdrachtjes en leef op een minimum basis. Iedere organisatie heeft zo zijn eigen belangstelling en eisen, maar ook als initiatiefnemer heb je je eigen belangstelling. Soms moet je je eigen doelstelling aanpassen of soms zelfs wat laten varen, om zo wel een samenwerkingsverband te creëren om zo toch inkomsten te genereren. Wat ik doe is een heel uitdagend ondernemerschap. Al woon ik nu meer dan helft van mijn leven in Nederland, ik ben nog altijd bezig met een soort zoektocht naar hoe ik het moet doen. Zo probeer ik flexibel mee te gaan voor wat mogelijk is in de onderhandelingen met derden, zonder te verloochenen wat ik in mijn hart als visie meedraag, wat het eigenlijke doel is van mijn onderneming. Ik durf mee te groeien naarmate de omstandigheden zich aandienen. Alleen ga ik nog steeds niet als eerste voor het geld. Op deze wijze heb ik ook van Amsterdam mijn stad gemaakt.’

Kibret Mekonnen

Filmmaker (TASK MULTIMEDIA), Mediatrainer

Initiatiefnemer en Artistiek leider van het Amsterdams Buurtfestival – ABFF-

Email: kibretmultimedia [at] gmail.com

Website: www.abff.nl

 

 

INTERVIEW met JONNEKE de ZEEUW, Foodblogger - Mooncake

INTERVIEW met JONNEKE de ZEEUW, Foodblogger - Mooncake

Mijn blog is eigenlijk begonnen, omdat het me opviel

dat veel mainstream media en blogs de plekken

waar ik graag kwam, links lieten liggen,

dat zijn vaak niet-westerse restaurants,

die wel een wezenlijk onderdeel van onze samenleving zijn

en waar je juist zo goed kunt eten voor maar weinig geld.

Jonneke de Zeeuw, (1987), foodblogger van Mooncake. Zij heeft heel bewust gekozen met haar bedrijf als foodblogger, om zo het denken over cultuurverschillen in Nederland aan te kaarten. Jonneke heeft als doel voor ogen kleine ondernemers op de kaart te zetten om zo een vollediger beeld te geven van wat wij als land geworden zijn. Haar missie is heel helder en dat wil ze uitdragen via haar blog, lezingen en video’s. Haar verhaal gaat niet alleen over eten, maar ook hoe wij in onze multiculturele samenleving met elkaar omgaan. https://mooncake.nl/contact/ . Jonneke doet dat zeer bevlogen, wat haar werk daardoor juist zo veel kracht geeft en boeiend maakt. Een moedige vrouw, die langs deze weg haar ideeën tot uitdrukking wil brengen en ons een spiegel wil voorhouden, hoe wij in ons denken vaak nog vastzitten als wij praten over een echt geaccepteerde multiculturele samenleving. 

WAT IS JOUW WEG GEWEEST OM EEN FOODBLOGGER TE WORDEN?

‘In feite heb ik heel lang gezocht. Zo heb ik eerst een paar jaar Media en Cultuur gestudeerd. Dat bleek helemaal niets voor mij met in al die hele dikke boeken te zitten leren. Dat past totaal niet bij mij en ben daar ook van de ene dag op de andere mee gestopt. Eigenlijk wilde ik iets doen met theater, want ik hield heel veel van zingen. Ik heb toen heel veel audities gedaan en uiteindelijk ben ik in Antwerpen op de opleiding Kleinkunst aangenomen. Daar voelde ik mij wel heel thuis, mede door de mensen om mij heen. Uiteindelijk bekroop mij het gevoel weer, dat het ook hier niet helemaal was, wat ik zocht. Daardoor bleef ik mezelf maar afvragen, wat er dan wél bij mij paste. Tijdens die studie ben ik op een gegeven moment ook weggestuurd. Na Antwerpen ben ik toen voor een jaar in Tel Aviv gaan wonen. Dat is daar een smeltkroes van eetculturen, die daar samenkomen. Juist die sfeer daar en het eten trokken mij naar die stad. Het leek mij toentertijd wel helemaal te gek, daar te wonen. Ik wilde sowieso niet per se in Antwerpen blijven en eigenlijk ook niet terug naar Amsterdam. In Tel Aviv heb ik veel gekeken naar restaurantjes en daar veel buiten de deur gegeten, maar ook veel zelf gekookt. Voor mijn onderhoud in Tel Aviv had ik allerlei baantjes ernaast.'

WAAROM BEN JIJ NIET IN TEL AVIV GEBLEVEN?

‘Uiteindelijk voelde ik mij in Tel Aviv best verloren, want ik had nog helemaal geen plan. Het was eerst een soort nieuwsgierigheid om daar naar toe te gaan, maar daar besefte ik eigenlijk, dat ik best wel heel ambitieus ben en dat ik iets om handen wil hebben. Ook is Israël best een heftig land om in te wonen. Nederland is zo’n goed geregeld land, dan moet je ook wel heel gemotiveerd zijn om in zo’n heftig land te willen wonen. Dat moet je echt willen.”

WAT BEN JE BIJ JE TERUGKOMST NAAR NEDERLAND GAAN DOEN?

‘Ik ben weer naar Amsterdam gegaan en ging weer proberen iets met het zingen te gaan doen. Ik zag op een gegeven moment van een heel goede kennis een poster hangen op straat, van een optreden, en normaal zal ik daar juist nu jaloers op kunnen worden - daar werd ik juist niet jaloers op en dat viel me op. Dat het me niks deed. Het ging overigens over een theatervoorstelling waar die persoon een hoofdrol in had. Ze hing door de hele stad en ik dacht leuk! maar voelde zelf niet dat ik dat ook wilde, hoewel het mij maar niet lukte. Het gekke was dat het mij juist helemaal niets deed. Ik besefte dat ik het theater helemaal niet miste. Wat wél bij mij paste vanuit de theaterschool, was het vertellen van verhalen en daarin een statement willen maken. Hoewel ik geen gevoel meer had om verder nog audities te doen, vond ik het ook heel moeilijk het ook weer los te laten. De mensen om mij heen, gaven juist het gevoel dat ik wel moest doorgaan - het is eerder dat ik jarenlang was aangemoedigd en er was gezegd: jij moet iets met theater doen. Dan stoppen is moeilijk, want wat ga je dan doen?, en zo duurde het wel even voordat ik het idee echt durfde los te laten. Ondertussen bleef ik wel zoeken en gewoon mijn dingen doen, met mensen praten, die inspirerende dingen deden. Ik ging naar seminars of workshops. Ik bleef maar zoeken, iets wat eigenlijk nooit is gestopt.’

BIJ AL DAT ZOEKEN NAAR WAT JE NU ECHT WILT GAAN DOEN, HEB JE TOCH JE BESTEMMING GEVONDEN?

‘Tot zover wel, ik kookte al best vaak voor vrienden, die dan weer zeiden dat ik daar echt iets mee moest gaan doen. Maar ik dacht dan: “wat kan je dáár nu mee doen?” Je kan bijvoorbeeld een blog beginnen met recepten, maar dat doet iedereen al. Dus eigenlijk wist ik het niet zo allemaal. Hoewel ik wel al een blog was begonnen, waar ik weleens een verhaal lanceerde, maar dat was eigenlijk heel algemeen over allerlei onderwerpen. Ik knoeide maar wat aan, totdat ik in mijn buurt, de Indische buurt in Amsterdam Oost, liep. Het viel mij ineens op dat de mensen zo weinig aandacht besteedden aan de plekken, waar ik zo graag kwam. Zoals de media en grote blogs het alleen maar hebben over de dezelfde hippe plekken, zag ik deze kleine niet bekende locaties juist als een verrijking. Ik bedacht mij toen, waarom ga ik daar niet over schrijven en waarom ga ik daar niet juist aandacht aan besteden? Dat leek mij gewoon cool, te weten dat al die mensen hier alleen maar gewoon leven en niemand zal ooit iets over hen vertellen. Dat was de reden om hierover te gaan bloggen. Daar ben ik toen mee begonnen. Zo ben ik uiteindelijk na een lange weg in mijn huidige werk terecht gekomen.’

HOE WERD JOUW BLOG, DIE TOCH ANDERE PLEKKEN BESCHRIJFT DAN ANDERE ONTVANGEN?

‘Ik merkte al heel snel, dat mensen daar enthousiast van werden. Ik kreeg al snel berichten van volgers die mee wilde gaan eten en restaurants waar ik over gepubliceerd had die het superdruk hadden ineens. Binnen een aantal maanden werd ik al genomineerd met een Award. Ook werd ik heel snel benaderd door de Volkskrant of ik interesse had in een videoserie. Ook kwam ik in gesprek met BNR Nieuwsradio voor een eigen brunchrubriek en hebben daar testopnames gemaakt. De dingen begonnen ineens te bewegen.’ 

JIJ HEBT ZELFS AL HEEL SNEL EEN AWARD ALS ‘FOODBLOGGER VAN HET JAAR’ GEWONNEN?

‘Ja, ik dacht eigenlijk dat ik die verkiezing nooit zou gaan winnen. Ik stond tegenover vier andere bloggers in de strijd. Die waren al echt heel groot met honderdduizend volgers. Mijn blog zat toen nog best krakkemikkig in elkaar en had nog maar een paar honderd volgers. Toch heb ik die verkiezing gewonnen. Dat gaf ook direct heel veel persaandacht en ik was ook al in gesprek met de Volkskrant en BNR, voordat de award in beeld kwam. Zo ging mijn blog opeens heel hard.”

 DAT WAS OOK HET MOMENT DAT JE ECHT GESTOPT BENT MET JE BAAN?

Ja, daarna ben ik ook gestopt met mijn baan en wilde gewoon kijken of dit iets kon worden. Toen, in het najaar in 2017, heb ik er volledig mijn business van gemaakt. Ik leef nu ook echt helemaal van mijn bedrijf.’

WAT IS JOUW MOTIEF OM FOODBLOGGER TE WORDEN EN ER ZÓ HELEMAAL VOOR TE GAAN?

‘Ik had vanaf het begin al een heel duidelijk idee. Ik heb duidelijk met mijn blog een snaar weten te raken, die nog niemand raakte, maar waar wel heel erg behoefte aan was. Mijn idee was om over die onterecht onbelichte plekken te schrijven en video’s te maken. Juist die plekken, waar niemand het over had, maar die wel wezenlijk onderdeel zijn van onze samenleving. Inmiddels geef ik ook lezingen over dit onderwerp over het ‘Neerland’s nieuwe culinaire landschap’. Vanaf het begin is het eigenlijk best activistisch.”

WAT IS DAN JOUW ACTIVISTISCHE IDEE ERACHTER?

‘Mijn blog is begonnen, omdat het mij opviel, dat veel mainstream media en blogs de plekken, waar ik graag kwam, vaak links liet liggen, en vanuit die gedachte ben ik begonnen hierover te schrijven. Het komt er eigenlijk op neer, dat ik nog maar weinig hoorde of las over de plekken, waar ik zo graag kwam. Dat vond ik krom. Vaak eet je voor veel geld een hele middelmatige hamburger. Maar juist aan de overkant krijg je Indiase Paneer of Iraakse Kebab voor een klein bedrag. Ik snap dat dan niet.’ 

HOE STA JE DAN IN VERHOUDING TOT DE MEDIA?

‘Inmiddels heb ik ook regelmatig discussies met de media gehad, die dan met koppen aankwamen over het uitheemse eten van MOONCAKE, dat ze aankwamen met termen als multi culti of wereldsmaken. Dan verweer ik mij: “voor wie is dit nieuw en voor wie is het uitheems?”. Deze ondernemers zijn hier vaak gewoon geboren en getogen en sommigen wonen hier al een heel groot deel van hun leven. Zo word ik elke keer weggezet in een hokje. Ik denk echt: voor wie ís dit een nieuwe smaak, echt niet voor iedereen. Het zijn niet voor alle inwoners van dit land nieuwe smaken, want meer dan de helft van de inwoners in de grote steden hebben een migratieachtergrond.’ 

WAT IS HET WEERWOORD VAN DE MEDIA NAAR JOU?

‘Voor hen is het beeld, dat je niet zomaar een keuken op kan nemen in een cultuur van een land. Maar voor mij rijst de vraag gelijk, wie bepaalt wat onze eetcultuur is? Volgens mij doen we dat met zijn allen. Mijn nekharen gaan echt overeind staat, als je ziet hoe in media vanuit een bepaalde bubbel geschreven wordt.Ja, in die zin ben ik dus vrij activistisch.’

JIJ HOUDT OOK LEZINGEN, WAAR GAAN DIE OVER?

‘De lezing gaat over Neerland’s culinaire landschap. Een stukje recente geschiedenis en ook waar we nu staan culinair gezien en hoe we daar gekomen zijn. En wat er allemaal gebeurt op dat vlak. Wat gaat er goed, wat is leuk maar ook: wat gaat er mis. In de geschiedenis van onze natie is dit culinair gezien (en ook op veel andere vlakken) de beste tijd om in leven te zijn. Nooit eerder was er zoveel goed, lekker en bijzonder eten verkrijgbaar voor zo’n grote groep mensen. 

Eigenlijk waar het wel goed gaat en waar het misgaat. Ook spreek ik over wat ikzelf meemaak met allerlei mensen uit de media. Het is eigenlijk een verhaal, dat verteld wordt, over een land dat geworden is wat we zijn.’ 

WAAR WORD JE VOORAL MET JE LEZINGEN UITGENODIGD?

‘De lezingen houd ik op festivals, bijeenkomsten bij evenementen. Maar ook op uitnodiging bij bedrijven en bijeenkomsten voor mensen uit de horeca of in bibliotheken. Verschillende gelegenheden dus en heel divers door heel Nederland.’

NU WEER OVER DE START VAN JOUW BEDRIJF MOONCAKE, HOE VERLIEP DAT?

‘De overlapping van de periode dat ik echt stopte met werken tot een lonend zelfstandig bedrijf Mooncake, heeft een half jaar geduurd. Ik kon gelukkig gebruik maken van de ondernemersregeling, zodat je kan overstappen van loondienst naar zelfstandige. Dan krijg je elke maand een kleine bijdrage en na ongeveer een half jaar moet je zorgen dat je op eigen benen kunt staan. Dat was mij gelukt.’

VERKRIJG JE OOK INKOMSTEN UIT JE BLOG?

‘Nee, niet direct uit mijn blog, maar ik maak culinaire wandelingen, die ik dan met een aantal mensen ga maken. De wandeling gaat dan langs een keur van mijn favoriete plekken. Dat doe ik op bepaalde data in Amsterdam-Oost, in Amsterdam Osdorp en in Rotterdam. Op deze foodtours kunnen mensen zich dan inschrijven en een ticket kopen. Ook maakte ik videoseries voor de Volkskrant, als journalist. Tevens heb ik bij RTL4 een kookboeken item gehad. Ik geef lezingen en heb zelfs een plan een boek te maken. Het zijn eigenlijk heel veel verschillende inkomstenbronnen er om heen.’

LAAT JIJ JE SPONS0REN VOOR JE BLOG?

Nee, dat wil ik niet. Ik wil gewoon onafhankelijk blijven en mijn eigen keuzes kunnen maken, wat ik schrijf. Ik heb er geen zin in dat ondernemers dingen van mij gaan eisen. Voor mij werkt het zo, als ik enthousiast ben over een plek, dan schrijf ik er ook gelijk een mooi stuk over en niet omdat iemand dat mij opdraagt. Ik wil het zo zuiver mogelijk houden.’

MAAK JE JE KENBAAR ALS FOODBLOGGER ALS JE ERGENS GAAT ETEN?

‘Meestal niet, meestal ga ik gewoon naar binnen en bestel een menu. Ik probeer eigenlijk altijd vaker naar een plek te gaan voor ik er een stuk of video over publiceer. Zodat ik meerdere dingen heb geprobeerd en de zaak een paar keer meegemaakt heb. Het komt soms voor dat iets echt direct een schot in de roos is, op alle gebieden, en dan kom ik de keer erop terug met mijn camera en schrijf ik een stuk. Als ik meerdere keren ga, dan bestel ik ook vaak veel verschillende gerechtjes om te proeven. Meestal gaat dit goed en krijg ik alle medewerking. Het is maar één keer gebeurd, dat ik werd geweigerd om een stuk over een restaurant te schrijven. De eigenaar wilde dat niet, dus dan doe ik dat natuurlijk ook niet.’

HOE VIND JIJ JE PLEKKEN WAAROVER JE SCHRIJFT?

‘Ik ga eigenlijk gewoon op pad om te zoeken. Dat doe ik door de straat op te gaan in bepaalde steden en rond te lopen of fietsen. Het is dan goed kijken wat je tegenkomt en als ik dan iets voorbij zie flitsen, dan ga ik er soms ook gelijk op af. Soms ga ik er ook juist een andere keer naar terug, dat hangt ervan af.’

HOE IS DAT NU VOOR JOU OM EEN ZELFSTANDIGE TE ZIJN?

‘Toen ik terug kwam uit Tel Aviv ben ik op een gegeven moment weer gaan werken in een kantoor. Dat heeft vier jaar geduurd en ik was daar niet op mijn plek, maar wist toen nog niet wat ik dan wél wilde gaan doen. Ik had in ieder geval een inkomen en verder probeerde ik daarnaast allerlei dingen uit, die me wel interesseerden. Uit die periode is ook het idee van deze blog ontstaan en heb daarna ook mijn baan opgezegd. Eigenlijk wist ik nooit precies wat ik wel wilde doen en was zo lang al aan het zoeken. Mede omdat ik zoveel verschillende dingen wilde. Maar één ding wist ik zeker, dat ik meer vrijheid wilde, zodat de dingen meer in mijn leven zouden stromen en dat het niet voor mij wordt bepaald wat ik doe. Van ondernemen wist ik eigenlijk helemaal niets en het blijkt dat het heel hard werken is. Mensen zien alleen maar het eindproduct, dat ik lekker zit te eten, dat ik een leuke site maak, maar ik heb ook echt hele drama’s meegemaakt om daar te komen. Dat ga je niet allemaal delen. Er zijn ook echt dingen helemaal misgegaan. Alleen daar leer je wel weer heel veel van.’

KAN JE DAARVAN EEN VOORBEELD GEVEN?

‘Als een onderneming zo nauw verbonden is met wat jijzelf bent, in mijn geval ben ik helemaal dat bedrijf, dan ben je vaak de enige, die ’s nachts wakker ligt van problemen of wat dan ook. Zo heb ik bijvoorbeeld een nieuwe website laten maken, dat kostte meer tijd en werk dan dat ik ooit had gedacht. In die periode heb ik wel zeven dagen in de week achtereen alleen achter mijn laptop gezeten. Het was verrassend en ongelooflijk wat er allemaal bij komt kijken.’

HEB JIJ WEL SUPPORT OP ZULKE MOMENTEN IN EEN EENMANSBEDRIJFJE? 

‘Het is wel zo dat je voor sommige aspecten in een team samenwerkt, zoals bij het opbouwen van een website. Daar zijn best veel mensen bij betrokken. Maar ik werk sinds een tijdje samen met iemand, die ik honderd procent kan vertrouwen. Zij is een create-producer en zij kan ontzettend veel dingen. Ook zij is heel bevlogen en aan haar heb ik heel veel steun. Soms werken we ook samen aan projecten of onderdelen daarvan, zoals het implementeren van convertkit, online software, die ervoor zorgt dat je meer inschrijvingen krijgt op je nieuwsbrief. Ook houdt zij bijvoorbeeld mijn website bij, als er dingen haperen, de online marketing, e.d. Nu ik ook bezig ben met een eigen festival, helpt zij daar ook mee. Zij organiseert ook festivals en heeft er heel veel verstand van. Zij is van hele grote waarde.’

OEF, EN NU DEZE CORONACRISIS...., WAT BETEKENT DAT VOOR JOU?

‘Ja, voor mij staat nu even alles stil. Maar ik was bezig met MOONCAKE met kerstpakketten en deze zou ik juist nu willen gaan uitwerken. Kerstpakketten met allerlei bijzondere producten en al die winkeltjes met verhalen en recepten. Een beetje een tegenhanger van de kerstpakketten, waar mensen helemaal niets aan hebben. Dat plan is nu heel onzeker en aan het wankelen. Nu wil ik ook cadeaupakketten in het leven gaan roepen. Via kleine supermarkten, die het nu ook heel moeilijk hebben. Deze pakketten met voeding wil ik dan in een tas of mand aanbieden, ook weer met bijzondere Mooncake-waardige producten van kleine, lokale ondernemers uit Amsterdam, die het zwaarhebben in deze tijd., Deze foodiebags ik dan ga bezorgen bij de mensen thuis. Deze mensen kunnen die pakketten dan bestellen voor een ander bijvoorbeeld. Die ondernemers hebben dan extra producten verkocht en ik heb de cadeautas of mand verkocht. Ik ben deze periode dus begonnen met de Mooncake foodiebags,  Dit project loopt overigens nu al heel goed. zie www.mooncake.nl/webshop voor meer info.”  

MOCHTEN DEZE INITIATIEVEN NIET GAAN LUKKEN?

‘Dan blijf ik sowieso hiermee doorgaan. Natuurlijk zal ik voor mijn inkomen een baantje gaan zoeken, maar dat zal ik zien als iets tijdelijks. Ik merk dat ik dit bedrijf nog steeds verder kan uitdiepen. Dat het voor mij veel verder gaat dan alleen maar het eten. Het heeft voor mij met zoveel andere beweegredenen te maken. Juist in zo’n situatie als nu, dat alles wegvalt, merk ik hoe de passie, die ik hiervoor heb, overblijft. Het komt bij mij uit mijn tenen. Dit is helemaal wat ik ben. Zo blijkt ook, al heb ik nu geen enkele opdracht meer, dat die passie nog steeds blijft. Qua inkomen staat het niet meer overeind, maar het idee nog wel. Dat maakt het voor mij juist zo boeiend.’

 

ADVIES VOOR EEN STARTER:

  • Als je iets gaat opzetten, denk ik dat je veel sterker staat als je iets doet wat uit je tenen komt. Het moet van binnenuit komen, want dan sta je sterker, dan wie dan ook. 
  • Start je een bedrijf puur voor het geld, dan is de vraag of je in zo’n crisistijd kan overleven. Je passie is het sterkste wapen en al ga je onderuit, dan krabbel je sneller weer op. 
  • Het helpt als je altijd een nieuwsgierigheid houdt naar wat er verder nog allemaal zou kunnen komen. Nooit stoppen met zoeken naar wat je fascineert en inspireert. Denk niet te snel, dat je er bent, want dat ben je nooit. Er komt altijd weer een fase, waarop je verder kan en pak die kans. 
  •  

JONNEKE DE ZEEUW

Foodblogger - MOONCAKE


Instagram : www.instagram.com/mooncake.nl 

Facebook:  https://www.facebook.com/mooncake.nl/

 

Pagina's